Platform Rosa blog

11 mei 2009

Socialismedag 2009 SP Breda – inleiding Patrick Zoomermeijer

Filed under: Gastposting,Socialisme — platformrosa @ 1:25 25

Voor de Socialismedag van de SP-afdeling Breda op 9 mei 2009 was ik gevraagd een inleiding te even over het boekje “Loon, Prijs en Winst” van Karl Marx.

Loon, Prijs en Winst is gedrukte versie van de inleiding die Marx gaf op een bijeenkomst van de eerste socialistische internationale (waar toen ook nog anarchisten bij waren aangesloten) in 1865. In Loon,
Prijs en Winst beschreef Marx in betrekkelijk simpele bewoordingen zijn zogenaamde “arbeidswaardetheorie”, die hij later, vanaf 1867, in de diverse delen van Das Kapital (Het Kapitaal) verder uit zou werken.
Daarmee vormt het boekje Loon, Prijs en Winst (in Nederlandse vertaling) een prima inleiding van Marx zelf op de marxistische economie. Een aanrader!

In de inleiding die ik op de Socialismedag gaf heb ik geprobeerd de basis van de marxistische economie en haar kritiek op de kapitalistische economie te schetsen. Op veel onderwerpen heb ik door tijdsgebrek niet diep in kunnen gaan, hoezeer ze die aandacht ook verdienen. Maar ik hoop dat na mijn inleiding duidelijk is geworden wat de marxistische visie is op lonen, prijzen en winst, en hoe ze tot stand komen. Ik hoop ook dat dat een bijdrage levert aan het begrip van de dagelijkse uitbuiting onder het kapitalisme, en een aanzet geeft tot verzet tegen deze uitbuiting.

Met socialistische groet,

Patrick Zoomermeijer
rodezaanstreek@gmail.com

Hoe werkt het kapitalistisch systeem?
Inleiding tot de politieke economie

Overal waar je kijkt, zie je hetzelfde. Topdrukte bij het UWV, uitzendkrachten die als eerste hun baan verliezen maar ook weer alleen via uitzendbureaus weer aan werk kunnen, winkelcentra en yuppenwoningen waar ooit fabrieken stonden. Mensen moeten alle zeilen bijzetten om het hoofd boven water te houden. Dit is Europa in de 21ste eeuw.
Hoewel de heersende klasse beweert dat economie te ingewikkeld is voor gewone mensen en dat ze het toch niet begrijpen, vinden socialisten economie heel belangrijk. Economie legt uit hoe de rijkdom van onze maatschappij geproduceerd en verdeeld wordt. Vandaag de dag worden zaken die mensen nodig hebben niet gemaakt, zoals betaalbare medicijnen voor armen, en als ze wel gemaakt worden, kunnen we ze in veel gevallen niet betalen.
Wanneer we meer loon vragen, wordt ons verteld dat het onbetaalbaar is, dat we moeten wachten tot de economie er weer bovenop is en dat de stijgende loonkosten een rem zijn op de economische groei. De regeringspolitiek kan de economie beïnvloeden, maar de kapitalistische regeringen kunnen de fundamentele problemen uiteindelijk niet oplossen: uitbuiting, werkloosheid, massale armoede en regelmatig terugkerende economische crisissen. Daarom vechten socialisten niet alleen voor de beste levensomstandigheden die er mogelijk onder het kapitalisme, maar vechten socialisten ook voor de omverwerping van dit systeem en de vervanging ervan door het socialisme.
Een begrip van hoe het kapitalisme werkt is belangrijk als we die strijd willen voeren.

Wat is kapitalisme?

Kapitalisme is gebaseerd op het privé-eigendom van de productiemiddelen: de bedrijven, de machines, de winkels en het financiële systeem.
Kapitalisten verkrijgen hun inkomen uit dit eigendom, door winst uit hun investeringen te halen, en niet door zelf productieve arbeid te verrichten, zoals arbeiders. Een arbeider aan de andere kant, nu ook vaak apolitiek ‘werknemer’ genoemd, moet zijn arbeidskracht verkopen. Een arbeider verkoopt zijn vermogen om te werken, om te produceren, en krijgt daar een loon voor terug.
Overigens, sommige delen van de economie kunnen publiek eigendom zijn, maar de grote privé-bedrijven vormen het belangrijkste deel van de economie.

Het privé-eigendom begon niet pas met het kapitalisme, dat slechts 250 jaar bstaat, heel erg kort dus.
Ook eerdere maatschappijen, zoals de slavenmaatschappij en het feodalisme waren op het privé-eigendom gebaseerd. Ook toen werden gewone mensen uitgebuit. Slaven werkten en kregen alleen voedsel en onderdak; lijfeigenen werkten een deel van de week op de landgoederen van de landheer of gaven een deel van hun oogst aan hem, of allebei.
De manier waarop arbeiders onder het kapitalisme uitgebuit worden, is anders. De lijfeigene had meestal een stukje land in bezit of had er rechten op. Voedsel en andere levensnoodzakelijkheden werden meestal door henzelf gemaakt. De arbeiders van vandaag kunnen hun eigen voedsel niet meer kweken of hun eigen kleren maken. Ze worden gedwongen voor een baas te werken om de eindjes aan elkaar te knopen.
Daarom noemde Karl Marx, de Duitse radicaal-socialist, het kapitalisme de “veralgemeende warenproductie”. Dat is het idee van het marktsysteem: alles is te koop, alles is een waar. Men noemt het de ‘vrije markt’. Er is echter niets vrij aan de markt als je een laag-betaalde baan hebt. En kan er vrijheid zijn in een wereld waar alles verdeeld wordt door een klein aantal grote bedrijven, en die de wereldeconomie domineren?

Arbeiders creëren de rijkdom

Een blik op het inkomen en de levensstijl van de grote bazen en de rijken, één blik op de grote en vaak zeer mooie gebouwen in onze steden, de rijken die booschappen doen in de PC Hooftstraat, kan slechts tot één conclusie leiden: Nederland is geen arm land.
Wie heeft echter die rijkdom gecreëerd? Wie heeft de flats en de paleizen, de auto- en spoorwegen gebouwd? De bron van alle rijkdom in de kapitalistische maatschappij is de arbeid van de arbeidersklasse. De arbeidersklasse bestaat niet alleen uit fabrieksarbeiders die werken met hun handen; het is de grote meerderheid van de bevolking die leeft door hun arbeidskracht – hun vermogen om te werken – te verkopen. Als we spreken over de arbeidersklasse bedoelen we dan ook zowel de bouwvakkers als kantoorpersoneel, chauffeurs en winkelbedienden, horecapersoneel en mensen die werken in de zorg.
Sommige arbeiders kunnen misschien een aantal aandelen bezitten, maar ze zullen nog steeds moeten werken om voldoende inkomen te verkrijgen. Werklozen en arbeiders in deeltijd behoren nog steeds tot de arbeidersklasse – het is de fout van het systeem dat ze geen recht op werk hebben.
Het is de arbeid die zaken hun waarde geeft in de marxistische zin van het woord. De natuur levert de grondstoffen, de lucht, het water, de mineralen en het voedsel dat we nodig hebben om te leven. We kunnen echter de meerderheid van de natuurlijke bronnen niet rechtstreeks gebruiken – ze moeten bewerkt worden om ze voor ons nuttig te maken. Regen bijvoorbeeld kan alleen waarde krijgen wanneer het bewerkt wordt tot drinkwater. Dus het moet worden opgepompt, gefilterd, verplaatst naar de plaats van consumptie via flessen of leidingen.

Wij maken het geld

Rondlopen in een supermarkt kan zeer frustrerend zijn, vooral als je niet vindt wat je zoekt. Wat opvalt in een supermarkt is de enorme variatie in de prijzen voor de goederen. Waarom zijn alle prijzen anders?
Kapitalistische economen beweren dat het allemaal afhangt van ‘vraag en aanbod’. Als ik 1.000 ijsjes heb en slechts 1 persoon wil er één kopen, dan zullen ze heel erg goedkoop zijn. Als ik slechts 1 ijsje heb en 1.000 mensen willen het kopen, zal dat ijsje voor een klein fortuin verkocht worden. Dit begrijpt iedereen. Maar dit verklaart nog niet de prijzen, want uiteindelijk zullen alle prijzen zich gelijkschakelen, worden uitgesmeerd. Als 1.000 mensen ijsjes willen, zal dat meer verkopers ter ore komen, en wordt de schaarste opgelost.
Nee, wat een waar duurder maakt dan het andere, hangt in laatste instantie niet af van vraag en aanbod, maar van de arbeidstijd die nodig is om het die waar te produceren.
Dit is de kern van de “arbeidswaardetheorie” die Marx meehielp te ontwikkelen. De wet van vraag en aanbod kan misschien uitleggen waarom een Rolls Royce op het ene moment voor 200.000 euro verkocht wordt en op het andere moment voor 175.000 euro. Maar ze kan echter niet verklaren waarom een handgemaakte en bestelling geleverde Rolls Royce altijd duurder zal zijn dan een op een lopende band in massa geproduceerde Hyundai. Dit komt doordat er veel meer arbeidstijd in de productie van een Roll Royce kruipt dan in het maken van de Hyundai.

Wat heeft dit met de prijzen van goederen te maken?
Geld lijkt ons leven te beheersen. Er is er nooit genoeg. De kern is echter dat het de arbeidersklasse is die het geld maakt. Geld is de maat van de waarde. In plaats van “het aantal minuten of uren arbeidstijd” dat het duurt om bijvoorbeeld een blik bonen te maken, hangt er een prijskaartje aan: geld is de uitdrukking van de waarde in de echte wereld. Het is uiteraard zeer onpraktisch als iedereen met elkaar goederen zou ruilen: de kapitalistische maatschappij heeft een uitdrukking nodig voor de waarde van een goed. Er is een uitdrukking nodig die door iedereen gebruikt wordt en dus een uniform systeem vormt. Geld is een dergelijke uitdrukking van de ruilwaarde. Marx noemde het de “universele ruilwaarde”.

Wij produceren de winsten

We hebben het al over kapitalisme gehad, maar wat is “kapitaal”? Een koffer vol briefjes van 50 euro onder je bed is leuk om hebben, maar het is geen kapitaal. Kapitaal is geld, machines en materialen die samengebracht worden om arbeiders aan het werk te zetten.
Arbeiders zijn de bron van de rijkdom. Maar bovenal zijn arbeiders de bron van de nieuwe weelde die de levensstijl en de investeringsplannen van de bazen mogelijk maakt. Hoe is dit mogelijk?
Deze grote zwendel, deze oplichting gebeurt niet openlijk. Als iemand 38 uur werkt, krijgt hij/zij het ‘gebruikelijke loon’ en komt hij/zij thuis met geld goed voor 38 uur werk. Het is een van de grote mythes van het kapitalisme, dat werk gebaseerd is op een ‘goed dagloon voor een goede dag werk’. Als we een blik werpen op de werkdag, kunnen we die mist doen opklaren.

De werkdag
Stel, een persoon werkt 8 uur per dag. In die periode wordt 8 uur arbeidstijd gespendeerd in de productie van goederen of diensten. Maar de werknemer zal nooit die 8 uur uitbetaald krijgen in de vorm van loon! Als de arbeider de volledige opbrengst zou krijgen van hetgeen hij/zij gemaakt heeft, zou er geen winst zijn en zou het bedrijf failliet gaan.
De eerste uren van de werkdag produceert de arbeider genoeg goederen of diensten, om zijn loon te betalen. Met dat loon kan de arbeider zijn huur of hypotheek, zijn energierekening, zijn eten, zijn lidmaatschap van de voetbalclub etcetera betalen. Kortom: hij werkt dan genoeg om in zijn onderhoud te voorzien, zodat hij elke dag weer fris op zijn werk verschijnt.
Het zou zo maar kunnen dat de arbeider al in 4 uur werk per dag in zijn onderhoud kan voorzien. Maar hij kan echter niet na 4 uur naar huis gaan: de arbeider moet nog verder werken voor de baas, onbetaald, en dus gratis. Iedere dag, maken arbeiders hun bazen rijker.
Deze extra arbeid noemde Marx de” meerwaarde”. Deze meerwaarde kan worden opgedeeld in bijvoorbeeld de huur van de werkplaats of het kantoor aan de verhuurder, rente aan de bank voor bedrijfsleningen en natuurlijk winsten voor de baas.
Alles dat in de winkels verkocht wordt, heeft een beetje meerwaarde in zich, en wanneer de waren worden verkocht realiseert de kapitalist die meerwaarde in de vorm van “winst”. Een daar doet de kapitalist het voor! Alle winst is uiteindelijk dus voortgekomen uit de onbetaalde arbeid van de arbeidersklasse.

Sommigen zeggen dat het de consumenten zijn en niet de arbeiders die uitgebuit worden.
Dit argument zou betekenen dat bazen meer geld vragen dat het eigenlijk kost – ze beroven de consument. Het is zeker waar dat winkels ons steeds zullen proberen te bestelen als ze dat kunnen. Maar nieuwe rijkdom komt niet hoofdzakelijk uit dat soort praktijken.

Voorbeeld:
Als ik een auto heb die 1.000 euro waard is en ik verkoop die voor 1.500 euro, dan heb ik 500 euro gewonnen en de koper heeft 500 euro verloren. Er is een overdracht van geld van de koper naar mij. Er is echter geen nieuwe rijkdom gecreëerd, er is niets geproduceerd, de auto was er al. Dit is dus geen productie, dus wordt er geen waarde gecreeerd.

Wat bepaalt welk deel van de arbeidsdag er naar de arbeider gaat in de vorm van loon, en hoeveel er naar de kapitalist gaat in de vorm van meerwaarde of winst?
De baas zal proberen de lonen en de “noodzakelijke arbeidstijd” (de tijd waarin de arbeider goederen of diensten produceert die een waarde hebben gelijk aan het loon dat uitbetaald wordt) zo laag mogelijk te houden om de winsten op te drijven. Uiteindelijk wil hij net genoeg loon geven om de arbeider als het ware ‘in leven’ te houden om terug te laten komen om te werken en om een nieuwe generatie arbeiders te laten opgroeien. Maar zelfs dat is geen vaststaand gegeven. In periodes van hoge werkloosheid zal het de baas niet kunnen schelen als de arbeider ongezond wordt door de lage lonen – zolang er anderen zijn om zijn/haar plaats in te nemen. Vandaag hebben veel gezinnen twee inkomens nodig om genoeg geld te hebben om een gezin te onderhouden en dus een nieuwe generatie arbeiders op de wereld te zetten. De werkende klasse moet de balans in de andere richting duwen. Door zich te organiseren in een vakbond en te strijden voor hoger loon en betere arbeidsomstandigheden kunnen de arbeiders de bazen dwingen een deel van hun meerwaarde of winst op te geven.

De kapitalist kan van zijn kant proberen de meerwaarde te vergroten door de arbeiders harder te laten werken, en zo de productie te verhogen.
Hij kan de arbeiders dwingen harder te werken. Hij kan daar ofwel brute uitbuitingstactieken voor gebruiken, ofwel met bonussystemen werken om de arbeiders te verleiden. Bonussystemen zullen zelden de arbeiders compenseren voor de extra meerwaarde die geproduceerd wordt, anders zou de baas ze niet introduceren. De meeste systemen met bonussen werken ook nog eens verdelend – ze zetten de ene arbeider op tegen de andere. De baas zal arbeiders tot op het merg willen uitzuigen. Maar het menselijk lichaam heeft zijn grenzen. Op een bepaald moment zullen we kwaad worden. En bazen hebben honger voor meer winst dan ons zweet kan leveren.

De machine beheerst ons leven

Het geheim van de ontwikkeling van het kapitalisme ligt in het gebruik van machines. Iemand die moderne machines gebruikt zal in het algemeen altijd productiever en dus winstgevender zijn dan een arbeider met oude (of zonder) machines. Zo is de industrie in Nederland over het algemeen inderdaad moderner dan de traditionele industrie in bijvoorbeeld Belgisch Wallonië. Van stoomkracht tot de meest moderne computergestuurde productiesystemen, het is altijd het zelfde liedje geweest. Het versnellen van de productie om zo snel mogelijk de loonkosten te produceren en dus de meerwaarde per arbeider massaal te verhogen. In moderne auto-fabrieken worden de lonen zo snel geproduceerd dat de arbeiders voor feitelijk een groot deel van het jaar gratis werken voor de baas.

Nieuwe technologie biedt het potentieel om de werkweek te verkorten tot een paar uur. Onder kapitalisme betekent die ‘arbeidsbesparende techniek’ echter een mes in onze rug.
De kosten van de machines zijn zo hoog dat de baas de productie opdrijft om schulden af te betalen. En de machines vervangen arbeid. Dit feit bleef verborgen gedurende de grote economische groei van 1950-1973. Terwijl grote investeringen plaatsvonden in lopende band-systemen (bijvoorbeeld in autofabrieken), waren nog steeds grote aantallen arbeiders nodig om de machines te bemannen. De hedendaagse technologie heeft echter steeds minder arbeiders nodig.

Ze gokken met ons geld

In de beginperiode van het kapitalisme was het familiebedrijf een normale zaak. Toen ‘efficiëntere’ bedrijven andere opslokten, begonnen de grote bedrijven de wereld te beheren. Denk aan hoe Albert Heijn begon als kruidenier in de Zaanstreek, maar nu een gigantische multinational is die andere bedrijven opslokt en kleine kruideniers kapot concurreert.

Terwijl de meerwaarde steeds groter werd, konden financiële instellingen het geld dat door arbeid werd gecreëerd, gaan verhandelen. Grote banken werden giganten. Bouw- en verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen zijn ontwikkeld om het geld te verhandelen en er winst op te maken. De moderne kapitalist heeft het bedrijf waarin hij investeert misschien nooit van binnen gezien! Het tijdverdrijf van de kapitalisten bestaat erin met ons geld te gokken door die aandelen uit te kiezen waarmee ze denken het meeste geld te kunnen verdienen. De grootste casino’s bevinden zich op de ‘financiële markten’. Door het kopen en verkopen van munten wordt dagelijks honderden miljarden euro over de hele wereld verhandeld. En dan vertellen ze ons dat er geen geld is voor sociale zekerheid!

De markt werkt niet

Als het kapitalisme winst blijft maken, waarom stort de economie dan ineen? Waarom is er massale werkloosheid? Wat is er mis met de markteconomie?

Daar zijn twee hoofdredenen voor:
1) De tendens van de dalende winstvoet
Kapitalisten investeren hoge sommen in machines om de meerwaarde die iedere arbeider produceert te vergroten. Terwijl de arbeiders enorme winsten produceren, kan er een trend zijn waarbij de kosten van de machines de winst voor de bazen doet dalen.
2) Problemen in de markt
Arbeiders worden niet voor een volledige werkdag betaald. Ze kunnen dan als arbeidersklasse, die immers ook de consumenten zijn, ook niet alle goederen en diensten die ze produceren terugkopen. Uiteindelijk zorgt het kapitalisme voor “overproductie”: er wordt meer geproduceerd dan de maatschappij kan kopen. In de kapitalistische markteconomie is er geen rationele, democratische controle op de productie.

Verklarende woordenlijst:

Absolute meerwaarde: de meerwaarde die geproduceerd wordt door de werkdag langer te maken.
Kapitaal: geaccumuleerde rijkdom die gebruikt wordt om arbeidskracht uit te buiten en meerwaarde te creëeren. Waarde die waarde voortbrengt: het groeit (“accumuleert”) door uitbuiting.
Kapitalisme: de productiewijze die gebaseerd is op de productie van waren, met een klassensysteem van loonarbeid en privé-eigendom van de productiemiddelen.
Waar: een product of dienst die geproduceerd wordt voor verkoop op de markt. De waarde ervan wordt gemeten aan de hand van de “gemiddelde maatschappelijk noodzakelijke arbeidstijd” die nodig is om het te produceren – de gemiddelde productietijd onder de gegeven sociale omstandigheden.
Constant kapitaal: kapitaal dat in machines en grondstoffen zit, ook wel “dode arbeid” genoemd.
Krediet: het algemeen systeem van lenen voor winst.
Ruilwaarde: de waarde van een waar vergeleken met andere waren. Bijvoorbeeld: 1 jas = 2 paar broeken = 50 EURO. Ze wordt gemeten door de maatschappelijk noodzakelijke arbeidstijd van de te ruilen goederen.
Arbeidskracht: het vermogen om te produceren. Voor de prijs ervan (lonen) zie: noodzakelijke arbeidstijd.
Noodzakelijke arbeidstijd: het deel van de werkdag waarin de goederen geproduceerd worden die nodig zijn om de loonkosten te betalen.
Organische samenstelling van het kapitaal: de verhouding tussen de waarde van dode arbeid (machines en grondstoffen) en arbeidskracht in een kapitalistische industrie of economie.
Uitbuitingsgraad (of meerwaarde): de hoeveelheid onbetaalde arbeid (meerwaarde) tegenover de hoeveelheid betaalde arbeid.
Relatieve meerwaarde: meerwaarde gecreëerd door de arbeidstijd te verminderen om iets te produceren (in kortere tijd wordt evenveel geproduceerd).
Meerwaarde: rente en winst, de onbetaalde arbeid van de arbeidersklasse.
Gebruikswaarde: het nut van een bepaald object.
Waarde (of ruilwaarde): de ‘lijm’ die de kapitalistische economie samenbindt. De waarde van een waar is gemeten door de arbeidstijd die in de productie ervan vervat zit. Het toont zich in vergelijking met andere producten, als ruilwaarde. Drie vormen: goederen, geld en kapitaal.
Variabel kapitaal: lonen. Het deel van het totaal kapitaal dat gebruikt wordt om arbeidskracht te kopen.

Literatuurlijst:

Een aantal brochures en boeken die dieper ingaan op de materie van de marxistische economie zijn:

1 reactie »

  1. […] 15 belangstellende SP’ers binnen en buiten Breda. Op deze website zijn de inleidingen van Patrick Zoomermeijer en Ron Blom gepubliceerd. Hieronder vind je enkele foto’s van de […]

    Pingback door Boeiende Socialismedag 2009 in Breda « Platform Rosa blog — 11 mei 2009 @ 1:40 40


RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: