Platform Rosa blog

11 mei 2009

Socialismedag 2009 SP Breda – inleiding Ron Blom

Filed under: Gastposting,Socialisme — platformrosa @ 1:36 36

Inleiding Ron Blom over coöperaties op de Socialismedag van de SP Breda op 9 mei 2009

De arbeiders doen het zelf. Over gemeenschappelijk grondbezit, coöperaties en productieve associaties

Leerschool voor de arbeiders
Binnen de brede socialistische beweging in het algemeen, en in het radicale vakverbond Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS) in het bijzonder, bestonden meer dan honderd jaar geleden over de rol die de coöperaties oftewel associaties konden spelen in de klassenstrijd, verschillende opvattingen. Het was vooral de Franse anarchistische filosoof en publicist Pierre Proudhon, die geïnspireerd door de opvattingen van de vroege utopisten Charles Fourier en Robert Owen, meende de maatschappij fundamenteel te kunnen hervormen. Dat moest gebeuren door vrije associaties van werklieden en boeren en door het oprichten van kredietinstellingen. Fourier was er daarbij van overtuigd dat na de vreedzame overgang naar het socialisme de zeeën zouden veranderen in limonade! Kort gezegd beschouwden de voorstanders deze associaties als middelen om het kapitalisme uit te hollen en de grondslagen voor een nieuwe maatschappij te leggen. Zij zagen de associaties bovendien als een leerschool voor de arbeiders, zodat zij zich alvast konden voorbereiden op de toekomstige socialistische radenrepubliek, waarin zij immers ook zelf de productie en de distributie moesten regelen.

Nieuwe kapitalistische bazen
De tegenstanders waren van mening dat de associaties geen fundamentele veranderingen in het kapitalisme konden bewerkstelligen en dat de geassocieerden eenvoudigweg nieuwe kapitalistische bazen zouden worden. De strijd moest volgens hen niet naast, maar in de bedrijven gevoerd worden. Zij beschouwden de beweging van de productieve associaties als kleinburgerlijk. Het lukte binnen het NAS dan ook nooit om tot een afgerond standpunt te komen met betrekking tot deze problematiek.

SDAP en verbruikerscoöperaties
De SDAP propageerde de vorming van verbruikscoöperaties, maar moest niets hebben van het stichten van communes of kolonies en productiecoöperaties. Overigens was er wel altijd een stroming die onder invloed van het Britse ‘Chartisme’, open stond voor coöperaties. Het chartisme wilde door hervormingen en klassensamenwerking de maatschappij veranderen. Zo was de latere Amsterdamse SDAP wethouder Floor Wibaut in 1891 als een van de vertalers van de zogeheten ‘Fabian Essays in Socialism’ instrumenteel in het populariseren in Nederland van het idee van de vermaatschappelijking van de productiemiddelen, waarbij de fabians de nadruk legden op de nationalisatie van de grond. Een opvatting die ook onder anarchisten een zekere aanhang genoot. Juist de terreinen waarop de fabians actief waren: de taak en de plaats van de gemeenten, van de coöperaties en van de vakbeweging, zouden later ook de tot de belangrijkste werkgebieden gaan behoren van Wibaut in de hoofdstad.

Landelijke bundeling: Vereniging Gemeenschappelijk Grondbezit
Rond 1920 nam het aantal productieve associaties in Nederland sterk toe en dit leidde ook een opleving van de debatten en polemieken. Harm Kolthek, die actief was geweest als landelijk secretaris van het NAS en vanaf 1918 de oude libertaire Socialistische Partij leidde, was hier ook bij betrokken. In de periode dat hij in Deventer woonde en werkte was hij al in aanraking gekomen met dit soort ideeën, maar hij liep daar toen niet echt warm voor. Hier maakte hij korte tijd deel uit van een drukkerij onder de naam ‘Voorwaarts’. Naast deze drukkerij waren nog meer coöperatieve bedrijven aangesloten bij de Deventer ‘Coöperatieve Verbruiks- en Productievereeniging Ons Belang’. Ons Belang was lid van de landelijke Vereniging Gemeenschappelijk Grondbezit (GGB).

Geen klassenstrijd
GGB was een beweging van landbouwkolonies, verbruikscoöperaties en productieve associaties, die samen de beweging van ‘binnenlandse kolonisatie’ moesten vormen. De arbeiders zouden zelf de productie ter hand moeten nemen om zo het kapitalisme van binnenuit uit te hollen en de nieuwe maatschappij op te bouwen. De kritiek van Kolthek richtte zich vooral op de opvatting zoals door GGB voorman en bekend literator Frederik van Eeden verwoord ‘dat G.G.B. de socialistische klassenbeweging moet vervangen’. Daarmee verwierp grondlegger Van Eeden de klassenstrijd. Kolthek achtte het één van de middelen van de socialistische beweging. Maar ook in het NAS-milieu en vanzelfsprekend in en rond de SP bespraken de activisten soortgelijke opvattingen.

Zelf doen zonder politieke partijen
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Kolthek in Recht voor Allen van 11 mei 1918 een bespreking plaatste van de zojuist gepubliceerde brochure Een Economische Bond van Arbeiders. Een woord aan allen, die het wel meenen met hun medemenschen en zich zelven. De auteur van het werkje was Foeke Kamstra, de voorzitter van de Bond van Productieve Associaties GGB. Kamstra stelde dat er niets te verwachten was van politieke partijen, maar dat de arbeiders het zelf moesten doen. Overigens was hij niet geheel consequent want eerder pleitte hij in een hoofdartikel in het GGB-blad nog wel voor een stem op de SP bij de verkiezingen van 1918.
De vakorganisatie en coöperatie, aldus Kamstra, waren ondergeschikt gemaakt aan de belangen van de politiek in plaats van omgekeerd. De invloed van de werknemers in de bedrijven moest vergroot worden. Daartoe moesten de vakbonden een rol spelen bij de productie, de ruil en de distributie van de eerste levensbehoeften. Arbeiders dienden zich niet te laten verdelen naar religie, ‘modern’ of ‘onafhankelijk’ (het met de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij verbonden NVV of het radicalere NAS). Volgens Kamstra moesten de arbeiderscoöperaties een hoofdrol spelen bij de distributie en de samenwerking met de vakorganisaties en de vertegenwoordigers in het parlement. De GGB-voorman sprak zich uit voor een ‘economische bond van arbeiders van alle gezindten tegen staatssocialisme’.

Coöperaties onder kapitalistische verhoudingen
Kolthek voelde zich zeker aangesproken door het appèl aan de arbeiders om het zelf te doen. Ook kon hij zich natuurlijk vinden in de grotere invloed van de werkenden in de bedrijven en dat ze zich niet moesten laten verdelen naar politieke voorkeur of religie. Dat was ook steeds zijn opstelling geweest binnen het NAS. In het algemeen waarschuwde hij wel voor te hoge verwachtingen van de coöperatie onder nog steeds kapitalistische verhoudingen. De voornaamste kritiek op zijn vriend, maar toen nog geen partijgenoot, betrof echter het gebrek aan verbinding met de zaak van het socialisme. In Deventer liet Kolthek al weten dat de coöperatie één van de middelen van de socialistische beweging was maar niet zaligmakend.
Kamstra reageerde met te stellen dat hij bij zijn opvattingen over de coöperatie zou blijven. Hij zei een ‘praktisch socialisme’ na te streven, aan theoretisch socialisme hadden de arbeiders weinig. Kamstra sloot hiermee aan bij de opvattingen zoals verwoord door Felix Ortt in zijn brochure Praktisch socialisme. Hij eindigde met een oproep tot samenwerking. Iets waar de redactie van het SP-orgaan Recht voor Allen wel voor voelde. Dit zou in 1919, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog en in een periode van revolutionaire opgang, resulteren in de eerder aangehaalde eenheidsbesprekingen tussen SP, GGB en andere radicaal-linkse organisaties.

Vakbeweging en coöperaties
Binnen de onafhankelijke vakbeweging speelde dit debat eveneens. NAS-voorzitter en SP-lid Bernard Lansink jr. had al eerder onder vuur gelegen binnen het NAS. De anarchistisch propagandist en lid van de Groninger GGB-drukkerij Volharding, Jan Bijlstra, had een sympathiek artikel met betrekking tot de associaties gestuurd naar De Arbeid. Lansink had hier een kritisch commentaar onder laten plaatsen. Bestuurslid Theo Dissel was van mening dat het NAS zich niet zo uitdrukkelijk moest uitspreken. Drie jaar later zou Lansink zich aanmerkelijk positiever uitlaten over de relatie tussen de productieve associaties en de onafhankelijke vakbeweging.

Staking tegen eigen instellingen
In 1922, brak er onder leiding van de Plaatselijke Federatie van Bouwvakarbeiders (PFBA) in Amsterdam een staking uit onder de werknemers werkzaam bij de Federatie van Zelfstandig Werkende Groepen (FvZWG) in het Bouwbedrijf. De staking werd niet veroorzaakt door communistische agitatie, ook niet doordat er onvoldoende overleg was tussen de onafhankelijke vakbeweging en de associaties. De voornaamste reden was dat de vakbeweging niet in staat was geweest een realistische politiek ten aanzien van de associaties te voeren. Vanaf 1920 kreeg de Nederlandse arbeidersklasse al te maken met de gevolgen van de economische crisis: werkloosheid, loonsverlaging en arbeidstijdverlenging. De bouwvakstakers verzetten zich tegen een eenzijdig door de FvZWG doorgevoerde loonsverlaging en de opvoering van de arbeidsproductiviteit. Vooral bestuurder Loek Spanjer van de Landelijke Federatie van Bouwvakarbeiders was tegen de staking. Maar hij stond niet alleen. NAS-veteraan Kolthek en ook de anarchisten van De Vrije Socialist bekritiseerden de staking. De Arbeid viel zowel de FvZWG als de PFBA aan. Deze associatie (de FvZWG) waarvan onder andere de bij de GGB aangesloten Metselaars- en Opperliedenvereniging van Frits Drewes deel uit maakte was dan niet het, maar wel een middel in de strijd voor een socialistisch productie- en distributiestelsel. Eigenlijk staakten de werknemers tegen instellingen die in zekere zin van hen zelf waren en onderdeel vormden van de beweging. Bovendien behoorden de lonen en arbeidsvoorwaarden al tot de betere in de sector. Spanjer besloot zelfs uit het NAS te stappen.
Op de achtergrond van dit conflict speelde de invloed van Moskou en de Nederlandse communisten op het NAS. De communistische krant De Tribune nam een vijandige houding in ten aanzien van de associaties. Meer anarchistisch georiënteerde vakbondsleden als Spanjer legden de nadruk op de leerschool die de arbeiders in de associaties hadden voor het zelf regelen van de productie en distributie, zoals dat later ook in de socialistische maatschappij zou gebeuren. Dit droeg allemaal bij tot een atmosfeer van wantrouwen. Zoals Kolthek stelde:

De drijfkracht in deze staking is de bolsjewistische mik-mak. Door De Tribune worden de arbeiders vergiftigd met opzettelijke leugens en laster. (…) Maar we weten het: het bolsjewisme staat principieel vijandig tegenover de productieve associatie. De verovering van de staatsmacht is het voornaamste en dan zullen dictatuur en terreur wel voor de rest zorgen.

Karl Marx en de Eerste Internationale
Onbekend is of de communisten precies op de hoogte waren van het standpunt van Karl Marx. In de schriftelijke instructies die hij meegaf aan de gedelegeerden van het eerste congres dat de Internationale Arbeiders Associatie (Eerste Internationale) in 1866 te Genève belegde, kwamen de productiecoöperaties al ter sprake. Marx zei nadrukkelijk:

Wij beschouwen de coöperatiebeweging als een van de stuwende krachten bij de omvorming van de huidige op klassentegenstellingen berustende maatschappij. Haar grote verdienste bestaat daarin praktisch te bewijzen, dat het bestaande despotieke en armoede voortbrengende systeem, gebaseerd op de onderwerping van de arbeid aan het kapitaal, vervangen kan worden door het republikeinse en zegenrijke systeem van samenwerkende vrije en gelijke producenten.

Daarbij zag hij meer in productie- dan in consumptiecoöperaties want de laatste ‘beroeren slechts de oppervlakte van het huidige economische systeem, terwijl de eerste het in zijn grondvesten aantasten’. Tegelijkertijd gaf Marx de beperkingen van de productieve associaties aan en zei dat het bleef bij ‘dwergachtige vormen, die enkele loonslaven door hun persoonlijke inspanningen tot ontwikkeling kunnen brengen’. Hiermee zette hij zich af tegen de aanhangers van Proudhon. De coöperaties zullen ‘nooit in staat zijn de kapitalistische maatschappij om te vormen’. Daarvoor zijn algemene maatschappelijke veranderingen nodig en de politieke voorwaarde daarvoor is dat de staatsmacht zich in de handen van de producenten zelf bevindt. Vooral op dit laatste legden de communisten van de CPN/CPH de nadruk. De Comintern nam in 1921 op haar derde congres zelfs een speciale resolutie aan.
Het NAS-bestuur zat met de bouwstaking in de maag. Voor het openlijk uitbreken van het conflict deed zij nog een tevergeefse poging een bemiddelingscommissie in te stellen. De plaatselijke federatie (PFBA) wilde niet ingaan op het voorstel van de Landelijke Federatie van Bouwvakarbeiders (LFBA) de staking te verschuiven en dwong het landelijk tot steun. De NAS-leiding wees de beschuldiging van ‘bolsjewistische terreur’ resoluut van de hand.
Achteraf kwam er een commissie tot stand met vertegenwoordigers van de Federatie van Zelfstandig Werkende Groepen en de bouwvakorganisaties in het NAS/PAS. Doel van de commissie was om tot een betere samenwerking te komen tussen de vakbeweging en de GGB. De bemiddelingscommissie concludeerde dat de voorgestelde loonsverlaging noodzakelijk was. Bovendien was ze van mening dat er eigenlijk wel wat harder gewerkt kon worden, want dan zouden de financiële problemen ook niet ontstaan zijn. Beide partijen aanvaardden het commissierapport, maar van samenwerking tussen de onafhankelijke vakbeweging en associaties kwam het niet meer.

Broederstrijd vakbeweging – arbeidersassociaties
Spanjer schreef naar aanleiding van de hele affaire de brochure De broederstrijd in het bouwbedrijf te Amsterdam. Tragedie der wankelmoedigen. Hij verweet de bouwbondbestuurders nooit een duidelijk standpunt te hebben ingenomen tegenover de associaties. Ook verweet hij ze geen paal en perk te hebben kunnen stellen aan het zijns inziens asociale lijntrekken door metselaars en opperlieden. Ten slotte noemde hij ook de volgens hem destructieve invloed van de communisten. Kolthek kon zich vinden in de brochure van Spanjer, hoewel de toon wel ‘erg bitter’ was.
Van diverse toenmalige SP-leden is bekend dat ze de coöperatiegedachte een warm hart toedroegen. Zo bezochten enkelen van hen de landbouwkolonie De Ploeg in Best. In de kolommen van het partijblad Recht voor Allen kwam de kwestie van de coöperaties meerdere malen terug. Chris Kamper, medestrijder uit de in 1904 opgerichte tuinbouwgroep uit de landbouwkolonie te Nieuwe Niedorp, deed in het partijorgaan een oproep om als producenten direct aan de consumenten te leveren zonder tussenkomst van grossiers. Kamper was dienstweigeraar en organiseerde Esperantocursussen. In Nieuwe Niedorp predikte de christen-socialistische dominee Nico Schermerhorn. Hoewel hij niet direct betrokken was bij de kolonie, had hij wel grote invloed op het denken en doen van veel van zijn volgelingen. Volgens Kamper was zijn voorstel een middel om de duurte te bestrijden. De redactie kon hiermee instemmen ‘mits krachtig en zakelijk aangepakt door ernstige menschen’.
Binnen partijverband bleef de associatiegedachte de gemoederen bezig houden. Zo schreef ‘T. v. de Horst’ over coöperatie, associatie en bedrijfsorganisatie. In Amsterdam vonden in 1923 en 1924 enkele goedbezochte gezamenlijke vergaderingen plaats van SP en GGB over de productieve associatie en de vakbeweging. Discussie was er vooral over welk van de twee belangrijker was. Lansink jr. stond op het standpunt dat de vakbeweging belangrijker was dan de productieve associatie. Kamstra had de tegenovergestelde mening. Volgens Kolthek ‘ontbrak het beide sociale organisaties aan goede leiding en een socialistisch bewustzijn’.

Socialisatie van bovenaf
Ook de sociaal-democratie stond nu meer open voor de coöperatiegedachte. Al in de woelige rode novemberdagen van 1918 kwamen SDAP en NVV op voor de ‘socialisatie van alle bedrijven die daarvoor in aanmerking komen’. Het NVV belegde in 1920 zelfs een congres over deze problematiek. De vanuit deze hoek komende gedachten over medezeggenschap en socialisatie stonden ver af van de praktijk van GGB, dat juist het initiatief van onderop en de zelfwerkzaamheid van de arbeiders bepleitte. SP-lid Willem Sligting was in het GGB-orgaan Vrije Arbeid zeer kritisch over het uit NVV kring afkomstige Rapport Bedrijfsorganisatie en Medezeggenschap. De fabrieken kwamen niet toe aan de arbeiders, maar aan ‘de gemeenschap’, dat wil zeggen een minister zou de raad van toezicht voorzitten. Daarnaast zou het personeel vertegenwoordigd worden door een personeelsraad. De voormalige eigenaars konden bovendien rekenen op een redelijke schadevergoeding. GGB en NVV stonden zeer ver van elkaar.

Verdeeldheid
De linkse beweging was sterk verdeeld over het nut van de coöperaties onder het kapitalisme. GGB onder leiding van Kamstra was het meest positief. Het NAS was het intern niet eens en kon eigenlijk niet tot een afgerond standpunt komen. Dit leidde tot confrontaties op het sociale vlak in de Amsterdamse bouwvakwereld. De CP had weinig sympathie voor de associatiegedachte en oriënteerde zich vooral op de verovering van de staatsmacht, als voorwaarde voor een succesvolle toepassing ervan. De SP onder leiding van Kolthek nam vooralsnog een middenpositie in. De associatie, mits socialistisch georiënteerd, kon een rol spelen in de voorbereiding op vormen van productie in een niet meer kapitalistische maatschappij. Dat lag vooral op het vlak van de verhoging van het bewustzijn. Illusies moesten daarbij vermeden worden, het was een van de middelen van de socialistische beweging en zeker niet belangrijker dan de onafhankelijke vakbeweging. De SDAP was vooral enthousiast over verbruikerscoöperaties.

De Woelrat
Wat kunnen wij hier in het jaar 2009 met dit soort discussies en experimenten? Begin jaren tachtig liep ik in het kader van mijn opleiding aan de Haagse Sociale Academie een zogeheten snuffelstage bij de linkse drukkerij ‘De Woelrat’ die was gevestigd in mijn toenmalige woonplaats Boskoop. Het sierheestercentrum Boskoop was een kleine agrarische gemeenschap waarbinnen de christelijke politiek dominant was. In deze collectieve drukkerij De Woelrat trachtten een handjevol compagnons om op basis van arbeiderszelfbestuur gezamenlijk een bedrijf te runnen. De drukkerij fungeerde tevens als vergadercentrum van de plaatselijke Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) afdeling en nadat de restanten van de drukkerij verhuisd waren naar Den Haag en een ander adres in Boskoop, startten we hier een collectieve boekhandel onder de provocerende naam ‘De Vijfde Colonne’ en uitgeverij ‘Kronstadt Kollektief’. Ik heb hier veel van opgestoken, meer dan ik me aanvankelijk realiseerde.

Zonder illusies en zonder ridiculisering
Binnen de plaatselijke afdeling van de Socialistische Partij, of dat nu in hier in Breda is of in Amsterdam, proberen we ook een sfeer en situatie te creëren waarbinnen de leden zich naar vermogen en behoefte kunnen ontwikkelen en ontplooien. We zijn ons er van bewust dat dit alles nog steeds plaatsvindt onder de wetten van de kapitalistische wareneconomie. Maar juist omdat we niet kunnen afwachten tot de laatste definitieve en triomferende stormloop op de commandocentra van het kapitalisme heeft plaatsgevonden, proberen we hier en nu al iets van die toekomstige maatschappij te realiseren. Niet om ons daarmee in slaap te laten sussen en tevreden te zijn met een lege dop. Het biedt ons de gelegenheid het genoegen te proeven van een maatschappij zonder bazen en uitbuiters. Om onze spieren te oefenen en onze gedachten te focussen op een tijd waarin voor het kapitalisme geen plaats meer zal zijn. Zonder illusies en zonder ridiculisering.

1 reactie »

  1. […] binnen en buiten Breda. Op deze website zijn de inleidingen van Patrick Zoomermeijer en Ron Blom gepubliceerd. Hieronder vind je enkele foto’s van de […]

    Pingback door Boeiende Socialismedag 2009 in Breda « Platform Rosa blog — 11 mei 2009 @ 1:40 40


RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: