Platform Rosa blog

Over Platform Rosa

Welkom bij Platform Rosa, de website van en voor kritische leden van de Socialistische Partij (SP).

Platform Rosa verenigt SP’ers die het gedachtegoed van de SP steeds meer zien verwateren en van mening zijn dat de gestage opmars naar het politieke midden gestopt moet worden. Parlementarisme krijgt steeds meer de prioriteit boven actievoeren; meedoen in gemeentelijke, provinciale, en landsbesturen is van middel, een doel op zich geworden. Politieke ervaringen in het verleden en het buitenland worden als irrelevant terzijde geschoven, in plaats van bestudeerd om hieruit lessen te trekken. Op cruciale momenten maakt de partij strategische fouten die de strijd voor een socialistische maatschappij – immers het statutaire doel van de SP – in de weg staan. Het wordt hoog tijd dat de SP zich bezint op de gevoerde koers van de afgelopen tien jaar. Zeker, kwantitatief is de SP gegroeid, in zetels en leden. Maar kwalitatief verzwakt de partij steeds meer.

Platform Rosa wil een aanjager van deze discussie zijn, en bouwstenen aandragen voor een sterkere SP. Dat doen we ‘in theorie’, bijvoorbeeld door recente ontwikkelingen en standpunten van de partij te becommentariëren, partijdocumenten te bespreken, scholingsvoorstellen te doen, en met de afdelingen in debat te gaan. Maar ook ‘in praktijk’, door onze jarenlange gecombineerde ervaring met het organiseren van acties, het mobiliseren van mensen, het doen van buurtonderzoek, het koppelen van politieke en activistische strijd, enzovoorts te delen met zoveel mogelijk ‘nieuwe’ SP’ers.

Ons platform is genoemd naar Rosa Luxemburg. Niet in het minst omdat Rosa de geschiedenis ingegaan is ingegaan als een strijdbaar, oprecht, opofferingsgezind en bevlogen socialist. Maar vooral ook omdat Rosa vòòr alles een kritisch socialist was, die aan alles durfde te twijfelen en niets voor waar aannam. Zij was zowel een vurig verdedigster van de Russische Revolutie, als een criticaster van de koers van Lenin en Trotski. Altijd met open vizier en op een kameraadschappelijke manier de vinger op de zere plek leggend. Die rol wil ook Platform Rosa in de ontwikkeling van de SP spelen.

4 reacties »

  1. Nog maar eens een vraag,

    Wie zijn de auteurs van dit platform.

    Het lijkt me voor een open en eerlijke discussie van eminent belang dat men niet anoniem communiceert.

    Ik weet dat dat voor veel mensen nu juist de ideale toestand van een weblog is, maar over een open en eerlijke communicatie denken die mensen en ik dan ook totaal verschillend.

    Dus mijn verzoek is: Kom uit de anonimiteit.

    Roelf

    Reactie door R van Bergen — 9 november 2007 @ 6:52 52

  2. Nog even ter aanvulling.

    Die gesignaleerde anonimiteit staat op gespannen voet met de manier van strijden van Rosa Luxemburg, zoals jullie hier boven aan geven:

    “Altijd met open vizier en op een kameraadschappelijke manier de vinger op de zere plek leggend.”

    Roelf

    Reactie door R van Bergen — 9 november 2007 @ 6:55 55

  3. Roelf,

    de personen die betrokken zijn bij Platform Rosa, hechten eraan dat de discussie gaat over de boodschap en niet over de boodschapper. Zoals je elders op de website kunt lezen zijn we allemaal actief binnen de SP, op verschillende niveaus. We spreken niet als vertegenwoordigers van de SP maar als vertegenwoordigers van het Platform. Jij hebt – voor zover we na kunnen gaan – geen publieke functie binnen de SP waardoor het ‘twee petten verhaal’ voor jou niet zo relevant is als voor ons.

    Reactie door platformrosa — 9 november 2007 @ 9:12 12

  4. Oorzaken van de economische crisis.

    In de media wordt veel gepubliceerd en verkondigd over de huidige economische crisis en de oorzaken daarvan. Opvallend is dat de vele ‘deskundigen’ geen eensluidend oordeel geven over deze kwestie. Heel veel antwoorden passeren de revue, met als belangrijk kenmerk de morele component. Gebrek aan leiderschap, onverantwoordelijk gedrag, ontbrekend vertrouwen, inhaligheid, graaigedrag, consumptiedwang, zelfs consumptieverslaving met daar tegenover dan weer voorzichtigheid met bestedingen (‘vraaguitval’) en versterkt spaargedrag. Nog onlangs noemde een hoogleraar (!) economie in de krant als oorzaak van de crisis dan weer: “overmatig consumentisme en materialisme”. Soms worden termen gebruikt die de indruk wekken van geleerde ‘wetenschappelijke’ objectiviteit: verouderde productiecapaciteit, lage productiviteit, negatief investeringsklimaat, te weinig of juist te veel overheidsinvesteringen, te hoge of juist te lage rente, een actievere of juist terugtredende overheid, te geringe concurrentiekracht. In het algemeen kan gezegd worden dat de symptomen van de economische crisis verward worden met de oorzaken. En het verwarren van symptomen en oorzaken leidt uiteraard tot het volledig ontbreken van een eensluidende visie op mogelijke oplossingen. De diverse oplossingen zijn vaak volstrekt met elkaar in tegenspraak en worden ook weer gekenmerkt door een morele benadering. En ook hier weer die zelfde quasiwetenschappelijke, elkaar vaak tegensprekende en in strijd met elkaar zijnde benaderingen. Al die tegenstrijdigheden houden natuurlijk direct verband met het feit dat veel bestaande economische en politieke machtsgroepen tegenstrijdige belangen hebben. Met de aan iedere groepering verbonden elkaar tegensprekende ‘wetenschappelijke’ economen. De economische wetenschap is dan ook nauwelijks een wetenschap te noemen, maar eerder de ideologische spreekbuis van machtige groeperingen in economie en politiek. Tenslotte valt op dat voor de huidige situatie een aantal termen wordt gebruikt om de aard van die situatie te verbloemen: kredietcrisis, bankencrisis, financiële crisis, recessie, depressie. En zoals al eerder genoemd: vertrouwenscrisis, waardencrisis, politieke crisis, moreel failliet enzovoort. Terwijl het toch helder is waar het om gaat: een crisis in de kapitalistische economie.
    De kapitalistische economie.
    Wanneer ondernemers zich zorgen maken over ‘onze’ economie, beweren ze vaak dat de productiviteit te laag is. Ze bedoelen daarmee dat het verschil tussen kosten en opbrengsten van werknemers te klein is. Met uiteraard negatieve gevolgen voor de winsten. Om te beginnen zullen de kosten dus omlaag moeten. Kosten verlagen kan op verschillende manieren. Lonen en salarissen verlagen of in ieder geval niet laten stijgen, dat is een eerste. Een tweede is de arbeidstijd verlengen, werknemers langer laten werken dan b.v. acht uur per dag, het aantal vakantiedagen verminderen of de pensioenleeftijd verhogen. Ook voor het vergroten van de opbrengsten hebben ondernemers mogelijkheden. De eerste is investeren in arbeidsbesparende machines. Dat mes snijdt aan twee kanten: er zijn minder werknemers nodig, dus de loonkosten dalen. Maar ook: door het gebruik van machines kan er meer en goedkoper geproduceerd worden dan door de concurrentie. Met andere woorden: de opbrengsten nemen toe. Een tweede is de inzet van beter geschoolde werknemers. Beter geschoolde werknemers produceren beter en kunnen ook de vaak ingewikkelde machines bedienen. Ook dat leidt weer tot hogere opbrengsten.
    Toen Karl Marx en Friedrich Engels ruim 150 jaar geleden de toenmalige kapitalistische economie analyseerden, beschreven zij ook de hierboven genoemde processen. Ze gebruikten andere termen. Spraken niet over werknemers, maar over arbeidersklasse. Niet over werkgevers, maar over kapitalistenklasse of bourgeoisie. Het verschil tussen dat wat een arbeider nodig heeft om met zijn gezin van te leven en het door hem geproduceerde, noemde Marx “meerwaarde”. Die meerwaarde ontdekte hij als de bron van de winst. De toename van de productiviteit zoals dat tegenwoordig genoemd wordt, noemden zij de groei van de meerwaarde. De strijd om lonen en werktijden, tussen arbeiders en kapitalisten, noemden Marx en Engels “klassenstrijd”. Die strijd dwingt de ondernemers hun productie steeds te moderniseren om arbeidskosten te besparen.
    Daarom is klassenstrijd eigenlijk de motor van de economische en maatschappelijke vooruitgang. Maar tegelijk roept dat proces zelf onoplosbare tegenstellingen op. Ten eerste daalt door die modernisering en die besparingen op arbeidskosten de winst.
    Omdat arbeid de bron is van meerwaarde en winst, zorgen arbeidsbesparende machines voor een daling van de winst. Machines zelf leveren immers geen meerwaarde. En dus ook geen winst. Ze maken alleen de werknemer productiever. Een tweede probleem is dat door machines overbodig geworden werknemers geen loon of salaris meer ontvangen en dus de geproduceerde goederen niet meer kunnen kopen. Dankzij machines wordt er veel meer geproduceerd, maar minder geconsumeerd: Overproductie en onderconsumptie. Dalende winsten, overproductie, te weinig consumptie, verminderde economische groei, allemaal oorzaken en symptomen van de steeds weer terugkerende crises in de kapitalistische economie.
    Globalisering.
    Oplossingen werden en worden gezocht door kapitaal buiten de grenzen te investeren, op zoek naar grondstoffen, arbeidskrachten en nieuwe afzetmarkten. Deze eerste globalisering van de kapitalistische economie aan het eind van de negentiende eeuw leidde tot spanningen en tegenstellingen vergelijkbaar met die van de huidige globalisering. Toen die globalisering, zich manifesterend in kolonialisme en imperialisme, geen duurzame oplossing bood voor de problemen van de kapitalistische economie, bleef de alles verwoestende oorlog tussen concurrerende kapitalistische landen een laatste redmiddel: in de loop van de vorige eeuw alleen al twee wereldoorlogen. Plus koloniale en onafhankelijkheidsoorlogen in gebieden buiten Europa en Amerika.
    Krediet.
    Door de onvermijdelijk voortdurend dalende winsten blijft er onvoldoende kapitaal over om opnieuw te investeren. Als reactie daarop wordt in de kapitalistische economie het moderne kredietsysteem op steeds grotere schaal toegepast. In feite is dat niets anders dan investeren van kapitaal dat nog niet in de productie is verdiend, er wordt een voorschot genomen op toekomstige productie. Dat daar op de langere duur grenzen aan zijn, kan ieder mens met een gezond verstand begrijpen. De tegenwoordige ‘kredietcrisis’ is daarvan een illustratie.
    China.
    Bankiers en financiers zijn er lang in geslaagd de fundamentele tegenstelling tussen groeiend aanbod en stagnerende vraag (overproductie en onderconsumptie!) te overbruggen. Dat houdt onder meer verband met de enorme economische groei in China in de afgelopen jaren. Tegen zeer lage lonen worden in China veel consumptiegoederen geproduceerd. Maar juist door de lage lonen zijn de Chinese arbeiders niet altijd in staat die goederen ook zelf te kopen. Dus wordt een groot deel van die productie uitgevoerd, naar Amerika, maar ook naar Europa en andere landen in de wereld. Die invoer in Amerika en andere landen wordt aan China betaald in dollars. China en de rest van de wereld beschikken dus over een enorme hoeveelheid dollars die voor een groot deel weer worden uitgeleend aan de Amerikaanse regering en aan Amerikaanse banken en bedrijven. Met die dollars wordt de Amerikaanse staatsschuld (en de Amerikaanse oorlogsvoering!) gefinancierd. Een staatsschuld van duizenden miljarden dollars. Via banken en financiers werd de Amerikaanse bevolking in staat gesteld op grote schaal op krediet te consumeren, ondanks de ook in Amerika dalende inkomens van de werkende bevolking. Het is duidelijk dat Amerika nooit werkelijk in staat zal zijn die enorme schulden af te lossen. Er komt een moment dat de kunstmatige koers van de dollar instort, met een diepe economische crisis op wereldschaal als resultaat. De praktijken van de kredietverstrekkers zijn volledig los geraakt van de maatschappelijke en economische werkelijkheid. De zogenaamde zakenbanken die samenwerken met beleggingsfondsen hebben helemaal geen spaargeld als basis voor hun financieringen, eigenlijk helemaal geen reëel geld. Zij lenen het geld van andere banken en financiers, die dat geld op hun beurt ook weer geleend hebben. Want die andere banken die wel een dergelijke basis moeten aanhouden kunnen volstaan met slechts 5 tot 6 en soms zelfs met maar 3 tot 4 procent dekking met reëel geld.

    Tegelijkertijd hebben die zelfde kredietverstrekkers door hun financiële en economische macht een onvoorstelbare en niet te controleren invloed op die maatschappelijke en economische werkelijkheid. Dat dit systeem moet vastlopen en in elkaar klappen zien we nu in de huidige economische crisis gebeuren.
    Euro.
    Ook de recente problemen met de euro zijn een element van de economische crisis. De banken die zichzelf door de ongecontroleerde kredietverstrekkingen in de problemen hadden gebracht moesten door de diverse Europese overheden worden gered. Daardoor groeiden de schulden van die overheden (staatsschuld) tot enorme hoogte, vooral in de zwakste economieën van Griekenland, Portugal en Ierland. De schulden in die landen waren in de afgelopen jaren ook al enorm toegenomen door de financiering op krediet van de import vanuit vooral de noordelijke Europese landen, in het bijzonder vanuit Nederland en Duitsland. De schulden van die zwakke landen (staatsobligaties) zijn in handen van banken, in die landen zelf, maar ook van banken in en buiten Europa. Bij een faillissement van één of meerdere landen komen die banken enorm in de problemen en dreigen ook daar faillissementen. Daarom moeten die zwakke landen koste wat kost gesteund worden vanuit Europese en internationale noodfondsen. Met ook hier weer natuurlijk het zelfde probleem: die noodfondsen zijn niet gevuld met reëel geld maar met geld dat nog niet in de huidige of toekomstige productie is verdiend. En dit hele proces wordt nog eens verder gestimuleerd door de ongecontroleerde activiteiten van internationale financiers en speculanten. Interessant maar tegelijkertijd verbijsterend is het dan een vooraanstaande sociaaldemocratische politicus te horen beweren dat de oplossing voor de crisis gevonden moet worden in het “herstel van het vertrouwen in de financiële markten”. De laatste voorstellen voor een oplossing gaan nu in de richting van verder gaande Europese politieke en economische eenwording, met verlies van nationale zelfstandigheid van de Europese landen. Het ‘heldhaftige’ verzet van niet alleen populistische politici zal dit niet kunnen keren. Voor de redding van de kapitalistische economie is een ontwikkeling naar de federale Verenigde Staten van Europa niet te stoppen. In de jaren zestig van de negentiende eeuw was er in Amerika zelfs een burgeroorlog voor nodig om dit proces te voltooien. Het verschil is dat dit toen nodig was voor de verdere groei van de kapitalistische economie. In het huidige Europa is het slechts een noodsprong die de crisis kan vertragen, maar niet oplossen.
    Groei.
    Ook de kwestie van de ‘economische groei’ hangt samen met de aard van de kapitalistische economie. In de aanvang ontwikkelt een kapitalistische economisch systeem zich razendsnel, met groeicijfers van wel tien procent of meer per jaar. Tot de problemen zich aandienen van overproductie, onderconsumptie, dalende winsten, minder kapitaal beschikbaar om te investeren. En de economische groei begint te stagneren. Als reactie gaan ondernemers en investeerders op zoek naar nieuwe terreinen om kapitaal (op krediet) winstgevend te maken. Dat is de achtergrond van het neoliberale beleid om nieuwe gebieden onder de werking van de markt te brengen en ook publieke diensten meer en meer te privatiseren of te verzelfstandigen: energie, openbaar vervoer, onderwijs, gezondheidszorg, post. Er zit ook nog een tweede kant aan dat kredietsysteem. Door de overproductie en de dreigende onderconsumptie is er bij de consumenten met hun relatief (en vaak ook absoluut) dalende inkomens onvoldoende mogelijkheid de door werknemers geproduceerde goederen (en diensten) aan te schaffen. Als oplossing worden die consumenten ertoe verleid en verplicht om veel op krediet te kopen: huizen, auto’s, huishoudelijke apparatuur enz. Ook dat is een onderdeel van de ‘kredietcrisis’. Beide kanten van die crisis manifesteren zich op dit moment het sterkst in Amerika, maar ook Groot-Brittannië en Europa (eurocrisis!) ontkomen er niet aan. Ook China en andere goedkoop producerende landen ondervinden er de gevolgen van. De stagnerende export heeft in China al sluiting van bedrijven en groeiende werkeloosheid veroorzaakt. Verhoging van de lonen om zo de consumptie te stimuleren is onmogelijk, want dat leidt ook in het kapitalistische China tot vermindering van de meerwaarde en tot daling van de winsten. Zo is de cirkel rond en stort de kapitalistische economie de wereld in een economische crisis vergelijkbaar met de crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw.
    Het “reserveleger”.
    Als in de kapitalistische economie de werkeloosheid groeit, leidt dat vaak tot vreugde bij de investeerders en tot stijging van koersen op de beurzen. Dat lijkt merkwaardig, maar dat is het niet. Toenemende werkeloosheid leidt immers tot veel aanbod van en een verminderde vraag naar arbeidskrachten. De prijs daalt. Lonen dalen, of stijgen in ieder geval niet. Dat leidt echter zoals gezegd direct weer tot een nieuw probleem: lagere lonen betekenen verminderde consumptie. Allereerst vooral bij bedrijven die produceren voor de binnenlandse markt of zich bezig houden met de distributie en verkoop van goederen. Een ondernemer betaalt zijn personeel graag weinig loon, maar hoopt dat zijn concurrenten hoge lonen moeten betalen. En hoopt ook dat die hogere lonen aan zijn producten uitgegeven worden. Die steeds weer terugkerende werkeloosheid levert dus een probleem aan de kant van de consumptie. Maar aan de kant van de productie is het onmisbaar: een groot aantal werkelozen drukt het loonpeil. Marx en Engels gebruikten voor deze in de kapitalistische economie onmisbare werkelozen de term “industrieel reserveleger”. Natuurlijk moet dat reserveleger wel beschikbaar zijn voor de productie, vandaar dat er zo veel energie besteed wordt aan scholing, bijscholing, omscholing van mensen zonder werk. Wat weer een nieuwe tegenstrijdigheid oplevert: die mensen produceren niet, maar kosten wel geld. Dat moet betaald worden uit belastinggeld, maar ondernemers betalen niet graag belasting, want dat gaat ten koste van de winsten en van het voor investeringen benodigde kapitaal. Ondernemers doen voortdurend een beroep op de overheid (in hun ‘kredietcrisis’ gaat het om honderden miljarden!), maar willen (en vooral: kunnen) aan dat overheidswerk niet mee betalen. Zij hebben behoefte aan goed geschoolde werknemers, maar willen en kunnen geen geld aan onderwijs en scholing besteden of er belasting voor betalen. Vandaar hun voortdurend klinkende oproep dat de overheidsuitgaven omlaag moeten.
    Conclusie.
    Al met al kan geconcludeerd worden dat de marxistische analyse van de kapitalistische economie ondanks alle veranderingen nog steeds nuttig en bruikbaar is. Dat was 150 jaar geleden ook de kracht van het werk van Marx en Engels: een analyse van de toenmalige economie en de daaraan gekoppelde maatschappelijke verhoudingen. Over de uitweg uit de kapitalistische tegenstrijdigheden, socialisme, hebben zij wel iets geschreven, maar alleen in zeer algemene termen. Ook over het socialisme als uitweg uit de huidige crisis kan maar in zeer algemene termen gesproken en gesproken worden. Zonder met een blauwdruk voor een socialistische maatschappij te komen en zonder spitsvondige discussies over de precieze inrichting van die maatschappij. Het gaat er veel meer om te doorgronden waardoor de kapitalistische ordening van de maatschappij, met het individueel eigenbelang als leidend principe in de economie en met de daarmee samenhangende ondernemingsgewijze productie, de markt, de concurrentie en de winst, door de ontwikkeling achterhaald is en plaats moet maken voor een nieuwe maatschappelijke ordening. Met een rationele planning van de economische productie en consumptie in plaats van de chaotische gang van zaken in de markteconomie. Met de nadruk op gemeenschapszin en solidariteit in plaats van op individueel eigenbelang. Met een visie op de samenleving die mensen maatschappelijk inspireert en actief maakt en vertrouwen geeft voor de toekomst. Linkse, progressieve, sociaaldemocratische en anderszins maatschappijkritsische personen en organisaties moeten het initiatief nemen om de socialistische weg uit de huidige crisis opnieuw aan de orde te stellen. Want, om het maar duidelijk te stellen: “Alleen het socialisme biedt een toekomst!”.

    Oorzaken van de economische crisis

    Reactie door Willem de Vroomen Alkmaar — 10 september 2011 @ 6:34 34


RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: