Platform Rosa blog

Verslag 1987-1991

Dit congresstuk wordt aangenomen op het Vijfde partijcongres in 1991. Het bevat een verslag van de periode tussen het Vierde (1987) en Vijfde (1991) partijcongres.

Inleiding
Het vijfde kongres van de Socialistiese Partij vindt plaats in het najaar van 1991. In de afgelopen jaren heeft de partij zich op een aantal fronten sterk veranderd en ontwikkeld. Het navolgende verslag over de periode november 1987-december 1990 poogt die veranderingen en ontwikkelingen te beschrijven, en kan daardoor de basis vormen voor de diskussie in de partij over de kennis die uit deze praktijk moet voortkomen. Kennis die we nodig hebben om vervolgens besluiten te kunnen nemen over de plaats van onze partij in de jaren negentig.

Op het Vierde Partijkongres in november 1987 stelde de SP zich een groot aantal taken. Daarmee werd afgestapt van een incidenten-beleid dat de partij zeker in de jaren tachtig meer en meer was gaan kenmerken. Met de besluiten van het vierde kongres werd duidelijk vastgelegd wat ons gegeven de omstandigheden te doen stond. In de navolgende paragrafen zullen we nagaan in hoeverre we erin geslaagd zijn de onszelf gestelde taken daadwerkelijk uit te voeren. (De achter de paragrafen vermelde pagina’s verwijzen naar ‘De taken van de SP’, zoals vastgesteld op het Vierde Partijkongres).

Het maken van een ‘socialistisch handvest’ (p. 27)
A.1
Op het Vierde Partijkongres in 1987 stelde de SP zichzelf de taak een nieuw politiek programma, een ‘socialistisch handvest’, op te stellen.

A.2
Deze belangrijke opdracht om de politieke uitgangspunten van de SP opnieuw te formuleren, en wel zo dat die uitgangspunten ook geschikt zijn om bediskussieerd te worden met een groot publiek, heeft grote invloed gehad op de ontwikkeling van de partij na het Vierde
Partijkongres. Nu in duidelijke woorden de visie van de SP op de toekomst verwoord moest worden, bleek hoezeer dit deel van ons politieke werk de laatste jaren een ondergeschoven stuk geworden was. Tevens bleek dat het opnieuw formuleren van uitgangspunten een inspirerende uitdaging is. Vanaf begin 1988 heeft het partijbestuur gewerkt aan het opstellen van het ‘socialistisch manifest’, dat uiteindelijk de naam kreeg van ‘Handvest 2000, een maatschappij voor mensen’.

Het werkstuk werd na advies van verschillende leden van de partij, die daartoe gevraagd waren door het partijbestuur, alsook na advies van andere mensen buiten de partij, voorgelegd aan de Partijraad. Daarna werd besloten het stuk ter bekommentariëring voor te leggen aan de steunleden van de partij, terwijl het ontwerp terzelfder tijd doorgesproken werd met de partijleden op speciaal daarvoor belegde regionale partijkonferenties. Twee-duizend steunleden stuurden een enquêteformulier in, terwijl in de Tribune vele nummers achtereen aan de hand van de kommentaren van steunleden gediskussieerd werd over het Handvest. Het partijbestuur verzorgde ‘hoofdstuksgewijs’ kommentaar, dat later gebundeld werd in een apart Handvest-boekje. Het voornemen speciale deeltjes ter toelichting uit te brengen, is nog niet uitgevoerd. Ook het aangekondigde ‘Handvestmagazine’ is er niet gekomen. Wel zijn via artikelen in de Tlibune verschillende elementen van het Handvest verder uitgediept. Het Handvest werd op vele bijeenkomsten in het land met steunleden en geïnteresseerden doorgesproken.

A.3
Na de totstandkoming van het Handvest werd overgegaan tot een proefkampagne in Zuid-Limburg. 150.000 Uitgebreide ‘Handvest 2000′-kranten werden daar in één weekeinde verspreid, nadat eerst besprekingen met de leden hadden plaatsgevonden en via een perskonferentie de zaak in de media gebracht was. Enkele tientallen mensen reageerden via een in de krant opgenomen bon. De diskussiebijeenkomsten die aansluitend in verschillende plaatsen werden georganiseerd, werden niet door heel veel mensen bezocht. Alles bijeen ontstonden echter wel die voorwaarden die nodig waren om van één afdeling in Heerlen door te stoten naar zes afdelingen in Zuid-Limburg, waarna een nieuw distrikt kon worden opgericht. Verder werd door de kampagne de naambekendheid in dit deel van het land aanzienlijk vergroot.

Na deze proefkampagne werd de Handvestkrant aangepast, dat wil zeggen: fors ingekrompen tot zijn essentie: een politieke manifest waarop mensen algemeen en puntsgewijs kommentaar konden geven. Er volgden nieuwe proefkampagnes in een groot aantal steden. Daar lag de respons tussen 0,5 en 1,0%. De diskussieavonden verliepen buitengewoon levendig. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen (die vroeger kwamen dan gepland, waardoor het kampagne-schema rondom Handvest 2000 aangepast moest worden) werd het Handvest omgewerkt in het’ Aktieprogramma voor een Schone Politiek’ voor die verkiezingen. Daarmee kregen we een beduidend konsekwenter verkiezingsprogramma dan we bij andere verkiezingen hadden gehad. Na de parlementsverkiezingen werd de Handvest-krant vervolgens in de meeste plaatsen waar we afdelingen hebben verspreid.

In 1990 volgde een nieuwe aanpak van de Handvest-kampagne in Twente. Doel: vergroting van de naambekendheid van de SP, en het opzetten, respektievelijk uitbreiden van afdelingen in de regio. Gewerkt werd met een Handvestkrant, gevolgd door een op de regio toegespitste krant. In eerste instantie leverde deze kampagne een 150 schriftelijke reakties op. Eind van het jaar startte mede op verzoek van SP-leden uit de regio, een volgende kampagne in Friesland, een gebied waar de partij vrijwel geen aanhang heeft. Doel van deze kampagne: voet aan de grond krijgen. Bij deze laatste kampagne werd gebruik gemaakt van een verspreidburo, terwijl elders vrijwilligers voor de verspreiding gezorgd hadden. Tastbaar resultaat van deze kampagne zijn twee Friese afdelingen, in Leeuwarden en Bolsward,en een aantal kontakten in andere plaatsen.

A.4
In totaal reageerden vele duizenden mensen schriftelijk op Handvest 2000. Alle reageerders werden door het partijbestuur beantwoord, en uitgenodigd voor een diskussiebijeenkomst. Ook werden de meesten van hen daarna benaderd via de afdelingen. De Handvestkampagne is een landelijk projekt, waarbij de afdelingen zorgen voor een belangrijk deel van de uitvoering. De kampagne bracht en brengt de partij in vele delen van het land weer in diskussie met sympathisanten over onderwerpen als meer demokratische kontrole op de ekonomie, inkomenspolitiek, werkgelegenheid, milieu, gezondheidszorg, leger en EG. De meningsvorming binnen de partij wordt daardoor voortdurend gevoed. Voor veel diskussie zorgden met name de stellingen over de NAVO en de EG, alsook over de ekonomie. Van veel punten werd enerzijds veelvuldig gezegd dat ze aansprekend waren, maar anderzijds dat ze ‘te mooi om waar te zijn’ waren. De haalbaarheid van een aantal onderdelen werd vaak in de diskussies genoemd.

Het opzetten van een landelijke scholingskampagne (p. 28)
B.1
Het Vierde Partijkongres besloot dat er een landelijk scholingsprogramma ontwikkeld moest worden voor de partijafdelingen, omdat er in de loop der jaren een teruggang in ideologische en filosofische gedachtenvorming had plaatsgevonden in de partij. Door ‘de waan van de dag’, was het grote overzicht en het inzicht op de tweede plaats gekomen – en zoiets kan niet straffeloos gebeuren. Het relatief grote verloop van nieuwe leden hield onder meer verband met een verminderd scholingsnivo. Daarin een ommekeer bewerkstelIigen was van levensbelang, om verzanding van de partij te voorkomen.

B.2
Vanaf april 1988 zijn er onder verantwoordelijkheid van het partijbestuur tweemaandelijkse scholingskranten beschikbaar gekomen voor alle afdelingsleden van de partij. Via de distrikten worden de scholingen in de afdelingen begeleid. Behandeld tot dusverre zijn ‘ekonomie’ en ‘wereldbeschouwing’. Mede daardoor is de algehele politieke gedachtenvorming op een hoger plan gekomen, hoewel het nog niet zo is dat de scholing optimaal verloopt. Te vaak wordt de scholing weggedrukt door dagelijkse kommer en kwel. Ook wordt het nieuwe scholingsmateriaal vaak erg moeilijk gevonden. Het leiden en begeleiden van scholingen is een permanent probleem. Begeleiding door de distrikten is onvoldoende. Gezamenlijke scholingen voor leden van kleine afdelingen, welke mogelijkheid in 1987 geopend was, vonden niet struktureel plaats.

Een verbetering van de organisatie van de partij (p. 28)
C.1
Een verbetering van de kommunikatie tussen afdelingen en landelijke partij werd door het Vierde Partijkongres als belangrijke taak genoemd.

C.2
De afstand tussen afdelingen en landelijk partijbestuur was duidelijk te groot geworden. Daarom werd het oude centraal komitee van de partij vervangen door een centraal komitee waarin alle afdelingsvoorzitters en het door het kongres gekozen landelijk partijbestuur zitting kregen. Dat gebeurde al eind 1987. In 1990 heeft het centraal komitee zijn naam gewijzigd in Partijraad van de SP. De Partijraad vergadert sinds haar aantreden twee-maandelijks. Besluitvorming over alle belangrijke aangelegenheden vond in dit hoogste orgaan tussen de kongressen plaats en werd vastgelegd in partijraadsverslagen die ter bespreking aan de afdelingen werden voorgelegd. De afdelingen op hun beurt deden vierwekelijks verslag van hun aktiviteiten aan het partijbestuur en het distriktsbestuur. Door deze maatregelen werd het verband in de partij versterkt, en werd met name ook de interne kommunikatie verbeterd.

C.3
Het partijbestuur werd uitgebreid van vier naar zeven leden. Als lid werden gekozen door het kongres: Paul Jonas (Zoetermeer), Hans van Hooft (Nijmegen), Tiny Kox (Tilburg), Jan Marijnissen (Oss), Remi Poppe (Vlaardingen), René Roovers (Dongen) en Jan de Wit (Heerlen). Het partijbestuur koos als haar voorzitter Jan Marijnissen, waarna die keuze bevestigd werd door de Partijraad. Het partijbestuur maakte zelf een onderlinge taak verdeling, naast een kollektieve verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in de partij. Door de uitbreiding van het bestuur werd ook de slagkracht aanzienlijk vergroot. Sinds het kongres heeft het partijbestuur een meer richtinggevende taak gekregen. Zij bestuurt en geeft leiding. Gaandeweg zijn we overgestapt op een struktureel beleid: ontwikkelen van nieuwe initiatieven, initiatieven begeleiden en voortdurend kontroleren op hun effektiviteit. Daardoor konden enerzijds nieuwe initiatieven de tijd gegund worden zich waar te maken, terwijl anderzijds voorkomen werd dat zaken die niet bleken te werken toch maar voortsudderden. De grotere rol voor de partijraad en het partijbestuur leidde ook tot een doorbreken van de nogal geïsoleerde positie van de landelijke partij ten opzichte van de afdelingen. Een en ander werd ook mede mogelijk gemaakt door versterking van de partijcentrale in Rotterdam.

C.4
De partijdistrikten zijn hervormd: door de rechtstreekse vertegenwoordiging van afdelings-voorzitters in het landelijk bestuur van de partij verloren de distrikten hun funktie als leveranciers van leden voor het centraal komitee (tot het Vierde Partijkongres gold de regel dat elk distrikt twee leden afvaardigde). De distrikten werden nu naast de normale lijn afdeling-partijraad/bestuur een mogelijkheid om snel en efficiënt zaken te bespreken en te regelen. Het distrikt diende de adviserende instantie bij uitstek te zijn voor afdelingen als het ging om het aanpakken van konkrete problemen of mogelijkheden. Om dat te bereiken werden de bestaande distrikten vervangen door een kleiner aantal nieuwe distrikten. In 1990 konstateerde de Partijraad dat de gewenste rol van de nieuwe distrikten niet meer overeenkwam met de werkelijkheid. Daarom werd besloten tot een nieuwe herindeling in distrikten, die weer kleiner van omvang werden, in de hoop dat zo de adviserende en begeleidende funktie beter uit de verf zou komen.

Er zijn een aantal nieuwe partijkantoren in de regio gekomen. Voor vrijwel alle panden geldt nu een zelfde regeling: eigendom van de partij, in beheer bij de afdeling.

C.5
De struktuur van de partij is door de besluiten van het Vierde Partijkongres gewijzigd. Een en ander heeft geleid tot nieuwe statuten, die na bewerking bij de notaris zijn vastgelegd en het aanpassen van de juridische struktuur: nu hebben we de vereniging SP. De partijgebouwen zijn formeel ondergebracht bij de Stichting Beheer SP en het personeel bij de Stichting Personeel SP. Beide stichtingen ressorteren onder de verantwoordelijkheid van
het partijbestuur.

C.6
Door deze wijzigingen is gaandeweg ook bewerkstelligd dat de SP als ‘federatie van plaatselijke afdelingen’ geworden is tot een landelijke politieke partij met aktieve afdelingen ter ondersteuning van het partijwerk. Een ontwikkeling die door het Vierde Partijkongres noodzakelijk werd geacht om het imago van landelijke politieke partij te krijgen.

Invoering van steunleden en leden (p. 30/31)
D.1
Door de invoering van steunleden en leden, waartoe het Vierde Partijkongres in 1987 besloot, is het aanzien van de partij beduidend veranderd. In plaats van het beeld van een kleine kaderpartij ogen we nu als een relatief grote partij, met een gedegen, relatief kleine, doch slagkrachtige kern. Nadat in de jaren voor 1987 de sympathisanten rondom de partij steeds dichter bij de organisatie waren komen slaan (sympathisant, koper van de Tribune, vaste koper, abonnee, lid-abonnee) was de stap naar het steunlidmaatschap een logische.

D.2
Met enkele landelijke kampagnes werd het aantal steunleden fors opgevoerd van ruim 13.000 (1987) naar 15.700, waarmee de SP qua geregistreerde achterban de vijfde partij van het land werd. (Door de vorming van Groen Links is die formatie onze voornaamste konkurrent voor die vijfde plek). Daarbij is ook het aantal leden van afdelingen toegenomen.

De omzetting van abonnees in steunleden heeft belangrijke gevolgen gehad voor de partij. We zijn ons gaan realiseren dat we in vergelijking met andere partijen een grote achterban hebben. We zijn een zelfbewuste partij geworden. We zijn meer en meer ook naar buiten toe gaan duidelijk maken dat de SP in menig opzicht een grote partij is. We zijn ook anders gaan werven. Niet de wel of niet bestaande interesse in een politiek blad is bepalend, maar de interesse in het denken en doen van de SP. Door die keuze zijn we er ook in geslaagd het steunledenbestand op peil te houden en uit te breiden. Door de diverse verkiezingen en de centralisatie van het steunledenadministratie in Rotterdam is er een tijdelijke achteruitgang
gekomen, maar daarna is de ontwikkeling weer de goede kant opgegaan, mede dankzij twee landelijke kampagnes: een om nieuwe steunleden te maken, en een om ex-steunleden terug te halen.

D.3
Het steunledenbestand is na een uitermate inspannende operatie van de kant van de afdelingen als de landelijke partijorganisatie gecentraliseerd, allereerst de bestanden als zodanig en daarna ook de inning van de kontributie van de steunleden. Daardoor is de binding van de steunleden met de landelijke partij groter geworden. Nieuwe steunleden ontvangen na aanmelding een welkomstbrief van de landelijk partijvoorzitter, alsmede Handvest 2000 met toelichting. Ook op andere momenten zijn de steunleden door de landelijke partij benaderd.

Meer betrekken landelijk bestuur bij afdelingen (p. 29)

E.1
Tot het Vierde Partijkongres kwamen landelijke bestuurders weinig in afdelingen. Nadat het kongres besloot dat daarin verandering diende te komen, zijn de nieuwe partijbestuurders daadwerkelijk veelvuldig het land ingetrokken. Dat gebeurde in de ‘Handvest 2000’-kampagne, maar ook bij alldere gelegenheden, doorgaans op verzoek van de afdelingen. Verder hebben sommige partijbestuurders speciale bemoeienis gekregen met enkele afdelingen, waar de problemen groot of de kansen opmerkelijk zijn.

E.2
Om de relatie tussen landelijke partijbestuurders en afdelingsleden te verbeteren zijn er eind 1989, begin 1990 enkele ‘kennismakingsbijeenkomsten’ georganiseerd voor de afdelingsleden met het partijbestuur. Ook doet het partijbestuur tussen de vergaderingen van de Partijraad in, regelmatig schriftelijk verslag aan de afdelingen over de stand van zaken.

Planmatiger werken (p. 28)

F.1
Vanaf het laatste kongres werken we veel planmatiger. Afdelingen en landelijke partij kijken verder vooruit en weten dus ook beter waar ze aan toe zijn.

F.2
Door de verbeterde organisatie van de partij zijn we méér geworden dan ‘de som der delen (afdelingen)’. Tegelijkertijd dreigt het risico dat afdelingen te veel gaan overlaten aan de landelijke partij. Een versterkte landelijke organisatie moet leiden tot versterkte afdelingen, die zelfstandig initiatieven nemen de partij en haar aktiviteiten verder uit te breiden. Daarvoor is naast een planmatige aanpak een sterke leiding, landelijk en plaatselijk, nodig. Met name de afdelingsbesturen hebben een belangrijke taak. Zij moeten de leden en de steunleden kunnen inspireren. Daar waar die sterke afdelingsbesturen ontbreken is het effekt op het partijwerk te merken.

Oprichten van nieuwe afdelingen (p. 32)
G.1
Er zijn een aantal nieuwe afdelingen tot stand gekomen. Een aantal pogingen zijn mislukt. Kampagnegewijs werden nieuwe afdelingen opgezet in Zuid-Limburg en wordt er op vergelijkbare manier momenteel gewerkt aan nieuwe afdelingen in Twente en Friesland.
Verder zijn rondom verkiezingen nieuwe afdelingen van de grond gekomen – en er soms weer in terug gezonken. Per 1 januari 1991 waren als nieuwe afdelingen geregistreerd (in vergelijking met 1987): Weert, Amsterdam-Oost, Kerkrade, Bergen op Zoom, Zwolle, Horst, Sittard/Geleen, Landgraaf, Brunssum, Maastricht, Veldhoven, Leidschendam, Deventer, Gouda.

Bestaande en nieuwe afdelingen hebben meer aktiviteiten ontplooid dan voor 1988. Desondanks blijft het opzetten, handhaven en uitbreiden van afdelingen een zaak van voortdurende – tijdrovende – zorg. Het is voorlopig de enige methode om te zorgen voor
een grotere landelijke spreiding van de partij.

Extra aandacht van de partij voor de grote steden (p. 29)

H
Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hebben extra begeleiding gehad. In Amslerdam heeft de SP nu drie deelraadszelels. De breekijzer-konstruktie waarvoor destijds gekozen werd (Amsterdam binnenkomen via Amsterdam-Noord) is een effektieve gebleken. Onze aanhang in Noord in verdubbeld, en via verkiezing in de deelraad Oost zijn we het IJ overgestoken. Deelraadsverkiezingen in Rotterdam leverden wel vergroting van de kiezers-aanhang op, maar nog geen deelraadszelels. De afdeling heeft er echter, na jaren van onbekendheid (en onbemindheid), wel voor gezorgd dat zij nu een duidelijke plek heeft in
het Rotterdamse politieke spektrum. Er worden veel aktiviteilen ondernomen door de afdeling en de aandacht in de pers is redelijk. Den Haag heeft na langdurige problemen zich gaandeweg hersteld. Met sukses werd een grote aktie gevoerd voor behoud van verzorgingshuis ‘De Schelp’. Nu manifesteert de afdeling zich met name in Scheveningen, hoewel ook elders in de stad aktiviteiten worden opgezet.

Een soepele organisatie (p. 29)

I.1
Doordat na het Vierde Kongres de partij aantrad met een fors vergroot partijbestuur (van vier naar zeven) kon beter ingespeeld worden op aktuele kwesties. Waar nodig kon snel korrigerend worden opgetreden. In enkele gevallen konden projekten aangepakt worden buiten de bestaande kanalen om, bijvoorbeeld bij de organisatie van de Mandela Tour, en het opzetten van nieuwe zaken als SPJ, Gist en Solidair.

We zijn verder in staat gebleken nieuwe kontakten aan te gaan met buitenlandse organisaties als het Zuidafrikaanse ANC, de PLO (Palestina), de Filippijnse bevrijdingsbeweging NDF, het Salvadoraanse FMLN, en de PVDA (België). In een aantal gevallen ging het
daarbij over het uitwisselen van standpunten en gegevens, in een aantal gevallen werd konkreet in aktie samengewerkt.

I.2
De versoepeling van de partijorganisatie als zodanig heeft vele positieve kanten. Tegelijkertijd realiseerden we ons dat het niet eenvoudig is steeds de scheidslijn te trekken tussen produktieve soepelheid en improduktieve laksheid. Het in stand houden van een bij de partij passende discipline om gedegen en demokratisch besluiten te kunnen nemen en ze vervolgens ook uit te voeren, is van het grootste belang voor de slagkracht van de organisatie.

Initiatieven en akties (p. 29)

J.1
Ten tijde van het laatste kongres liep de kampagne ‘Van onze gezondheidszorg blijf je af’. Kort na het Vierde Partijkongres konden de ingezamelde protestkaarten demonstratief op het Binnenhof aan de regering worden overhandigd. De aktie tekende de herwonnen
zelfbewustheid van de partij. Kaartinzenders van deze aktie tegen de bezuinigingsplannen van de regering op de gezondheidszorg kregen in een later stadium Handvest 2000 thuisgestuurd, met het verzoek om met name op de gezondheidsparagraaf in het Handvest te reageren. Dat experiment slaagde. Er kwamen heel wat reakties binnen.

J.2
De kampagne ‘Geen paspoort voor moord’ tegen de aanwezigheid van 11.000 Nederlandse paspoorthouders in het Zuidafrikaanse leger bleek minder suksesvol. Te weinig duidelijkheid over opzet en doel verhinderden dat de aktie tot een landelijk sukses kon worden,
hoewel lokaal wel suksesvol met de aktie kon worden gewerkt. Na korte tijd werd daarom na overleg met het ANC de kampagne stopgezet. In het verleden hadden we met de aktie voor de Britse mijnwerkers leergeld betaald voor het te lang instandhouden van op zich suksesvolle akties. Mede het te lang doorgaan met die kampagne bracht de partij destijds in grote politieke moeilijkheden, die slechts met de grootst mogelijke inzet overwonnen konden worden. Een aantal afdelingen had de aktie van middel tot doel van de partij gemaakt.

J.3
Bijzonder suksesvol was het initiatief in 1989 om het MilieuAlarmteam op te zetten met een 06-MilieuAlarmlijn. Door deze aanpak, waarbij bewust gekozen werd voor een professionele uitbouw van een bewezen sterke kant van de partij, ontstond er een grote toename
van de aktiviteiten en bekendheid van de partij op dit gebied. De aandacht in de pers als het over SP en milieu gaat, is sindsdien ruimschoots. Duizenden mensen hebben inmiddels al gebruik gemaakt van de MilieuAlarmlijn. Tevens dient het MilieuAlarmteam op haar
terrein als een soort wetenschappelijk buro voor de partij. Standpunten worden ontwikkeld over aktuele kwesties waardoor de kans op opportunistische antwoorden sterk is verkleind en meer waarborgen bestaan voor een konsistente landelijke mening.

J.4
De SP-gezondheidsdienst Ons Medies Centrum was in de zeventiger jaren het parade-paardje van de SP. In de jaren tachtig ging veel van die glans verloren en beperkte Ons Medies Centrum zich meer en meer tot het exploiteren van drie huisartsenpraktijken. In 1988 werd besloten tot een veranderde aanpak. Na bestudering van de beschikbare gegevens en na diepgaand overleg met de medewerkers werd besloten de vestiging van Ons Medies Centrum in Nijmegen af te stoten; de vestigingen in Oss en Zoetermeer werden beduidend meer op elkaar afgestemd. Besloten werd meer nadruk te leggen op het volgen en kritiseren van het beleid van de farmaceutische industrie, de overheid en de artsen, op het formuleren van politieke standpunten voor de SP op gezondheidsgebied en het meer ondernemen van aktie in de gezondheidszorg. In dat kader moeten zaken als het rapport
‘GVS, betere of bittere pil’, recente publikaties over milieu en gezondheid, de deelname van Ons Medies Centrum aan het MilieuAlarmteam en de publikaties in onder meer Medisch Contact gezien worden. Op deze manier kan ook dit eerder gebleken sterke punt
van de partij weer opnieuw als visitekaartje dienst gaan doen.

Wel moeten we ons voortdurend rekenschap geven van het reit dat het niet eenvoudig is geschikte artsen aan te trekken voor dit initiatief van de SP. Wellicht kan via een verbeterde ingang op de universiteiten middels ‘Gist’ meer belangstelling gewekt worden voor deze SP-aktiviteit.

J.5
De spreekuren van de Hulp- en Informatiedienst zijn in de meeste afdelingen stevig geworteld. Ook dit deel van ons werk hoort tot de sterke kanten van de partij, waarmee vooral de direkte belangenbehartiging door ons wordt beklemtoond. In de achterliggende
periode werden duizenden mensen via de lokale spreekuren geadviseerd bij problemen met verhuurders, werkgevers, uitkeringsinstanties en overheden. Afdelingen konden bij hun
spreekuurwerk terugvallen op begeleiding door enkele partijadvokaten.

J.6
Eind 1990 / begin 1991 vervulde de partij een vooraanstaande rol bij de demonstraties rondom het konflikt in het Midden-Oosten rondom Koeweit. De SP was mede-oprichter van de Initiatiefgroep Geen Oorlog in de Golf, die een tweetal suksesvolle demonstraties organiseerde in Amsterdam. Voor het eerst sinds lange tijd werd daarbij samengewerkt met organisaties als Groen Links, SAP en organisaties als Stop de Wapenwedloop. De samenwerking verliep moeizaam, met name vanwege de kwakkelkoers die Groen Links volgde (wel/geen militaire blokkade van Irak; wel of geen terugroeping van Nederlandse troepen).
Over de inbreng van de SP was bij anderen grote tevredenheid. Naast het mobiliseren van de eigen achterban voor de demonstraties, verzorgde de partij vrijwel alle drukwerk, advertenties en een groot deel van de perskontakten.

J.7
De partijafdelingen gaven ook in de afgelopen jaren de SP haar slagkracht op tal van gebieden. Naast de konkrete uitvoering van landelijke initiatieven zijn in de afgelopen jaren ook talrijke lokale akties aangepakt op gebieden als milieu (eventueel met steun van het
MilieuAlarmteam), wonen en verkeer – en duizendenéén zaken meer. Via een verbeterde interne kommunikatie kon er in veel gevallen ook voor betere begeleiding door het Partijbestuur gezorgd worden. Bij hun werk hadden de afdelingen een grote mate van zelfstandigheid. Dat bood de gelegenheid om aktief te zijn met die dingen waar de mensen
in de praktijk mee zitten. Met dit werk is erg veel tijd en inzet gemoeid van de steunleden en afdelingsbesturen. Het opzetten en uitvoeren van deze aktiviteiten stelt hoge eisen aan inzicht en inzet van leden en steunleden van de afdeljngen. Voor het verwerven van blijvende steun blijkt het van het grootste belang om aktiviteiten die begonnen worden ook goed af te sluiten en te zorgen voor voortdurende verantwoording naar de mensen die het aangaat. Bij de raadsverkiezingen is de waardering voor al dit werk duidelijk gebleken. Het aantal raadszetels steeg van 40 naar 70, en wrijwel overal steeg de kiezersaanhang. In sommige plaatsen werd de PvdA voorbijgestreefd, in één geval, Schijndel, kwamen we zelfs op gelijke hoogte met het CDA (30%).

Voet aan de grond in de bedrijven (p. 30)

K
Tussen 1987 en 1990 werd de positie van de partij (via Arbeidersmacht) in de Osse bedrijven behouden, namen in andere plaatsen SP’ers deel aan ondernemingsraden en konden her en der arbeidersakties worden ondersteund. Struktureel kwam er niet veel tot
stand op dit front. Pas eind 1990 werd konkreet invulling gegeven aan deze kongres-opdracht. In oktober 1990 is het eerste nummer van ‘Solidair’, de bedrijvenkrant van de SP, van de pers gerold en verspreid bij een groot aantal industriële bedrijven in het land. Aan het uitbrengen van de krant ging eerder overleg met aktieve SP’ers in de bedrijven vooraf. Vanaf toen kon er veel beter gewerkt worden aan een strukturele aanpak van het bedrijvenwerk.

Dat bleek al snel bij de massa-ontslagen die multinational Philips in 1990 aankondigde. Solidair slaagde erin een voorhoederol te vervullen, door een aktiekomitee ‘Geen gedwongen ontslagen’ te organiseren in Oss, enkele waarschuwingsstakingen in Oss tot stand te brengen en bij de meeste overige Philipsvestigingen een of meer malen een aktiepamflet dat opliep tot aktie te verspreiden. In mei 1991 kwam Solidair met drie zetels ook in de ondernemingsraad van Nolte/Stork in Eindhoven. Eerder waren er al Solidairfrakties gekomen bij Philips en UVG in Oss.

Opzetten jongerenorganisatie (p. 30)

L.1
In augustus 1988 is SPJ opgericht, met haar eigen blad’ Axie’ (waarvan het eerste nummer begin 1989 verscheen). Eind oktober 1990 organiseerde de jongerenorganisatie haar allereerste ‘SPJ-weekeinde’, waar een dertigtal jongeren uit het land aan deelnamen. Er werd tijdens dat weekeinde onder meer gedemonstreerd bij de vliegbasis Gilze-Rijen. Ondanks de positieve ontwikkeling die de SPJ – met horten en stoten – doormaakt, funktioneren nog de nodige zaken niet naar behoren. De meeste SP-afdelingen blijken moeite te hebben met het opzetten en overeind houden van een eigen SPJ-afdeling. Maar hoe dan ook hebben we nu een organisatie waarlangs jonge enthousiaste mensen hun weg naar de partij kunnen vinden.

L.2
Sinds september 1990 is er dan ook nog het SP-studentenblad ‘Gist’. Het blad wordt verspreid op universiteiten en hogescholen. Via ‘Gist’ moet het verbroken kontakt met de studenten hersteld worden. Tot op dit moment is onze bekendheid op universiteiten klein, onze elektorale aanhang nog veel kleiner – en dat terwijl bijvoorbeeld Groen Links juist in deze kringen forse aanhang heeft. Gist heeft een eigen redaktie van studenten die (steun)lid zijn van de SP.

hier is een stukje weggevallen, red.
M
Veel verbeteringen zijn op dit terrein in de afgelopen jaren aangebracht: door centralisatie van werkzaamheden in Rotterdam (januari 1988), betere produktiemethoden en beter overleg konden een aantal verbeteringen snel gerealiseerd worden. Waar het partijbestuur dat nodig vond, heeft zij ook professionele begeleiding van buiten ingeroepen bij de diverse verkiezingskampagnes en bij het onder de aandacht brengen van het Milieu-Alarmteam.

Er is beduidend meer gewerkt met advertenties, met name in de landelijke dagbladen. Sinds 1990 hebben we een vaste lijn gevonden. Het advertentiebeleid heeft zich ontwikkeld van een ‘ad hoc’-beleid naar een struktureel beleid.

Verbetering van de Tribune (p. 31)

N
Door de verplaatsing van de lay-out in 1988 naar Rotterdam en centralisatie van andere aktiviteiten kon in november 1988 overgeschakeld worden op de nieuwe ‘Tribune’, met kleurenwerk. Bewust werd gekozen voor de Tribune als steunleden-blad. In 1988 is ook begonnen met opleiding voor fotografen en inlegvellenmakers. In 1990 zijn de fotografen op herhaling geweest en is begonnen met een Tribune-korrespondentenkursus. Hoewel een en ander nog in een beginstadium is, is zowel de fotografie als de berichtgeving daardoor
een stuk verbeterd. In 1989 vond er uitbreiding van de hoofdredaktie plaats. De opmaak van de krant (en verder al het andere partijdrukwerk) is inmiddels verregaand geautomatiseerd.

Standpunten onder de mensen brengen (p. 31)

O
We hebben in de achterliggende jaren heel wat folders uitgegeven over diverse zaken. Bij demonstraties (Golfoorlog, verpleegkundigen, studenten, huisvesting), in het kader van akties (wasverzachters, gezondheidszorg), en in de Handvest 2000-kampagne, alsook in
verband met de Europese, Kamer- en raadsverkiezingen. Verder zijn een groot aantal rapporten gemaakt, met name op milieugebied (asbest, vuilverbranding, kleikorrels, wasverzachters, verduurzaamd hout, railtransport, pentachloorfenol e.d.) maar ook anderszins (medicijnen, vergoedingen wethouders). De diverse aspekten van de partij zijn in folders verwoord (‘Even voorstellen’ en de folders over MilieuAlarmteam, Hulp- en Informatiedienst, Ons Medies Centrum e.d.)

De naambekendheid vergroten (p. 31)

P
Door a. duidelijker politiek beleid; b. keuze voor milieu als sterk punt: c. verkiezingskampagnes; d. persdienstwerk en e. professionaliteit is de naambekendheid van de SP beduidend vergroot. We zijn meer nadruk gaan leggen op het stelselmatig bekommentariëren van ontwikkelingen via advertenties in de landelijke dagbladpers. Ook is via ingezonden artikelen meer dan voorheen gereageerd op diverse maatschappelijk en politieke ontwikkelingen, nationaal en internationaal. Verder hebben ook zaken als de Mandela Tour veel aandacht getrokken. Onproduktieve ideeën over een ‘onwillige burgerlijke pers’ hebben plaatsgemaakt voor een professionele benadering van de media met nieuws dat we als partij te bieden hebben. Dat een en ander resultaat heeft, blijkt onder meer uit de veel grotere aandacht die de SP tegenwoordig in de media krijgt. Via een driemaandelijkse knipselkrant worden afdelingen en journalisten op de hoogte gehouden.

Bijeenkomsten met landelijke sprekers (p. 32)

Q
Dat is natuurlijk in omvangrijke mate gebeurd in de Handvestkampagne, maar ook bij tal van andere gelegenheden. De Mandela Tour is een voorbeeld van een kampagne waarbij
doelbewust gezocht is naar een methode om een groot publiek bij onze aktiviteiten te betrekken. In het kader van de verschillende verkiezingskampagnes sinds 1987 zijn partijbestuurders meer dan voorheen het land in getrokken. Ook zijn er enkele landelijke bijeenkomsten georganiseerd: het SP-festival in maart 1990; de verkiezingsmanifestatie in Amersfoort in 1989; het symposium ‘Tijd voor MilieuAlarm-fase Nul’ ter gelegenheid van het eenjarig bestaan van het MilieuAlamlteam in de zomer van 1990.

Nieuwe huisstijl (p. 32)

R
Op 1 november 1988 voerden we als partij een kompleet nieuwe huisstijl in. Sindsdien wordt die huisstijl konsekwent gehanteerd, waardoor de herkenbaarheid van de partij naar buiten toe beduidend is vergroot. Sommige afdelingen hebben echter nog moeite met het
alert zijn op de huisstijl.

Gebruiken van affiches (p. 32)

S
Dit voornemen van het kongres in 1987 is niet struktureel vorm gegeven, doordat andere zaken voorrang kregen. Wel hebben we ter ondersteuning van kampagnes (verkiezingen, wasverzachter, Mandela Tour) het nodige geproduceerd.

Betere afstemming raadswerk (p. 32)

T
Het werk binnen en buiten de gemeenteraden moet op elkaar worden afgestemd, oordeelde het partijkongres in 1987. Sinds 1988 zijn er een aantal bijeenkomsten voor raadsleden georganiseerd. De raadsver-
kiezingen van 1990 zijn intensief begeleid door het partijbestuur. Die verkiezingen leverden inderdaad het verwachte sukses: +30% stemmers, + 30% frakties en + 70% raadszetels oftewel, 1,2% van de stemmen (stemt overeen met twee kamerzetels). Met 70 raadszetels in
29 steden plus 3 deelraadszetels in Amsterdam zijn de lokale parlementaire mogelijkheden van de partij aanzienlijk uitgebreid.

Zetel in Tweede Kamer (p. 32)

U.1
‘Een vertegenwoordiger in de Tweede Kamer zal een zeer belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van het landelijke beeld van de partij’, oordeelde het Vierde Partijkongres. Geprobeerd is deze doelstelling te verwezenlijken met een grotere en meer professionele kampagne dan voorheen. Volgens opiniepeilingen en volgens vele journalisten was de SP dit keer de grote kanshebber om als nieuwkomer in de Kamer te komen. Het vervaardigde verkiezingsmateriaal werd door deskundigen uiterst positief beoordeeld, met name de TV-filmpjes. Ondanks die uitgebreide en doordachte verkiezingskampagne lukte de doorbraak niet. Door de partijraad werd gekonkludeerd dat blijkbaar eerst de PvdA in de regering moet zitten voordat een deel van haar kiezersaanhang kan overstappen naar de SP. Een konklusie die bij de daaropvolgende raadsverkiezingen minstens voor een deel werd bewaarheid en
daarna nogmaals bij de provinciale verkiezingen. Terzelfder tijd blijkt elke keer weer dat stemmen steeds opnieuw verworven moeten worden. We starten altijd bij nul, ook al hebben we in bepaalde gebieden reeds een ‘vaste aanhang’ gekregen. Tegelijkertijd is er een
duidelijk verband te konstateren tussen de lokale prestaties van de partijafdelingen en de aanhang bij landelijke verkiezingen.

U.2
De provinciale zetel in de Staten van Noord-Brabant kreeg tussentijds een andere bezetting. Nadat partijvoorzitter Jan Marijnissen door de partijafdelingen als lijsttrekker bij de parlementsverkiezingen was aangewezen werd zijn plaats in de Staten ingenomen door René Roovers. Bij de provinciale verkiezingen van maart 1991 scoorde de partij, die meedeed in acht provincies, 0,9%, ruim boven de kiesdeler die bij kamerverkiezingen geldt (0,67% ). Die ‘vertaling” werd voor het eerst ook door de meeste media, waaronder radio en TV, gemaakt.

U.3
Aan de Europese verkiezingen werd voor het eerst door de SP deelgenomen. Remi Poppe werd aangewezen als lijsttrekker. We haalden 0,7% van de stemmen, de kiesdeler bij kamerverkiezingen. Voor een zetel in het Europees parlement ligt de kiesdeler echter veel
hoger. De cijfers tonen de wisselvalligheid van de SP als het gaat om verkiezingen: Europese verkiezingen ’89: 0,7% (omgerekend naar Kamerverkiezingen goed voor één zetel); kamerverkiezingen ’89: 0,5% (nul zetels); raadsverkiezingen ’90 (in 52 gemeentes): 1,2% (twee zetels); provinciale verkiezingen ’91: 0,9% (een zetel).

Tot slot
Het overgrote deel van de ons in 1987 gestelde nieuwe taken is op dit moment aangepakt. Sommige zaken hebben hun vaste plaats verworven in onze partij, andere staan nog aan het begin. In ieder geval hebben we door het ons stellen van een groot aantal konkrete
opdrachten een richtsnoer aan ons handelen gegeven. Dat maakt het mogelijk een balans op te maken zoals we hierboven hebben gedaan. De vele taken konden worden aangepakt dankzij de grote inzet van de hele partij: partijraad, partijbestuur, distrikten, afdelingen, steunleden en de verschillende partij-organisaties. Dankzij de kontributie van leden en steunleden, donaties en de afdracht van raads- en statenvergoedingen aan de partijkas konden we de noodzakelijke middelen daarvoor ook opbrengen.

Het eindoordeel over het in de achterliggende jaren verzette politieke werk ligt bij de partij als zodanig, haar afdelingen en uiteindelijk het Vijfde Partijkongres. Ter voorbereiding van de diskussie is het verslag behandeld door de kongreskommissie, zoals die op 28 oktober
door de Partijraad is aangesteld. Nadat een koncept-verslag in alle afdelingen is besproken en bekommentarieerd, heeft de kongreskommissie opnieuw het verslag besproken en waar
nodig aangepast.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: