Platform Rosa blog

Boekbespreking: 125 jaar Marx. Denken over zijn betekenis voor de 21e eeuw

De actualiteit van het marxisme als analysekader voor het kapitalisme

Karl Marx overleed in 1883. Tot 1989 was zijn naam voor veel mensen verbonden aan regimes die hun achterstand op de westerse wereld probeerden in te halen. Zij koppelden de naam van Marx aan die van hun eigen leiders en claimden het alleenrecht op het marxistische gedachtegoed.

Marx had zich echter altijd verzet tegen het gebruik van zijn naam voor een isme. Hij wilde geen ‘marxisme’ als fetisj, maar een manier van analyseren verspreiden onder socialisten. Die analyse is tot op de dag van vandaag de meest omvattende kritiek op het kapitalisme.
Doordat bovengenoemde stalinistische regimes het alleenrecht op zijn analyse opeisten, verloren veel mensen die het kapitalisme bekritiseerden de belangstelling voor Marx. Na de val van de muur leek het helemaal met hem gedaan.
De antiglobaliseringsbeweging, en de altijd aanwezige onderstroom van socialisten die de karikatuur van het socialisme zoals die in bijvoorbeeld Oosteuropa bestond afwees, resulteerden in hernieuwde aandacht voor deze antikapitalistische denker. De crisisverschijnselen die het kapitalisme sinds de laatste eeuwwisseling teisteren (oorlogen, kredietcrisis) brachten hem echter terug in het middelpunt van de belangstelling.

Radicale kritiek
In het boek ‘125 jaar Marx. Denken over zijn betekenis voor de 21e eeuw’ onder redactie van Sjaak van der Velden belicht een keur aan auteurs de waarde van Marx in het maatschappelijke debat. Marcel van der Linden wijst in zijn bijdrage ‘Marx voor de 21e eeuw’ op de effectiviteit van de door Marx gehanteerde klassenanalyse in het revolutiejaar 1848. Verder was hij zijn tijd ver vooruit bij het analyseren van wat later de globalisering zou heten. Michael R. Krätke bespreekt de actualiteit van Marx’ radicale kritiek op de burgerlijke maatschappij, de moderne staat en het kapitalisme. Naast het gelijk van Marx gaat hij ook in op thema’s waarvan Krätke vindt dat Marx ongelijk had: de wet van de dalende winstvoet en de verdeeldheid van de arbeidersklasse die op termijn toch niet zo homogeen werd zoals verwacht. Een open vraag blijft volgens hem hoe Marx een fenomeen als het ecologische vraagstuk zou hebben geanalyseerd. Aan bod komen onder meer de economische opvattingen van Marx en de globalisering van het kapitalisme. Van twee boeken van Marx, het ‘Communistisch Manifest’ en ‘Het Kapitaal’, zijn enkele fragmenten opgenomen. Het was de geestelijk vader van de Nederlandse sociaal-democratie, Frank van der Goes, die deel een van ‘Das Kapital’ voor het eerst in het Nederlands vertaalde. Verder is in het boekje een mooie toespraak opgenomen van Friedrich Engels bij het graf van Marx op de Highgate begraafplaats in Londen op 17 maart 1883. Een buitenbeentje vormt het interview met Pascal Lamy, voorzitter van de Wereld Handels Organisatie (WTO). Een organisatie die toch echt niet bekend staat als een herverdeler van de wereldrijkdom.

Dialectische eenheid van theorie en praktijk
Interessant in de prettig leesbare bundel zijn verschillende opmerkingen die verder jammer genoeg niet uitgewerkt worden. Zo maakt Van der Velden een onderscheid tussen de Marx de analyticus en Marx de politicus. De laatste krijgt het verwijt zich nogal eens bezondigd te hebben aan uitspraken, die zouden zijn bepaald door de waan van de dag. Een zelfde onderscheid maakt Lamy in zijn bijdrage aan de bundel. Ik denk dat het niet zo gemakkelijk is om een verschil te maken. Voor Marx vormden theorie en praktijk een dialectische eenheid en dat zou ook voor hedendaagse socialisten de leidraad moeten vormen.
Van der Velden, werkzaam bij het wetenschappelijke instituut van de Socialistische Partij, staat overigens in zijn eigen bijdrage uitgebreid stil bij zijn persoonlijke ervaringen met de maoïstisch-stalinistische pervertering van het marxisme in de vorm van de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland Marxistisch-Leninistisch (KEN-ML). Dit geeft een interessant beeld vanuit biografisch oogpunt van de Nederlandse maoïstische beweging, maar waar Van der Velden een verklaring probeert te geven van de Russische revolutie en de ontaarding ervan is hij minder overtuigend. Het bewierookte analyse-instrumentarium van Marx zou hem toch echt wat verder gebracht hebben bij het ontleden hiervan.
Marx beweerde inderdaad dat de bevrijding van de arbeiders het werk van diezelfde arbeiders moest zijn. Organisatie in de vorm van nationale arbeiderspartijen en internationale netwerken was daarbij essentieel. Naar vermogen leverde hij hieraan zijn bijdrage, samen met zijn vriend en kameraad Friedrich Engels. Met hun historisch-materialistische methode zouden ze eerder het saboteren van de socialistische revoluties in het kapitalistisch verder ontwikkelde West-Europa hebben bekritiseerd, dan Lenin, Trotski en andere revolutionairen voor de voeten hebben geworpen dat ze geweld gebruikten. Het stalinisme was het gevolg van een bureaucratische contrarevolutie die vooral kon slagen door het uitblijven van revoluties in de rest van de wereld.

De rol van het geweld in de geschiedenis
In de bundel wordt de kwestie van het gebruik van geweld ten tijde van bijvoorbeeld de Russische Revolutie en de periode er op volgend nogal moralistisch benaderd. Marx en Engels zagen geweld wel degelijk als een strijdmiddel van de arbeidersbeweging. Zie hiervoor bijvoorbeeld ‘De rol van geweld in de geschiedenis’ van Engels. Om de politieke macht te kunnen veroveren moet de arbeidersklasse en haar organisaties de bereidheid tonen om geweld te gebruiken om de macht van de heersende elite te breken. Alle belangrijke momenten uit de klassenstrijd om de macht, met name de Franse revoluties van 1789, 1839 en 1848, hadden zich gewelddadig voltrokken. Er is dus niet alleen sprake van onderdrukkend geweld, bij stakingen en bij oorlogen tussen landen, maar ook van bevrijdend geweld in de vorm van opstanden en revoluties. Het geweld is de vroedvrouw van iedere maatschappij die van een nieuwe zwanger gaat. Het gaat hierbij niet om een putsch of individuele terreur, maar om het gecontroleerd gebruik van geweld door de arbeidersklasse en haar organisaties. Pas in een klassenloze socialistische maatschappij zal het geweld overbodig zijn geworden.

Hoopvolle ontwikkeling
Maar zover is het nu natuurlijk nog lang niet. De hernieuwde aandacht voor het gedachtegoed van Marx en Engels en hun medesocialisten is een hoopvolle ontwikkeling. Strijders voor een andere, een socialistische, wereld kunnen nog steeds gebruik maken van de analyses die Marx tot 125 jaar geleden maakte. Met nieuwe opgedane ervaringen kan de theorie verder getoetst en verrijkt worden. Alleen die eenheid van theorie en praktijk kan het door Marx gekoesterde ideaal van een socialistische maatschappij dichterbij brengen.

Ron Blom

‘125 jaar Marx. Denken over zijn betekenis voor de 21e eeuw’, S. van der Velden (red.), 72 blz., 12,90 euro.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: