Platform Rosa blog

12 juni 2009

Royement Offensiefleden – update

Filed under: Democratie in de SP,Partijorganisatie — platformrosa @ 11:09 09

Al eerder schreven we over het besluit van het Partijbestuur van de SP om het lidmaatschap van Offensief onverenigbaar te laten zijn met het SP-lidmaatschap. Volgens de website van Offensief hebben veel afdelingen hebben inmiddels, conform de uitspraak van het Partijbestuur, gesprekken gehad met de Offensief-leden in hun afdeling. Een aantal Offensief-leden hebben aangegeven, geen keuze te willen maken en hebben de bal hiermee teruggekaatst.

Een aantal afdelingen hebben aangegeven, al dan niet onder druk van de partijleiding, dat royementen hierdoor onvermijdbaar zijn geworden. Platform Rosa neemt nadrukkelijk afstand van het royeren van strijdbare socialisten uit de SP. Het ‘partij in de partij’ argument is wat ons betreft afdoende weerlegd door Offensief; daarnaast is het bepaald niet uitzonderlijk dat bijvoorbeeld SP-leden die tevens lid zijn van een vakbond, op vakbondsbijeenkomsten sympathie werven voor de SP. De wereld zou terecht te klein zijn als de vakbond dit als argument zou beschouwen om SP-leden te royeren. Gelukkig denken vakbondskaders anders: er is ruimte voor ieder geluid, en hoe serieus men dat geluid neemt hangt samen met de concrete inzet in de strijd van degene die dat geluid brengt.

Wij zijn van mening dat de partij zichzelf schade toebrengt door strijdbare, maar kritische socialisten buiten te sluiten. Vaak is hun kennis en ervaring met het socialistische gedachtengoed in zijn algemeenheid een baken voor een afdeling die anders in de waan van de dag tot sociaal-democratisch geneuzel zou vervallen. Juist die linkse kritiek houdt onze afdelingen scherp. Het is ondenkbaar dat Offensief-leden of andere radicaal-socialisten binnen de partij de afdrachtregeling aan hun laars lappen, zichzelf tot de gevestigde orde gaan beschouwen, of voor uitverkoop van nutsvoorzieningen zouden stemmen. Het is daarom eens te meer bizar dat ‘links’ de partij uitgebonjourd wordt, terwijl ‘rechts’ de SP langs alle kanten kan beschadigen zoals de voorbeelden laten zien.

Platform Rosa roept daarom op om de petitie van Offensief te steunen, die zich uitspreekt ‘tegen de intentie ben van het partijbestuur om Offensiefleden te royeren uit de Socialistische Partij’.

Advertenties

12 februari 2009

Partijbestuur gooit Offensief uit de SP

Filed under: Democratie in de SP,Partijorganisatie,Socialisme — platformrosa @ 12:06 06

Via de website van Offensief vernamen we dat het Partijbestuur van de SP besloten heeft om Offensief-leden expliciet uit te sluiten van het partijlidmaatschap, daarmee de weg vrij makend voor het royement van deze leden, én andere kritische socialisten binnen de partij. Platform Rosa – één van de opbouwend-kritische platforms binnen de SP – staat lijnrecht tegenover deze beslissing. Socialisten horen thuis binnen de SP, net als iedereen die zich hard wil maken voor een maatschappij waar gelijkwaardigheid, menselijke waardigheid en solidariteit voorop staan. De arbeidersbeweging heeft een lange traditie van pluriformiteit, en als de SP claimt dé vertegenwoordiger van de ‘gewone mensen’ te willen zijn, dan zal ze zich ook op moeten stellen als een brede, pluriforme partij waar ruimte is voor verschillende opvattingen. Platform Rosa zal deze ingeslagen weg van de partijleiding met kracht bestrijden. Hieronder plaatsen we de open brief van het secretariaat van Offensief.

Open brief aan de leden en sympathisanten van de Socialistische Partij

Nee tegen royementen – voor een strijdbare, democratische SP! Het partijbestuur van de SP heeft besloten dat SP-leden niet langer eveneens lid mogen zijn van de socialistische groep Offensief. Hiermee wordt de weg vrijgemaakt om alle Offensief-leden uit de SP te royeren. Ons wordt maar zeer beperkte mogelijkheden geboden ons binnen de structuren van de SP te verdedigen, vandaar dat we deze open brief publiceren aan alle SP-leden en –sympathisanten. Juist in een tijd, dat de economie wereldwijd in crisis raakt, het ene na het andere bloedige conflict oplaait, het kapitalistische systeem meer en meer in diskrediet komt, en Marx weer populair wordt, besluit het partijbestuur om diegenen die het hardst stelling nemen voor een socialistische verandering, uit de SP te smijten. Wat is er aan de hand?

Een verklaring van het Nationaal Secretariaat van Offensief

Wat is Offensief?

Offensief is een socialistische groep, onderdeel van een internationale organisatie, het Comité voor een Arbeidersinternationale (CAI/CWI). We zijn georganiseerd rond een aantal specifieke ideeën. Wij vechten voor een fundamentele, socialistische verandering van de maatschappij, inclusief het in gemeenschap brengen van de grote bedrijven en financiële instellingen, en voor een democratisch geplande economie die draait om de behoeften van de bevolking in plaats van om winst. Wij zijn echter altijd tegenstanders geweest van de systemen zoals die bestonden in Rusland na de machtsgreep door Stalin, Oost-Europa en China. Socialisme kan volgens ons niet werken zonder democratie.

Hoewel we georganiseerd zijn rond specifieke ideeën, hebben wij onszelf steeds gezien als deel van de brede arbeidersbeweging, met al haar variëteiten en schakeringen. Sinds het kapitalisme bestaat, hebben de arbeiders (de gewone werkende en werkloze mensen en hun gezinnen) zich georganiseerd om voor hun belangen op te komen. In vakbonden streden zij voor betere lonen en werkomstandigheden; in politieke, socialistische partijen organiseerden zij zich om deze eisen te veralgemenen en te vertalen naar een politiek beleid met als doel een betere maatschappij. De ideeën waar Offensief voor staat, onze interpretatie van het marxisme, hebben altijd deel uitgemaakt van die bredere arbeidersbeweging en van brede arbeiderspartijen.

Waarom is Offensief in de SP gegaan?

Tientallen jaren zagen arbeiders de PvdA als hun partij, de partij die voor de arbeiders opkwam. Offensief maakte om die reden in het verleden deel uit van de PvdA. Maar eind 80er, begin 90er jaren van de vorige eeuw verrechtste de PvdA in snel tempo. Voor veel arbeiders werd een breekpunt bereikt toen de PvdA in 1991 verantwoordelijk was voor de afbraak van de WAO. Tienduizenden kwamen in protest de straat op, en nog veel meer mensen keerden de PvdA de rug toe. Zij concludeerden terecht dat de PvdA hun partij niet meer was. Daarmee waren de arbeiders in Nederland in feite politiek dakloos geworden.

Sindsdien is de PvdA verder gegaan op dezelfde rechtse koers. Het is een neo-liberale partij geworden, die hooguit nog de schijn ophoudt sociaal te zijn. De PvdA was medeverantwoordelijk voor de afbraak van het zorgstelsel, en heeft bloed aan haar handen door de oorlog in Afghanistan. Nu met de kredietcrisis kan “bankier Bos” tientallen miljarden vinden om de banken te redden, maar voor sociale voorzieningen is er géén geld.

De SP is in de afgelopen periode voor steeds meer mensen een alternatief geworden. Wij van Offensief zagen dat ook. We zagen dat de SP duidelijk stelling nam tegen het neoliberalisme; dat de SP actie op straat als een belangrijk middel voor verandering zag; dat SP-ers in gemeenteraden en Tweede Kamer alleen een modaal salaris ontvingen, en dus niet meededen met de zakkenvullerij van andere partijen; dat de SP niet langer probeerde eigen vakbonden op te zetten maar zich terecht begon te richten op de massa-vakbond FNV; en dat de SP een socialistische maatschappij als einddoel had. Wij concludeerden dat de SP het potentieel had om uit te groeien tot een nieuwe, brede arbeiderspartij, een instrument dat arbeiders zo nodig hebben. Wij wilden hieraan graag ons steentje bijdragen, en besloten in 1998 om lid te worden van de SP, en te helpen de SP op te bouwen. We gingen er van uit dat de SP een open, democratische partij was geworden, waar ruimte was voor verschillende stromingen, zo ook de onze. We hebben nooit verborgen dat we georganiseerd zijn, dat we onze eigen leden, bijeenkomsten en publicaties hebben. We gingen er van uit dat de SP open stond voor kritiek, en hebben de kritiek die we wel degelijk hadden ook niet verzwegen.

Ontwikkelingen binnen de SP en de kritiek van Offensief

Ons is verweten dat we te kritisch zijn tegenover de SP. We zagen enorme kansen voor de SP, maar ook gevaren. Al snel nadat we lid waren geworden van de SP, werd het nieuwe beginselprogramma “Heel de Mens” aangenomen. Wij waarschuwden toen dat dit programma in feite een afzwakking ten opzichte van het oude programma betekende, het “Handvest 2000”. In dat “Handvest 2000”stond het streven naar een fundamenteel andere, socialistische maatschappij waarin de chaos van de markt vervangen zou worden door gemeenschapsbezit van banken en bedrijven, en door democratische planning, expliciet benoemd; in het daaropvolgende beginselprogramma “Heel de mens”is dat niet langer het geval. “Heel de Mens” kan misschien met een grote dosis creativiteit nog steeds uitgelegd worden als een socialistisch programma, maar het maakt ook de weg vrij om afstand te nemen van de oude socialistische idealen, en de weg op te gaan van een sociaal-democratisch programma – slechts de scherpe kantjes van het kapitalisme afhalen, zonder de maatschappij fundamenteel te veranderen. Offensief heeft uiteraard de waarheid niet in pacht, ook wij hebben ons in het verleden meermaals vergist. We willen de discussie daarover niet uit de weg gaan. Uit ons verleden in de PvdA hebben we echter een belangrijke les getrokken. De ontwikkeling van de PvdA naar een neoliberale partij was geen toeval, maar het logisch gevolg van het verlaten van de socialistische idealen. Wat begint als een pragmatischer sociaal democratische koers eindigt onvermijdelijk daar waar de PvdA is beland.

De gevolgen van die koerswijziging laat zich op allerlei vlakken voelen. De standpunten van de SP over de NAVO en het koningshuis zijn de afgelopen jaren afgezwakt. Ook in de praktijk is er een verschuiving opgetreden. De actie werd minder belangrijk, en de parlementaire weg steeds belangrijker. De SP heeft enorme mogelijkheden laten liggen om het voortouw te nemen in het organiseren van een strijdbare oppositie binnen de vakbeweging en in het organiseren van massale actie. In plaats daarvan worden alle kaarten gezet op het winnen van stemmen, zetels, en steeds meer ook op regeringsdeelname. Wij denken dat het meedoen aan verkiezingen, het plaatsnemen in gemeenteraden en Tweede Kamer zeer nuttig kan zijn, maar dat werkelijke veranderingen niet kunnen worden afgedwongen zonder massale actie.

Lokaal is de SP al in coalities gestapt met neo-liberale partijen. Dit heeft tot gevolg gehad dat de SP lokaal heeft meegewerkt aan verslechteringen, zoals bijvoorbeeld de privatisering van een busbedrijf in Nijmegen. Nu richten alle pijlen zich op regeringsdeelname, in coalitie met de PvdA of zelfs het CDA, zoals Marijnissen in de Volkskrant betoogde. Wij hebben hier steeds tegen gewaarschuwd; niet dat we in principe tegen regeringsdeelname of coalities zijn, maar een coalitie waaraan de SP deelneemt zou een duidelijke breuk moeten maken met het neo-liberale beleid. Zo’n coalitie zou een socialistisch programma moeten doorvoeren, met speerpunten als arbeidstijdverkorting met behoud van loon, grote investeringen in zorg, onderwijs en openbaar vervoer, terugdraaien van privatiseringen en verhoging van de uitkeringen en het minimumloon. Wij betwijfelen of een dergelijk programma kan worden uitgevoerd in een coalitie met neo-liberale partijen als de PvdA en zeker het CDA. Eerder nog zou de SP in zo’n coalitie door de andere partijen gebruikt worden om het vuile werk op te knappen en bezuinigingen door te voeren, zeker in een situatie van economische crisis. Daarmee zou de SP haar eigen graf delven.

Waarom royementen?

Wij denken dat het juist vanwege onze kritiek op regeringsdeelname met neo-liberale partijen is, dat het partijbestuur ertoe over is gegaan om Offensief-leden te royeren. Het lijkt wel alsof het deze kritiek de mond wil snoeren, en hoopt zo te voorkomen dat een meer wijdverspreide oppositie tegen regeringsdeelname ontstaat als de SP in de toekomst in een coalitie zou stappen. Zou het kunnen dat Offensief slechts het eerste slachtoffer is? Is het doordat we consequent zijn in onze ideeën en georganiseerd dat we ondanks onze geringe grootte een bedreiging vormen voor diegenen die koste wat kost in de regering willen komen?

Als het zo is en er komt geen protest tegen dit soort methoden, dan zal de leiding van de SP er niet voor terugdeinzen om in de toekomst ook vele andere leden, die in haar ogen te links of te kritisch zijn, de partij uit te smijten. Het besluit dat wij niet langer welkom zijn in de SP is genomen zonder ons ook maar één gelegenheid te geven onszelf te verdedigen. De speciale onderzoekscommissie die werd ingesteld naar Offensief heeft geen van onze leden gehoord, wij zijn niet eens op de hoogte gesteld van haar bestaan.

Met dergelijke methoden speelt de partijleiding de tegenstanders van de SP in de kaart, die maar al te graag de SP afschilderen als een dictatoriale, stalinistische partij. In het post-stalinistische tijdperk heerst er sowieso veel wantrouwen tegenover politieke partijen onder gewone jongeren en arbeiders. Een gebrek aan openheid en interne partijdemocratie, elke zweem van centralisme en top-down-methoden, zal jongeren en arbeiders weerhouden om zich aan te sluiten, laat staan zich actief in te zetten, bij de SP. Zolang de partij er electoraal op vooruit gaat, zal het effect daarvan zich nauwelijks laten voelen, maar zodra het electoraal wat minder wordt kan dit een uittocht tot gevolg hebben.

Sinds wij zijn toegetreden tot de SP, hebben wij tegenwerking vanuit de partijleiding ondervonden. We werden bij verschillende gelegenheden onder druk gezet om ons blad niet te verkopen, en enkele van onze leden werden uit ROOD, de SP-jongerenorganisatie, geschorst, één zelfs geroyeerd. Steeds werd dit met bureaucratische argumenten verdedigd. Als hoofdreden voor het laatste besluit van het partijbestuur wordt gesteld, dat Offensief een “partij in de partij” zou vormen. Maar de arbeidersbeweging heeft, in Nederland en internationaal, een traditie van openheid, van vrije democratische discussie, inclusief het recht om je binnen de partij te organiseren rond specifieke ideeën– als een platform, een fractie, of, zo zou het partijbestuur het zien, als “partij in de partij”. Ook in de communistische partij van Rusland was dit lange tijd heel normaal. En met reden: als je de zware taak op je neemt om de maatschappij te veranderen, dan is een open en vrije uitwisseling van ideeën binnen je partij over de weg vooruit absoluut noodzakelijk. Pas onder Stalin, en later onder Mao, ontstonden de monolithische communistische partijen waarin kritiek en fractievorming een misdaad was. Zijn dat de tradities waarop de partijleiding wil teruggrijpen?

Sluit je bij ons aan!

We betreuren deze ingreep van de partijleiding, maar zullen ons niet zomaar het zwijgen laten opleggen. Elke dag zien we het failliet van het kapitalisme, worden we geconfronteerd met economische crisis, ecologische crisis, oorlog in Gaza en Afghanistan… De strijd voor het socialisme is actueler dan ooit. Wij roepen leden en sympathisanten van de SP op om samen met ons te vechten voor het socialisme. Wij roepen niet op om de SP te verlaten, maar samen met ons te vechten voor een echte en democratische socialistische partij, binnen en buiten de SP. Sluit je bij ons aan!

3 mei 2008

Over onze partij

Filed under: Democratie in de SP,Socialisme — platformrosa @ 12:10 10

Willem de Vroomen, oud-partijcoryfee en een van de kartrekkers van de SP in Alkmaar, schreef in 2001 een discussiestuk over de staat van de partij naar de afdelingen. Willem was een SP’er van de ‘oude stempel’ die een terugkeer naar de massalijn bepleitte. Platform ROSA heeft niet de beschikking over het oorspronkelijke stuk van Willem, maar plaatst bij deze de reactie van Johan Kwisthout. Hoewel deels gedateerd denken wij dat het nog steeds relevant is in de discussie over de koers van de SP anno 2008.

Over onze partij

bijdrage aan de discussie door Johan Kwisthout, fractievoorzitter SP Breda

‘Het gaat niet zo goed met de partij als sommigen denken, en velen willen dat het gaat’, zo stelt Willem de Vroomen (en anderen) in het stuk Over de partij, gezonden aan de partijafdelingen. Willem stelt onder andere het volgende vast:

– we groeien niet of nauwelijks meer;
– onze bijdrage verschuift steeds meer naar ‘publicity’ en minder naar de inhoud;
– alles draait om zetels, verkiezingswinst;
– de verhouding tussen partijapparaat en leden is niet zoals deze moet zijn.

In de notitie wordt vooral ingegaan op de massalijn, het bedrijvenwerk, scholing, de ideëen van de partij en de organisatie. Ik zal op deze punten puntsgewijs reageren en er het nodige aan toevoegen. Waar ik ‘Willem’ citeer bedoel ik de schrijvers van het stuk, waarvan Willem de woordvoerder is. Overigens betreur ik het dat de overige initiatiefnemers niet worden genoemd.

massalijn
Het ‘naar de mensen toegaan’ wat de SP kenmerkt, of in ieder geval kenmerkte, is niet door de SP uitgevonden. Theoretisch is dit uitgewerkt door Mao Zedong, een der inspiratoren van de SP in de jaren zeventig. Zijn theorie (laten we de praktijk van maoistisch China even buiten beschouwing) was, dat de communistische partij naar de arbeidersklasse moest gaan, van hen moest leren wat er speelde, dit politiek uit moest werken en hiermee weer terug naar de mensen moest gaan (even kort gezegd). Of zoals Willem het stelt: ‘het werk van onze partij moet steeds aansluiten bij de gedachten, de belangen en de verlangens van grote groepen van de bevolking. En moet gericht zijn op de organisatie van al die mensen.’

Dit is echter maar één kant van het verhaal. De andere is dat een socialistische partij (of die nu communistisch heet of niet) ook moet fungeren als de voorhoede van de arbeidersklasse, de leiding van de strijd voor een betere maatschappij op zich moet nemen, de arbeidersklasse moet overtuigen van de juistheid van haar ideëen, en de meest klassebewuste arbeiders moet proberen te organiseren. Te veel de nadruk leggen op de ene poot zorgt ervoor dat we het toekomstperspectief – een socialistische maatschappij – uit het oog verliezen en vervallen in populisme, het simpelweg versterken van het geluid waar ‘de massa’, al dan niet beinvloed door de massamedia, op enig moment zich druk om maakt. Leggen we daarentegen teveel de nadruk op de andere poot, dan vervallen we tot studeerkamergeleerden, die het ‘achterlijke volk’ wel eens even uit zullen komen leggen hoe de wereld in elkaar steekt.

Beide zijn nodig om stappen vooruit te kunnen zetten. We moeten bij onze uitingen, ons optreden, onze toon en tactiek rekening houden met de objectieve situatie, met het bewustzijn van de arbeidersklasse. Maar we moeten zeker niet stil blijven staan bij de strijd voor dagelijkse belangen, maar deze strijd proberen verder te trekken. Immers, overwinningen geboekt binnen het kapitalisme zijn slechts tijdelijk. Om een concreet voorbeeld te noemen: in de Biesbosch-actie had de SP de strijd verder moeten politiseren, duidelijk moeten maken dat zolang grond en delfstoffen in handen zijn van het kapitaal, dit soort excessen zich voor blijven doen. De SP had gebruik moeten maken van de gunstige omstandigheden van verzet en kritiek om dit verzet te politiseren en in ieder geval een poging moeten ondernemen om het politiek bewustzijn van de betrokkenen op een hoger plan te tillen. Het nalaten hiervan kenmerkt de SP anno 2001.

bedrijvenwerk
Willem maakt een correcte analyse van de maatschappij en de klassentegenstellingen. Ook hier geldt nadrukkelijk, dat wij bij het werk in kantoor en fabriek ons niet moeten beperken tot concrete eisen in het hier en nu, maar duidelijk moeten proberen te maken dat slechts een internationale socialistische revolutie in staat zal zijn om de macht van het kapitaal definitief te breken. Dat is geen gemakkelijke, eenvoudig te verkondigen boodschap, maar dat moet ons er niet van weerhouden deze link constant te leggen, steeds een koppeling moeten maken van de concrete eisen van de arbeidersklasse naar de strijd voor een socialistische maatschappij. Wij zijn immers geen sociaal-democratische, maar een socialistische partij, die niet slechts de ruwe kantjes van het kapitalisme af wil vijlen, maar het kapitalisme als achterhaald en onrechtvaardig systeem overboord wil zetten.

Wij moeten ons dan ook niet alleen als een electoraal alternatief presenteren voor de meer bewuste vakbondsleden (waaronder de SP al populairder is dan het landelijk gemiddelde), maar een werking ontwikkelen richting die vakbondsleden die in verzet beginnen te komen tegen hun eigen, verrotte leiding, zoals de NS-ers bij de personeelscollectieven. Bijvoorbeeld: in plaats van ons alleen op de ‘het publiek’ te richten met pamfletten tijdens de NS-stakingen (waarin het overigens prima initiatief van het NS-Reizigerscollectief werd verzwegen), hadden we juist ook onze leden bij het spoor bijeen moeten roepen, en een strategie uit moeten stippelen. Een strategie om samen met andere linkse krachten in de bond een strijdbare vleugel op te zetten tegen de leiding in. Een dergelijk initiatief leidde onlangs, daags na de verkiezingsoverwinning van Labour in Engeland, tot het ‘heroverwegen’ van de traditionele banden tussen UNISON, de grootste Britse bond, en diezelfde Labourpaty die gekenmerkt wordt door haar anti-bond-beleid en haar privatiseringen.

Uiteindelijk ligt alle kracht tot verandering niet in het parlement, maar in de strijdbare arbeidersbeweging, waarin trouwens jongeren een stimulerende rol als ‘aanjager’ in kunnen spelen. Kijk maar hoe de grootste algemene staking in Griekenland sinds decennia onlangs bereikte wat via het parlement niet lukte: het stoppen van (door de EU gestelde) plannen van de regering om de pensioenen drastisch uit te kleden.

scholing
Scholing in het kunnen begrijpen en analyseren van de wereld om ons heen, de lessen van de geschiedenis kunnen trekken, en de dynamiek van de maatschappij kunnen beoordelen, is noodzakelijk voor iedereen die zich socialist noemt. Het getuigt van een verregaande vorm van genoegzaam achterover leunen als kameraden stellen geen scholing nodig te hebben, er van uit gaan zelf wel hun analyse kunnen maken. Het onstaan van een dergelijke cultuur leidt tot subjectivisme en trekt een zware wissel op het vermogen van de partij in al haar geledingen om een correcte analyse van de gebeurtenissen om ons heen te maken. Aangezien de strijd voor het socialisme niet iets van de laatste tien jaar is, is het noodzakelijk om ook de lessen van de geschiedenis te bestuderen. Niet uit historische belangstelling, maar om wetmatigheden in de ontwikkeling van de maatschappij te kunnen ontdekken, om ons als partij te kunnen wapenen tegen eerder gemaakte fouten.

Naast een basis in de marxistische filosofie (het dialectisch materialisme) is het ook van groot belang om bijvoorbeeld te bestuderen waarom de Russische arbeiders er in 1917 wel in slaagden om de macht te grijpen, en de Franse in 1968 werden teruggeslagen in een situatie die minstens zo gunstig was. Waarom de Sovjet-staat na een succesvolle start in de jaren ’20 degenereerde tot een Stalinistische bureaucratie, enzovoort. Nogmaals: niet uit (louter) historische interesse of om dogmatisch stellingen van Marx en Lenin in 2001 toe te passen, maar om de ervaringen die in de lange strijd zijn opgedaan te kunnen gebruiken in de strijd anno nu. Helaas beperkt de SP haar politieke scholingen vandaag de dag tot het ‘uitleggen’ van wat er in Heel de Mens staat.

onze partij
Willem schrijft in de notitie: ‘De SP staat terecht op het standpunt dat de parlementaire democratie de meest democratische bestuursvorm is. Tenslotte is de parlementaire democratie gebaseerd op het principe van “one man, one vote”, democratischer is eigenlijk niet denkbaar.’ In werkelijkheid is de democratie zoals wij die kennen beperkt tot ‘one man, one vote eens per vier jaar’, is zij beperkt in haar macht (het reilen en zeilen van de economie valt er bijvoorbeeld niet onder, want de – grote – bedrijven zijn nu prive-eigendom), en staat op een voetstuk hoog boven de maatschappij. De belangrijke beslissingen worden gemaakt op de aandeelhoudersvergadering van Shell en Philips, de ingrijpenste plannen op al dan niet informele bijeenkomsten van Europese topindustriëlen. De burgerlijke parlementaire democratie lijkt mij dus een slecht uitgangspunt voor de democratie zoals wij die voorstaan; een democratie van onderop.

Wat dan wel? Laten we eens kijken hoe de arbeidersklasse zelf de maatschappij organiseert als zij het voor het zeggen heeft. In de Russische revoluties in 1905 en 1917, maar ook bijvoorbeeld in Frankrijk in 1968, namen de arbeiders het heft zelf in handen nadat ze de fabrieken hadden bezet. Zij richtten comités op die zich bezig hielden met de organisatie van de productie, met kameraden die zij uit hun midden hadden gekozen, die aan hen verantwoording verschuldigd waren en die zij bij gebleken ongeschiktheid konden vervangen. Op vaak grote bijeenkomsten, waarop iedereen zijn zegje kon doen, werd de koers bepaald. De studenten op de universiteiten en de arbeiders op het platteland organiseerden zich op een zelfde manier. De sovjets (raden) in Rusland, de comités in Frankrijk waren de embryo’s van een socialistische democratie van onderop.

In zijn boek ‘Staat en Revolutie’ beschrijft Lenin de eisen aan een arbeidersdemocratie, die wat mij betreft nog recht overeind staan:

  • Verkiezing van alle vertegenwoordigers op alle niveaus
  • Herroepbaarheid van alle vertegenwoordigers door hun achterban
  • Een arbeiderssalaris voor een arbeidersvertegenwoordiger

Willem constateert terecht, dat voor het bereiken van het socialisme meer nodig is dan 51 procent van de stemmen. Wie het idee heeft dat het socialisme voor het grijpen ligt als we eenmaal zover zijn, heeft weinig geleerd van Chili in 1973. De ondernemers startten toen onmiddellijk een boycot, een investeringsstop en aarzelden zelfs niet om het leger onder leiding van Pinochet een staatsgreep te laten plegen toen de socialistische partij aldaar de meerderheid bij verkiezingen kreeg en trachtte via het parlement socialistische hervormingen door te voeren. Door de illusies van Allende in de parlementaire democratie ontbrak het de arbeiders aan wapens om zich te verzetten tegen de terreur. Nog nooit heeft het kapitalisme vrijwillig afstand gedaan van haar macht. Om het kapitaal het zwijgen op te leggen is het nodig dat de economische macht uit handen van de kleine kapitalistische klasse gerukt wordt en terecht komt bij de arbeidersklasse.

de organisatie
Willem constateert een bepaalde spanning tussen ‘Rotterdam’ als centrale partijorganisatie en de partij, c.q. de afdelingen in het land. Leden in een afdeling voelen zich vaak minder betrokken bij de landelijke partij, minderheidsstandpunten krijgen nauwelijks de kans om te concurreren met het ‘officiële’ partijstandpunt. Dit leidt bij veel leden tot vervreemding van de partijtop.

De traditionele organisatievorm van een socialistische organisatie is het democratisch centralisme: belangrijke besluiten worden genomen na een uitgebreide interne discussie, waarbij iedereen zijn of haar zegje kan doen, waarna het door een meerderheid genomen besluit uitgevoerd wordt. Dit werkt uitstekend, zolang er aan de voorwaarde van de interne discussie wordt voldaan. Zeker in perioden voorafgaand aan congressen en andere belangrijke beslismomenten is het mogelijk dat verschillende meningen naast elkaar bestaan in de partij, dat er alternatieve documenten worden opgesteld, of dat leden zich organiseren rondom een standpunt of manifest (zoals het discussiestuk van Willem c.s.). Dat is een gezonde ontwikkeling in een gezonde, democratisch georganiseerde partij. Je kunt immers niet verwachten of eisen dat alle 26.000 leden hetzelfde denken.

De organisatie van de partij, zowel landelijk als plaatselijk, moet er op gericht zijn om dit democratisch proces de ruimte te geven. Denk dan bijvoorbeeld aan:

  • Maandelijkse afdelingsvergaderingen waarop de politieke koers bepaald wordt en belangrijke organisatorische besluiten worden genomen;
  • Congressen die minimaal eens per jaar worden gehouden en waarop meer ruimte is voor discussie dan nu;
  • Opvoeren van de frequentie van de Partijraad;
  • Omvorming van Spanning van een ‘mededelingenblad’ van het partijbestuur naar een discussie-forum wat open staat voor verschillende stromingen en inzichten die binnen de partij leven;

jongeren
Het socialisme, in welke vorm dan ook, is in discrediet gebracht toen met de val van de muur bleek welke misstanden er, onder de vlag van het ‘socialisme’, in de Oostblok-landen hebben plaatsgevonden. Helaas heeft de SP nooit een duidelijke analyse gemaakt van wat er nu fout ging, waarom het aanvankelijk zo succesvolle initiatief verpletterd werd onder bureaucratie en terreur. Maar al was dat gebeurd; het idee dat er een andere wereld mogelijk was kreeg een stevige knauw en het kapitalisme (en haar meest recente vorm, het neo-liberalisme), als ‘enig overgebleven initiatief’ vierde hoogtij.

Inmiddels is er echter een groep jongeren die niet de verwarring en de ideologische nederlaag van het zogenaamde socialisme heeft meegemaakt, en die op zoek is naar een alternatief. De anti-kapitalistische beweging groeit snel, óók in Nederland waar in juni honderen radicaal-linkse actievoerders, vooral jongeren, samenkwamen om te bespreken hoe de beweging verder opgebouwd kon worden. De massale demonstraties in Nice, Praag, Gothenborg en in Genua hebben een duidelijk anti-kapitalistisch karakter en radicaliseren snel. Veel jongeren zijn ervan overtuigd dat ‘dit systeem’ niet deugt en zijn zoekende naar een alternatief. Juist daarom is het van belang dat de SP intervenieert in deze beweging en een campagne opstart om duidelijk te maken waar wij voor staan en hoe wij het socialisme willen bereiken.

Natuurlijk zijn ervaring en continuiteit belangrijk, maar het kan ook niet vaak genoeg gezegd worden dat jongeren de toekomst vormgeven. Er bestaat een wijdverbreid misverstand dat het Communistisch Manifest is geschreven door twee oude mannen met grote grijze baarden. Integendeel: Marx en Engels waren dertig respectievelijk achtentwintig toen zij dit manifest opstelden; Marx had een korte zwarte baard en Engels zelfs géén. Trotski was zesentwintig toen hij in 1905 de leiding had in de Petrogradse Sovjet. De opstand in Frankrijk in 1968 werd in gang gezet door studenten en scholieren en gevolgd door tien miljoen stakende arbeiders. Ook anno 2001 zijn het de jongeren die voorop lopen in de strijd.

internationalisme
Misschien wel de belangrijkste reden dat de Sovjet-Unie is verworden van een ontluikende socialistische maatschappij tot een stalinistische bureaucratie is haar isolatie. Hoewel in de perioden vlak na de twee wereldoorlogen een revolutionaire golf door Europa waarde, is alleen in Rusland de arbeidersklasse erin geslaagd de macht te grijpen. Het mislukken van de revoluties in Europa en China tussen W.O.I en het einde van de twintiger jaren leidde tot demoralisatie bij de arbeiders en uiteindelijk het door Stalin naar voren gebrachte idee dat het mogelijk was op het socialisme in één land op te bouwen.

Het kapitalisme kan slechts definitief overwonnen worden als de revolutie (die uiteraard in één land begint) overslaat en de arbeidersklasse internationaal de macht grijpt. Het is een gevaarlijk waanidee dat Nederland als enige de kapitalisten de deur ‘uit kan gooien’ en een socialistisch ‘eiland’ kan vormen. Aangezien het kapitaal internationaal georganiseerd is, dient ook de beweging die opkomt voor het socialisme internationaal te zijn. Helaas beperkt de SP zich tot informele contacten met partijen elders, en op zijn best samenwerking in de linkse fractie in het Europarlement.

De SP zou nauwere samenwerkingsverbanden aan moeten gaan met socialistische partijen in andere landen met een gelijksoortig programma. Zo kunnen we onze strijd- en actiemethoden op elkaar afstemmen, leren van elkaars ervaringen, successen en fouten, en onze krachten bundelen. Door historische oorzaken (de maoistische afkomst) is de SP nationaal georganiseerd, en niet internationaal. Dat mag echter geen reden zijn om niet over de grens heen te kijken, om nauwer samen te werken met andere organisaties in het buitenland, en om uiteindelijk te streven naar een internationale federatie van socialisten. Of zoals Marx en Engels in het Communistisch Manifest stelden:
‘Arbeiders aller landen, verenigt U!’

Johan Kwisthout, juli 2001

18 januari 2008

Democratie: een goed voorbeeld

Filed under: Democratie in de SP,Partijorganisatie — platformrosa @ 3:42 42

Veel is er in de afgelopen maanden geschreven over het vermeend ondemocratisch handelen van de SP. Leden zouden niets te vertellen hebben of zelfs bang zijn om kritiek te geven. Inderdaad kennen de SP-statuten formeel een minimum van slechts één ledenvergadering per jaar, waarin het bestuur wordt gekozen. Dat is inderdaad erg weinig, en Platform Rosa is er dan ook voorstander van om afdelingen vaker bij elkaar te laten komen. Sommige afdelingen brengen dat al in praktijk.

In de Bredase SP-afdeling zijn er al jarenlang maandelijkse ledenvergaderingen, door de bank genomen op de eerste maandag van de maand (de sirenes zijn een mooie ‘reminder’ voor de vergadering dezelfde avond). Op deze vergaderingen doen de raadsleden verslag, worden de politieke ontwikkelingen besproken en worden standpunten bepaald. Soms, als er verschil van inzicht bestaat over de koers van de partij, wordt hierover een aparte ledenvergadering georganiseerd waarbij alle partijleden hun mening op papier kunnen zetten die onder de leden wordt verspreid. Bureaucratische vergadertijgers? Nee, vergaderen moet je niet meer doen dan noodzakelijk, maar meningsverschillen moeten uitvoerig besproken kunnen worden waarbij ieder lid zijn of haar zegje kan doen. Na discussie en stemming is het dan ook afgekaart: als we samen X hebben besloten, dan is X het partijstandpunt waar iedereen zich bij neer legt. Democratie is een onmisbaar ingrediënt voor slagkracht, planning en effectiviteit. Dat heeft het vastlopen van de strikt van bovenaf opgelegde planeconomie in het Oostblok wel aangetoond.

In december 2007 heeft deze ledenvergadering het Strategisch Plan 2010 vastgesteld, waarin de partij de voorwaarden voor succesvolle gemeenteraadsverkiezingen bespreekt en plannen maakt om zo beslagen mogelijk ten ijs te komen en voorbereid te zijn op iedere mogelijke uitslag. Dit Strategisch Plan was opgesteld door een werkgroep bestaande uit een brede afspiegeling van leden binnen en buiten het bestuur en de fractie. Onderdeel van het plan om kaderleden op te leiden, was het verkleinen van het bestuur in omvang én invloed ten gunste van de ledenvergadering. De werkgroep – en in meerderheid de ledenvergadering – vond dit een noodzakelijke stap om verder te groeien.

Hoe dat zo? Tot voor kort was de stelling ‘iedereen die wil, kan bestuurslid worden’. Op een gegeven moment was het bestuur aangegroeid tot 15 personen, waaronder alle raadsleden. In de praktijk kwam het erop neer dat de ALV (waar gemiddeld zo’n 30-35 vaste bezoekers komen) formeel dan wel de baas was, maar een belangrijk deel van de meningsvorming in het bestuur plaats vond. De leden stonden daarmee feitelijk al voor een deel buitenspel. Daar kwam bij dat het bestuur door zijn omvang log en onhandelbaar was, maar aan de andere kant dat het potentieel aan actieve leden niet aangeboord werd. Als er wat moest gebeuren, werd de kring in het bestuur rondgekeken en niet verder.

Dat ging zo niet verder. Het bestuur werd verkleind tot het noodzakelijke aantal leden om de organisatorische verantwoordelijkheden te kunnen verdelen, in ons geval zeven. Het praktische werk van de afdeling vindt plaats in werkgroepen, het bestuur beperkt zich tot organisatorische afstemming en coaching van de werkgroepen en de politieke leiding ligt vanaf nu nadrukkelijk bij de ledenvergadering. Alleen zo slagen we er in om meer mensen te betrekken bij het werk van de partij, meer leden in de praktijk op te leiden als strijdbare, ervaren socialist, en simpelweg: meer aan te pakken. Noodzakelijk om in 2010 een knallende verkiezingsuitslag te behalen én om in de jaren daar naar toe voldoende capabele raadsleden, bestuurders, activisten en wethouders ‘klaar te stomen’.

Johan Kwisthout

28 november 2007

15de SP-congres

Filed under: Congres,Democratie in de SP,Partijorganisatie — platformrosa @ 11:38 38

De fundamenten versterken. Ten behoeve van een socialistisch project of om zo snel mogelijk rechtsaf te slaan richting sociaal-democratie?

Op zaterdag 24 november hield de Socialistische Partij haar vijftiende congres in de voormalige Van Nelle fabriek te Rotterdam. Dit congres werd voorafgegaan door een periode van interne conflicten, waar de diverse media gretig op in gingen. De partij raakte naast een Senaatszetel (Düzgün Yildirim) vele andere electorale posities op vooral lokaal vlak kwijt. Na de monsteroverwinning bij de laatste Tweede Kamerverkiezing wilde de SP-leiding de partij op diverse terreinen voorbereiden op verdere electorale groei en uiteindelijk regeringsdeelname. Kortom, de fundamenten van de partij moesten versterkt worden om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen en het project van het verder opschuiven naar het politieke midden te voltooien. Dat de SP in de afgelopen periode slecht in de publiciteit kwam zou vooral te wijten zijn aan groeistuipen en onduidelijkheid over afspraken en gebruiken in de partij.

Democratie en politiek
Als we nu terugkijken op de gevolgde procedure bij de pre congresdiscussie stuiten we op een probleem dat ook op het congres zelf niet is opgelost. Zo was er nauwelijks sprake van horizontale discussiestructuren tussen de leden van verschillende afdelingen en regio’s. Discussies vinden vooral getrapt plaats via afgevaardigden en verticale structuren.
De verkiezing van de kandidaten voor het partijbestuur leek meer op de holle verkiezingsretoriek, zoals we die zo vaak meemaken bij de partijen van de gevestigde orde, dan op het zich werkelijk programmatisch en ideologisch positioneren van de kandidaat. Met andere woorden, er waren nauwelijks verschillen en er was zeker geen sprake van verrassende uitlatingen.
Wie de congresteksten plus amendementen doornam kon concluderen dat de discussie zich concentreerde rond de volgende thema’s:

  • de kwestie van de dubbelfuncties oftewel het stapelen van functies
  • de roep om op alle niveau’s meer verantwoording af te leggen (o.a. door verslaglegging)
  • de relatie tussen de plaats in de organisatie van Partijbestuur, Partijraad en congres.
  • de afdrachtregeling
  • het buitenlandwerk oftewel het internationalisme en het belang van een speciaal bureau hiervoor
  • het afwezig zijn van horizontale discussiestructuren voor de leden
  • het vakbondswerk oftewel de noodzaak van de opbouw van een strijdbare en democratische vakbeweging
  • de plek van de regiobestuurders en de onduidelijkheden rondom hun taken en bevoegdheden

Opvallend was dat in de afgelopen periode bijna iedere opposant binnen de SP, en dan vooral die van het Comité Democratisering SP (CDSP), in de armen werd gesloten van de burgerlijke media. Het motto leek wel: de vijand van mijn vijand is mijn vriend. Veel van de voorstellen van het CDSP waren helemaal niet zo democratisch en bovendien werden ze niet verbonden met een socialistisch perspectief. Zo was de motie over ‘De Tribune’ ronduit beroerd.
Men schijnt niet te begrijpen dat het Marijnissen was die Elma Verhey heeft beloofd dat zij over een ruime mate van redactionele onafhankelijkheid kon beschikken. Dit was toen nergens in de partij besproken en nergens is zo’n besluit terug te vinden. Het lijkt een beetje op hoe Ali Lazrak opeens uit het niets op de Tweede Kamerlijst terecht kwam. ‘De Tribune’ is het orgaan van de partij. De partij moet beslissen over dit soort ingrijpende zaken en niet Marijnissen die iemand van buitenaf paait en een baantje onder bepaalde bijzondere voorwaarden belooft. Wat moeten we trouwens denken van zo’n onafhankelijke redactie. Op die wijze komt te veel macht te liggen bij een ongekozen groepje dat gebruikt maakt van een persorgaan dat tenslotte betaald wordt door de partij en de gewone leden. Dit betekent anderzijds ook niet dat zo’n blad het huisorgaan van Marijnissen moet worden (‘his masters voice’). ‘De Tribune’ zou niet alleen de partijstandpunten naar voren moeten brengen, maar ook moet het blad discussie stimuleren en de politieke meningsvorming in de partij op een hoger plan brengen. Dat hoeft overigens niet per definitie te leiden tot een saai blad dat discussies verstomt, integendeel.
Het doorlopen traject van Yildirim met zijn ‘Solidara’ is helemaal triest. Op het punt van de NAVO (omvormen tot vredesmacht) en het behoud van het koningshuis haalt hij de SP rechts in.

Tegenwicht vanuit diverse afdelingen
Op het congres zelf waren het vooral de amendementen uit de afdelingen Breda, Purmerend, Rotterdam, Utrecht en Velsen die poogden de congrestekst op essentiële punten bij te stellen. Het ging hierbij om het gewicht van het Partijbestuur in de Partijraad, die tussen de congressen door formeel het hoogste orgaan is. Het PB drukt echter sterk haar stempel op diezelfde Partijraad, waardoor die raad haar rol niet kan vervullen. Hoewel de SP onder migranten populair is in het stemhokje lukt het onvoldoende om deze belangrijke groep van de werkende bevolking ook te winnen als actief lid. Het internationalisme van de partij wil ook maar niet echt van de grond komen. Het is voornamelijk een verantwoordelijkheid van de diverse parlementaire vertegenwoordigers.
De congrescommissie had slechts een luttel aantal amendementen overgenomen hetgeen op veel kritiek kon rekenen vanuit de zaal. Veelal bestond het commentaar uit ‘overbodig’ of ‘gebeurd al’. Formeel mocht dat dan soms het geval zijn, de praktijk zoals ervaren door de afgevaardigden was vaak heel anders. Om een deel van de kritiek te doen verstommen nam de congrescommissie dan ook toch maar een groot deel van dit soort amendementen over. Het is natuurlijk nu wel zaak om te zien of dit in de praktijk nu wel gevolgen zal hebben.
Het congres nam diverse belangwekkende actuele moties aan. Vooral die over het verlenen van morele én materiële steun aan de oppositiebeweging tegen de Pakistaanse dictator generaal Musharraf was een voorbeeld van hoe het internationalisme gestalte kan krijgen.

Hoe nu verder?
Opvallend bij de stemmingen was dat er nu minder dan voorheen eensgezind werd gestemd. Er is duidelijk sprake van meer posities en ook trachtten verschillende afgevaardigden en afdelingen een meerderheid te winnen voor deze alternatieve voorstellen. Dit gebeurde overigens met wisselend succes. Opvallend in de congresverslagen zoals die in de burgerlijke media verschenen was het totale gebrek aan belangstelling voor dit soort ontwikkelingen. In de toekomst zal het nog belangrijker zijn om in een vroeg stadium met gelijkgezinden de congresdiscussie te coördineren. Dit toont nogmaals het belang aan van horizontale structuren. De noodzaak van meer discussie en democratie blijft hoog op de agenda staan. Maar deze moet wel verbonden worden met het perspectief van de opbouw van een radicaal-socialistische kracht. Een Socialistische Partij die wil breken met het kapitalisme, met autoritaire, verkrampte bestuurspraktijken en die een verdere sociaaldemocratisering een halt toe roept.

11 september 2007

De SP: op weg van mao-stalinisme naar sociaal-democratie

Filed under: Democratie in de SP,Partijorganisatie,Socialisme — platformrosa @ 11:42 42

Tijd voor een linkse afslag naar socialistische partijdemocratie

De mao-stalinistische oorsprong is in belangrijke mate verantwoordelijk voor de ondemocratische praktijken in de SP. Net zoals de Chinese partijelite lijkt de SP-partijleiding enerzijds vast te willen houden aan een quasi socialistische ideologie en tegelijkertijd wil ze zich omvormen tot een politieke formatie die geen fundamentele bezwaren meer heeft tegen het kapitalistische model. Oppositie hiertegen dient dan ook gebaseerd te zijn op enerzijds het bestrijden van autoritair optreden en het vergroten van de betrokkenheid van de leden. Anderzijds moet voorkomen worden dat SP net zo ‘gewoon’ wordt als andere politieke partijen, en zich dus volkomen aanpast aan de status quo.

 

Democratisch-centralisme

Het oorspronkelijk door de SP formeel aangehangen democratisch-centralisme bestond vooral uit een nadruk op een top-down gecultiveerd centralisme. Democratische inbreng van de leden en vrije meningsvorming en discussie waren ver te zoeken. De partij is nog steeds angstig voor vormen van horizontaal contact en overleg tussen de leden. Democratisch-centralisme, overigens een begrip uit de vroege Duitse sociaal-democratie, kan alleen maar goed functioneren bij een juiste balans tussen beide. Dat houdt in, een zo groot mogelijke discussievrijheid en beïnvloeding van het ledenbestand om de achterban te winnen voor posities, platformen of tendensen. Als er eenmaal, na de discussie, een besluit is genomen dient dit loyaal uitgevoerd te worden.

De huidige SP heeft formeel afstand gedaan van haar maoïstische verleden. Toch zijn er nog allerlei sporen van te ontwaren. Denk aan het informele leiderschap van een kleine groep oudgedienden en nieuwelingen die hier loyaal aan zijn. Het stapelen van functies en de wijze van organiseren van congresdiscussies zijn andere voorbeelden.

 

Congresdiscussie

Niets wordt aan het toeval overgelaten bij de besluitvorming. Leden kunnen het over het algemeen niet onder elkaar over de afdelingsgrenzen heen discussiëren. Waar dat wel gebeurde, bijvoorbeeld via een voor niet-leden afgesloten internetsite, is dit als zeer negatief geëvalueerd. De regioconferentie- en congrestijd kent slechts voor een klein deel werkelijke discussie. Vooral de congressen staan in het teken van (internationale) gasten, het uitreiken van gouden tomaten, het vertonen van weer de nieuwste verkiezingsspot of een volgende wervelende campagne. De inbreng van congresgangers is over het algemeen niet meer dan een minuut spreektijd. Houd daarbij dan ook nog eens rekening met dociele afgevaardigden die hun kostbare tijd gebruiken voor het ondersteunen van de posities van de partijleiding, en je begrijpt dat er van werkelijke uitwisseling van opvattingen weinig of niets komt. Afgevaardigden hebben vaak de discussie in de afdeling niet meegemaakt en kunnen mee naar het congres, omdat het aantal toebedeelde plaatsen anders niet gehaald wordt. Veel congresgangers komen vooral met het vooruitzicht van een gezellig dagje uit. Dat is natuurlijk een legitieme wens, maar daar is het festival Tomaat meer voor geschikt. Wie het niet met de partijleiding eens is kan over het algemeen rekenen op hoon van de zaal. Het krediet dat de SP-leiding heeft opgebouwd door de praktisch ononderbroken reeks van verkiezingsoverwinningen is groot.

 

Formele democratie of bloeiende democratie?

Er is vanzelfsprekend een samenhang tussen de interne democratie van een partij en de doelstellingen die zij zegt na te streven. De SP heeft sinds enkele decennia geen alternatief meer voor de parlementaire democratie. Überhaupt had deze politieke traditie een vreemd soort opvatting van socialistische democratie. Veel verder dan ‘massalijn’ of ‘massademocratie’ is het niet gekomen. Tel daarbij op de minachting voor politieke en historische discussie en het is duidelijk dat de politiek theoretische en –historische discussie zwaar onderontwikkeld is. Dit vormt naar onze smaak dan ook een belangrijke verklaring voor het in een rap tempo opschuiven van de SP richting sociaal-democratie. Het electorale succes voedt speculaties over meeregeren op lokaal en nationaal vlak. Het beginsel- en verkiezingsprogramma (bijvoorbeeld NAVO-standpunt!, koningshuis, etc.) zijn al in belangrijke mate bijgesteld, opdat deze geen belemmering meer vormen voor regeringsdeelname. Hiertegen was zeer beslist wel oppositie te ontwaren, maar net zoals bij de congressen, was er geen grote animo om het electoraal oprukken van de partij in gevaar te brengen.

Het kaderblad Spanning gaf slechts een korte periode columnruimte aan partijleden die eens een andere mening naar voren wilden schuiven, dan die van Marijnissen c.s. Dat is spoedig van hogerhand gestopt. Opvallend genoeg zien we nu wel niet-partijleden (ja, zelfs vooraanstaande leden van andere partijen) hun visie geven op historische figuren en gebeurtenissen! Waarschijnlijk is dit ingegeven door een verlangen om de partij meer salonfähig te maken. Het probleem is dat we dit besluit nergens kunnen vinden. Pikant hierbij zijn natuurlijk ook de mondelinge en informele toezeggingen van Marijnissen en Van Heijningen aan Elma Verhey over het omvormen van het clubblad De Tribune tot een breed links blad. Toezeggingen worden gemakkelijk gedaan, en niet zo eenvoudig weer ingetrokken als het niet (meer) uitkomt!

 

Wie zijn de opposanten?

Maar waar zijn de leden die dit niet langer pikken? Lange tijd zagen we vooral individuen, die zich tegen de weinig flexibele partijleiding trachtten te verzetten. Een actief lid hier of een raadslid daar dat de publiciteit zocht en de partij betichtte van ondemocratische praktijken en of het afstand nemen van de oorspronkelijke standpunten. Vaak hoorden we hier na verloop van tijd niets meer van. Het aantal ex-leden moet inmiddels dan ook in de duizenden lopen! De combinatie van een verdere succesvolle electorale opmars van de SP en het ontbreken van formele horizontale ledennetwerken deed het merendeel van de opposanten in de vergetelheid geraken. Opvallend is overigens dat de meeste in opspraak geraakte SP volksvertegenwoordigers over het algemeen niet links in de partij staan. Ook Düzgün Yildirim en de grotendeels in de directe omgeving van Zwolle en de provincie Overijssel gestationeerde oppositiegroep heeft zich in het verleden nooit laten kennen als criticasters van de draai naar het politieke midden van de SP. De website van Yildirim en zijn vreselijke overschatting van het politieke belang van een Eerste Kamerzetel spreekt wat dat betreft boekdelen. Hij heeft op z’n minst de schijn tegen dat het hem om de zetel gaat en dat hij daar een groep getrouwen voor in stelling heeft gebracht. De eisen van het comité Democratisering SP zijn legitiem, maar de verbondenheid met de senaatszetel van Yildirim is politiek gezien niet sterk. Ook is het comité niet helder in zijn zienswijze op de afdrachtregeling en spreken leden ervan zich uit voor een meer losse band tussen partij en De Tribune.

Het royement van Yildirim is inmiddels uitgesproken en hij heeft aangegeven een eigen partij te beginnen. De vraag is of het netwerk om hem heen dan nog bij elkaar blijft. Wat bindt de betrokkenen? Zullen ze in staat zijn een nieuwe politieke formatie te vormen?

Het gevecht om democratisering van de SP van onderaf moet gebeuren. Die strijd zal gecombineerd moeten worden met een rem op de verdere sociaal-democratisering van de partij. Hulpmiddelen als formele horizontale ledenstructuren kunnen hierbij behulpzaam zijn. Overigens is het helemaal niet uitgesloten dat het verder naar het politieke midden opschuiven van de SP gecombineerd zal blijven worden met het handhaven van autoritaire structuren. De praktijken van diverse sociaal-democratische partijen in Europa (hebben) laten zien dat dit heel goed samen gaat.

 

September 2007
Platform ROSA

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.