Platform Rosa blog

3 mei 2009

Inleiding Ron Blom 1 mei viering Nijmegen

Filed under: Historie,Socialisme — platformrosa @ 6:05 05

De noodzaak van een strijdbare en democratische arbeidersbeweging als beste middel tot ‘inburgering’

Wellicht goed om te beginnen met mezelf te introduceren:

  • Al vanaf begin jaren tachtig van de vorige eeuw actief in de socialistische beweging, aanvankelijk in een kleine christelijke agrarische gemeenschap Boskoop. Ook hier was ik betrokken bij een gezamenlijke Dag van de Arbeidviering die opgeluisterd werd door het koor De Rooie Dendrons (naar de plaatselijk gekweekte Rhododendron). In de maanden voorafgaand aan 1 mei trachtten we onze muzikale kwaliteiten aan te doel sluiten bij de grootse idealen die wij deelden.
  • Op het moment ben ik actief in de vakbeweging (ABVA-KABO) en op de linkervleugel van de SP
  • De laatste paar jaren publiceerde ik diverse boeken, waaronder mijn proefschrift ‘Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ‘14- ‘18’, het boek ‘De oude Socialistische Partij van Harm Kolthek. Ontstaan, opkomst en ondergang van een ‘libertair-socialistische’ partij (1918-1928)’ en publiceer ik in diverse historische jaarboeken en andere tijdschriften
  • Ik laat me graag inspireren door de volgende uitspraak van de door de fascisten vermoorde Italiaanse marxist Antonio Gramsci: ‘de vergissing van de intellectueel bestaat hierin, dat hij gelooft dat men kan ‘weten’ zonder te begrijpen en vooral zonder te voelen, zonder gepassioneerd te zijn (niet alleen voor het weten op zich, maar voor het object daarvan).’

Jeroen Breekveldt, die ik wel vaker tegengekomen was, vroeg mij of ik interesse had om te komen spreken op deze eerste mei-bijeenkomst van Doorbraak te Nijmegen.

Het verzoek was aanvankelijk om in te gaan op het thema (gast)arbeidersstrijd, link naar de slappe opstelling van de vakbeweging en stil te staan bij de ontwikkeling dat een deel van de arbeiders nu voor de islamofobe PVV-leider Geert Wilders valt.

Ik bevond mij op dat moment midden in een verhuizing, c.q. verbouwing binnen Amsterdam Zuidoost. Of ik ook nog even een titel wilde doorgeven. Daar was ik al snel uit en gedurende mijn fysieke inzet bij een succesvolle overtocht en intrek in ons nieuwe huis vond ik ook nog tijd om na te denken over een nadere invulling van het thema.

Als onderwerp stelde ik voor: De noodzaak van een strijdbare en democratische arbeidersbeweging als middel tot ‘inburgering’.

Eerst was dat nog zonder aanhalingstekens, maar Jeroen gaf tijdens een telefonisch onderhoud aan dat de mensen van Doorbraak niet zo enthousiast waren over die inburgering. Dit probleem was dan ook snel opgelost, want dat vind ik ook.

Toch denk ik dat de dialectische problematiek tussen enerzijds gezamenlijk optrekken voor gelijke rechten en anderzijds het recht op eigenheid belangrijke historische parallellen kent. Ook op internationaal vlak komen we als socialisten op voor verbroedering en verzustering van alle onderdrukten op wereldschaal. Daarbij weten we natuurlijk helemaal niet hoe zo’n nieuwe globale socialistische wereldcultuur er uit zal zien.

Zal het een naar elkaar toe groeien zijn van de verscheidene inheemse en eigen culturen resulterend in iets nieuws? Zullen de met verdwijnen bedreigde talen onder de nieuwe omstandigheden juist beter kunnen gedijen? Of zal het Angelsaksische Coca-Cola model de wereld nog verder beheersen? Het is denk ik heel lastig om daar hier en nu iets definitiefs over te zeggen.

Waar we wel iets over kunnen zeggen is wat er gebeurt als onderdrukte groepen als arbeiders in beweging komen om hun lot te verbeteren of om hun positie te verdedigen.

Ik wil vanavond stil staan bij twee voorbeelden die mij al snel te binnen schoten. Het ene geval betreft de organisatievorming van het Amsterdamse joodse proletariaat gedurende haar vlegeljaren in de periode aan het einde van de voorlaatste eeuw (1890-1894). Dit is in een groot aantal opzichten een positief voorbeeld van een offensief gevecht.

Het tweede geval gaat over de bezetting van Ford Amsterdam in de periode 1980-1981. Bij dit bedrijf probeerden de autochtone en allochtone werknemers tevergeefs het sluiten van het autoproductiebedrijf te voorkomen.

ANDB

Aan het eind van de negentiende eeuw probeerden ter linkerzijde twee stromingen een steeds grotere vat te krijgen op het joodse kiezerscorps. Enerzijds de radicale democraten met sociale inslag en anderzijds de sociaal-democraten.

Vooral tussen 1892 en 1897 vond er in het politieke denken onder de onbemiddelde joden van Amsterdam een belangrijke evolutie plaats. Een groot deel vond al voor de oprichting van de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond (ANDB) op 18 november 1894 de weg naar het socialisme en ging daardoor ook steeds meer afstand nemen van de godsdienst en joodse kerkelijke organisaties. De religieuze leiders probeerden de eigen joodse zuil in stand te houden en zagen niets in vermenging met niet-joden.

Die evolutie had ook te maken met het feit dat een aantal joodse ANDB bestuurders, waaronder Henri Polak, Dolf de Levita en Jos Loopuit in de op 26 augustus 1894 opgerichte zogenaamd parlementair-socialistische partij (SDAP) van meet af een rol van betekenis speelden. Daarnaast waren er ook vrouwen als de gezusters Grietje en Mietje Cohen actief in de progressieve beweging. Het gegeven dat de jonge De Levita en Polak (beiden waren geboren in 1868) behoorden tot de enkelingen die fatsoenlijk Nederlands spraken en schreven droeg hier eveneens aan bij. Hun snelle opkomst in de beweging dankten ze in de eerste plaats hieraan.

Aanvankelijk bestond de aanhang van de voorloper van de SDAP, de SDB aangevoerd door Ferdinand Domela Nieuwenhuis, vooral uit al of niet zelfstandige ambachtslieden. En juist onder deze ambachtslieden heerste een sterk antisemitische traditie. Daarnaast was de joodse massa nogal verknocht aan het huis van Oranje en stond ze in eerste instantie uiterst vijandig tegenover het socialisme.

De geringe ontvankelijkheid van joden voor socialistische ideeën had ook te maken met het feit dat althans het armste deel van de joodse massa, samengepakt in miserabele krotten en sloppen van de oude Jodenbuurt, weinig mogelijkheden tot contact met ‘anders denkenden’ had. En is dan ook zeer waarschijnlijk geen toeval dat vrijwel alle joodse socialisten van het eerste uur woonden in aan de oude joodse wijk grenzende buurten met een overwegend christelijke bevolking.

De vakorganisatie ANDB en de revolutionaire en parlementaire vleugels van de socialistische beweging slaagden er aan het eind van de negentiende eeuw in om vaste voet te krijgen bij de Amsterdamse joodse arbeiders, waarvan het merendeel uit diamantbewerkers bestond. De zogeheten diamantcrisis deed daarbij het zijne en de joodse vakbondsactivisten waren succesvol in het veroveren van de hegemonie binnen de vakbeweging van de diamantbewerkers (waaronder ook christenen). Diezelfde voorlieden speelden ook weer een hoofdrol in de belangrijkste socialistische partij, de SDAP.

De vrijzinnig-liberale Radicalen ontwikkelden zich steeds meer in antisocialistische richting. De socialisten combineerden kiesrechtstrijd met vakbondstrijd. Bovendien bood de beweging een platform voor de integratie en emancipatie van het joodse volksdeel. Overigens zonder dat de joodse wortels definitief doorgesneden werden. En zonder dat ze vervielen tot louter antireligieuze agitatie en propaganda.

Ford Amsterdam

In de zomer van 1980 ontdekten werknemers, vakbonden en ondernemingsraad bij Ford Amsterdam dat ergens ver weg de werkgelegenheid in de hoofdstad werd ondermijnd.

In december 1981 sloot een Ford-Tribunaal een periode af van bijna anderhalf jaar, waarin 1325 werknemers – en velen met hen – onophoudelijk strijd voerden tegen de macht van een multinationale onderneming.

Die strijd werd verloren: de werkgelegenheid is weg. En het is maar een schrale troost voor de Ford-werknemers en hun gezinnen om te weten dat zij als geen ander zichtbaar hebben gemaakt hoe onze samenleving functioneert: het bedrijfsleven, de publieke opinie, de politiek, de internationale organen, de rechterlijke macht. De werknemers van Ford hadden het gelijk aan hun zijde en bleven zitten met de kater van de nederlaag.

Bij dit bedrijf werkten vijfhonderd Turken, honderdvijftig Spanjaarden, honderdvijftig Surinamers en Antillianen en nog honderd buitenlanders van andere nationaliteiten. Terwijl zij het meest kwetsbaar waren vochten ze schouder aan schouder met hun Nederlandse collega’s.

Zonder hen was er van daadwerkelijk verzet geen sprake geweest. In het aangrijpende fotoboek dat hiervan verschenen is, onder de titel ‘De kater van het gelijk. Een aanklacht tegen de praktijken van het Ford-imperium’ lezen we de volgende uitspraken van Mario Gonzalez de Sousa:

‘Wij een cocktail van buitenlandse werknemers van verschillende rassen en nationaliteiten, zijn hierheen gebracht door Ford uit onze landen toen er in Amsterdam een tekort bestond aan het soort arbeiders dat men hier nodig had: Jonge mensen met veel energie, die uitgebuit konden worden in een lopende bandproces, dat ons verplichtte om constant onder een nerveuze spanning te werken en ons langzaam maar zeker kapot maakte. Diegenen die zich niet verzetten en ziek werden, werden ontslagen als de jaarcontracten vernieuwd moesten worden.’

En Leyla ILeri van de Turkse Vrouwenvereniging:

‘Degenen die in de goede jaren de Nederlandse economie moesten redden worden in deze tijd het eerst afgedankt. Alsof de buitenlandse werknemers de schuld zijn van de crisis! Dat zijn wij niet. En daarom is het onaanvaardbaar dat mensen die hier soms twintig jaar hebben gewerkt zonder pardon het land worden uitgezet.’

Dankzij het werk van de ondernemingsraad en de vakbonden bij Ford is voorkomen, dat buitenlandse werknemers die nog geen drie jaar onafgebroken bij Ford werkten, hun verblijfsvergunning verspeelden. De Amsterdamse Vreemdelingenpolitie maakte aanvankelijk fouten bij het verstrekken van verblijfsvergunningen, maar op last van de regering werden die fouten hersteld.

Het moge duidelijk zijn dat strijd op zich een belangrijke voorwaarde is, maar het gaat om meer. Het gaat om het verbinden met een internationalistisch socialistisch perspectief.

Hierbij staan hervormingen niet tegenover structurele maatschappijverandering. Het betreft de delicate band tussen hervormingen op basis van overwinningen, die de betrokkenen extra zelfvertrouwen en motivatie geven en het streefdoel van een klassenloze maatschappij.

In deze samenleving zullen zich ongetwijfeld ook conflicten voordoen op basis van sekse, leeftijd, seksuele geaardheid en of etnische, religieuze afkomst. Maar wellicht lukt het dan beter om deze conflicten geen destructieve dynamiek mee te geven, maar juist een bijdrage aan een veelzijdige, levendige menselijke maatschappij.

Eentje waarbij de tegenstellingen tussen de mensen niet aangewend worden door de bourgeoisie en haar lakeien om verdeeldheid en haat te zaaien. Een maatschappij gebaseerd op samenwerking op wereldschaal en in de buurt.

Een maatschappij waaraan we bijdragen naar vermogen en terugeisen naar behoefte.

Kortom een samenleving, zoals die in zovele utopieën beschreven wordt, maar die we wellicht ooit eens kunnen realiseren: een werkelijke socialistische maatschappij!

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: