Platform Rosa blog

3 mei 2008

Over onze partij

Filed under: Democratie in de SP,Socialisme — platformrosa @ 12:10 10

Willem de Vroomen, oud-partijcoryfee en een van de kartrekkers van de SP in Alkmaar, schreef in 2001 een discussiestuk over de staat van de partij naar de afdelingen. Willem was een SP’er van de ‘oude stempel’ die een terugkeer naar de massalijn bepleitte. Platform ROSA heeft niet de beschikking over het oorspronkelijke stuk van Willem, maar plaatst bij deze de reactie van Johan Kwisthout. Hoewel deels gedateerd denken wij dat het nog steeds relevant is in de discussie over de koers van de SP anno 2008.

Over onze partij

bijdrage aan de discussie door Johan Kwisthout, fractievoorzitter SP Breda

‘Het gaat niet zo goed met de partij als sommigen denken, en velen willen dat het gaat’, zo stelt Willem de Vroomen (en anderen) in het stuk Over de partij, gezonden aan de partijafdelingen. Willem stelt onder andere het volgende vast:

– we groeien niet of nauwelijks meer;
– onze bijdrage verschuift steeds meer naar ‘publicity’ en minder naar de inhoud;
– alles draait om zetels, verkiezingswinst;
– de verhouding tussen partijapparaat en leden is niet zoals deze moet zijn.

In de notitie wordt vooral ingegaan op de massalijn, het bedrijvenwerk, scholing, de ideëen van de partij en de organisatie. Ik zal op deze punten puntsgewijs reageren en er het nodige aan toevoegen. Waar ik ‘Willem’ citeer bedoel ik de schrijvers van het stuk, waarvan Willem de woordvoerder is. Overigens betreur ik het dat de overige initiatiefnemers niet worden genoemd.

massalijn
Het ‘naar de mensen toegaan’ wat de SP kenmerkt, of in ieder geval kenmerkte, is niet door de SP uitgevonden. Theoretisch is dit uitgewerkt door Mao Zedong, een der inspiratoren van de SP in de jaren zeventig. Zijn theorie (laten we de praktijk van maoistisch China even buiten beschouwing) was, dat de communistische partij naar de arbeidersklasse moest gaan, van hen moest leren wat er speelde, dit politiek uit moest werken en hiermee weer terug naar de mensen moest gaan (even kort gezegd). Of zoals Willem het stelt: ‘het werk van onze partij moet steeds aansluiten bij de gedachten, de belangen en de verlangens van grote groepen van de bevolking. En moet gericht zijn op de organisatie van al die mensen.’

Dit is echter maar één kant van het verhaal. De andere is dat een socialistische partij (of die nu communistisch heet of niet) ook moet fungeren als de voorhoede van de arbeidersklasse, de leiding van de strijd voor een betere maatschappij op zich moet nemen, de arbeidersklasse moet overtuigen van de juistheid van haar ideëen, en de meest klassebewuste arbeiders moet proberen te organiseren. Te veel de nadruk leggen op de ene poot zorgt ervoor dat we het toekomstperspectief – een socialistische maatschappij – uit het oog verliezen en vervallen in populisme, het simpelweg versterken van het geluid waar ‘de massa’, al dan niet beinvloed door de massamedia, op enig moment zich druk om maakt. Leggen we daarentegen teveel de nadruk op de andere poot, dan vervallen we tot studeerkamergeleerden, die het ‘achterlijke volk’ wel eens even uit zullen komen leggen hoe de wereld in elkaar steekt.

Beide zijn nodig om stappen vooruit te kunnen zetten. We moeten bij onze uitingen, ons optreden, onze toon en tactiek rekening houden met de objectieve situatie, met het bewustzijn van de arbeidersklasse. Maar we moeten zeker niet stil blijven staan bij de strijd voor dagelijkse belangen, maar deze strijd proberen verder te trekken. Immers, overwinningen geboekt binnen het kapitalisme zijn slechts tijdelijk. Om een concreet voorbeeld te noemen: in de Biesbosch-actie had de SP de strijd verder moeten politiseren, duidelijk moeten maken dat zolang grond en delfstoffen in handen zijn van het kapitaal, dit soort excessen zich voor blijven doen. De SP had gebruik moeten maken van de gunstige omstandigheden van verzet en kritiek om dit verzet te politiseren en in ieder geval een poging moeten ondernemen om het politiek bewustzijn van de betrokkenen op een hoger plan te tillen. Het nalaten hiervan kenmerkt de SP anno 2001.

bedrijvenwerk
Willem maakt een correcte analyse van de maatschappij en de klassentegenstellingen. Ook hier geldt nadrukkelijk, dat wij bij het werk in kantoor en fabriek ons niet moeten beperken tot concrete eisen in het hier en nu, maar duidelijk moeten proberen te maken dat slechts een internationale socialistische revolutie in staat zal zijn om de macht van het kapitaal definitief te breken. Dat is geen gemakkelijke, eenvoudig te verkondigen boodschap, maar dat moet ons er niet van weerhouden deze link constant te leggen, steeds een koppeling moeten maken van de concrete eisen van de arbeidersklasse naar de strijd voor een socialistische maatschappij. Wij zijn immers geen sociaal-democratische, maar een socialistische partij, die niet slechts de ruwe kantjes van het kapitalisme af wil vijlen, maar het kapitalisme als achterhaald en onrechtvaardig systeem overboord wil zetten.

Wij moeten ons dan ook niet alleen als een electoraal alternatief presenteren voor de meer bewuste vakbondsleden (waaronder de SP al populairder is dan het landelijk gemiddelde), maar een werking ontwikkelen richting die vakbondsleden die in verzet beginnen te komen tegen hun eigen, verrotte leiding, zoals de NS-ers bij de personeelscollectieven. Bijvoorbeeld: in plaats van ons alleen op de ‘het publiek’ te richten met pamfletten tijdens de NS-stakingen (waarin het overigens prima initiatief van het NS-Reizigerscollectief werd verzwegen), hadden we juist ook onze leden bij het spoor bijeen moeten roepen, en een strategie uit moeten stippelen. Een strategie om samen met andere linkse krachten in de bond een strijdbare vleugel op te zetten tegen de leiding in. Een dergelijk initiatief leidde onlangs, daags na de verkiezingsoverwinning van Labour in Engeland, tot het ‘heroverwegen’ van de traditionele banden tussen UNISON, de grootste Britse bond, en diezelfde Labourpaty die gekenmerkt wordt door haar anti-bond-beleid en haar privatiseringen.

Uiteindelijk ligt alle kracht tot verandering niet in het parlement, maar in de strijdbare arbeidersbeweging, waarin trouwens jongeren een stimulerende rol als ‘aanjager’ in kunnen spelen. Kijk maar hoe de grootste algemene staking in Griekenland sinds decennia onlangs bereikte wat via het parlement niet lukte: het stoppen van (door de EU gestelde) plannen van de regering om de pensioenen drastisch uit te kleden.

scholing
Scholing in het kunnen begrijpen en analyseren van de wereld om ons heen, de lessen van de geschiedenis kunnen trekken, en de dynamiek van de maatschappij kunnen beoordelen, is noodzakelijk voor iedereen die zich socialist noemt. Het getuigt van een verregaande vorm van genoegzaam achterover leunen als kameraden stellen geen scholing nodig te hebben, er van uit gaan zelf wel hun analyse kunnen maken. Het onstaan van een dergelijke cultuur leidt tot subjectivisme en trekt een zware wissel op het vermogen van de partij in al haar geledingen om een correcte analyse van de gebeurtenissen om ons heen te maken. Aangezien de strijd voor het socialisme niet iets van de laatste tien jaar is, is het noodzakelijk om ook de lessen van de geschiedenis te bestuderen. Niet uit historische belangstelling, maar om wetmatigheden in de ontwikkeling van de maatschappij te kunnen ontdekken, om ons als partij te kunnen wapenen tegen eerder gemaakte fouten.

Naast een basis in de marxistische filosofie (het dialectisch materialisme) is het ook van groot belang om bijvoorbeeld te bestuderen waarom de Russische arbeiders er in 1917 wel in slaagden om de macht te grijpen, en de Franse in 1968 werden teruggeslagen in een situatie die minstens zo gunstig was. Waarom de Sovjet-staat na een succesvolle start in de jaren ’20 degenereerde tot een Stalinistische bureaucratie, enzovoort. Nogmaals: niet uit (louter) historische interesse of om dogmatisch stellingen van Marx en Lenin in 2001 toe te passen, maar om de ervaringen die in de lange strijd zijn opgedaan te kunnen gebruiken in de strijd anno nu. Helaas beperkt de SP haar politieke scholingen vandaag de dag tot het ‘uitleggen’ van wat er in Heel de Mens staat.

onze partij
Willem schrijft in de notitie: ‘De SP staat terecht op het standpunt dat de parlementaire democratie de meest democratische bestuursvorm is. Tenslotte is de parlementaire democratie gebaseerd op het principe van “one man, one vote”, democratischer is eigenlijk niet denkbaar.’ In werkelijkheid is de democratie zoals wij die kennen beperkt tot ‘one man, one vote eens per vier jaar’, is zij beperkt in haar macht (het reilen en zeilen van de economie valt er bijvoorbeeld niet onder, want de – grote – bedrijven zijn nu prive-eigendom), en staat op een voetstuk hoog boven de maatschappij. De belangrijke beslissingen worden gemaakt op de aandeelhoudersvergadering van Shell en Philips, de ingrijpenste plannen op al dan niet informele bijeenkomsten van Europese topindustriëlen. De burgerlijke parlementaire democratie lijkt mij dus een slecht uitgangspunt voor de democratie zoals wij die voorstaan; een democratie van onderop.

Wat dan wel? Laten we eens kijken hoe de arbeidersklasse zelf de maatschappij organiseert als zij het voor het zeggen heeft. In de Russische revoluties in 1905 en 1917, maar ook bijvoorbeeld in Frankrijk in 1968, namen de arbeiders het heft zelf in handen nadat ze de fabrieken hadden bezet. Zij richtten comités op die zich bezig hielden met de organisatie van de productie, met kameraden die zij uit hun midden hadden gekozen, die aan hen verantwoording verschuldigd waren en die zij bij gebleken ongeschiktheid konden vervangen. Op vaak grote bijeenkomsten, waarop iedereen zijn zegje kon doen, werd de koers bepaald. De studenten op de universiteiten en de arbeiders op het platteland organiseerden zich op een zelfde manier. De sovjets (raden) in Rusland, de comités in Frankrijk waren de embryo’s van een socialistische democratie van onderop.

In zijn boek ‘Staat en Revolutie’ beschrijft Lenin de eisen aan een arbeidersdemocratie, die wat mij betreft nog recht overeind staan:

  • Verkiezing van alle vertegenwoordigers op alle niveaus
  • Herroepbaarheid van alle vertegenwoordigers door hun achterban
  • Een arbeiderssalaris voor een arbeidersvertegenwoordiger

Willem constateert terecht, dat voor het bereiken van het socialisme meer nodig is dan 51 procent van de stemmen. Wie het idee heeft dat het socialisme voor het grijpen ligt als we eenmaal zover zijn, heeft weinig geleerd van Chili in 1973. De ondernemers startten toen onmiddellijk een boycot, een investeringsstop en aarzelden zelfs niet om het leger onder leiding van Pinochet een staatsgreep te laten plegen toen de socialistische partij aldaar de meerderheid bij verkiezingen kreeg en trachtte via het parlement socialistische hervormingen door te voeren. Door de illusies van Allende in de parlementaire democratie ontbrak het de arbeiders aan wapens om zich te verzetten tegen de terreur. Nog nooit heeft het kapitalisme vrijwillig afstand gedaan van haar macht. Om het kapitaal het zwijgen op te leggen is het nodig dat de economische macht uit handen van de kleine kapitalistische klasse gerukt wordt en terecht komt bij de arbeidersklasse.

de organisatie
Willem constateert een bepaalde spanning tussen ‘Rotterdam’ als centrale partijorganisatie en de partij, c.q. de afdelingen in het land. Leden in een afdeling voelen zich vaak minder betrokken bij de landelijke partij, minderheidsstandpunten krijgen nauwelijks de kans om te concurreren met het ‘officiële’ partijstandpunt. Dit leidt bij veel leden tot vervreemding van de partijtop.

De traditionele organisatievorm van een socialistische organisatie is het democratisch centralisme: belangrijke besluiten worden genomen na een uitgebreide interne discussie, waarbij iedereen zijn of haar zegje kan doen, waarna het door een meerderheid genomen besluit uitgevoerd wordt. Dit werkt uitstekend, zolang er aan de voorwaarde van de interne discussie wordt voldaan. Zeker in perioden voorafgaand aan congressen en andere belangrijke beslismomenten is het mogelijk dat verschillende meningen naast elkaar bestaan in de partij, dat er alternatieve documenten worden opgesteld, of dat leden zich organiseren rondom een standpunt of manifest (zoals het discussiestuk van Willem c.s.). Dat is een gezonde ontwikkeling in een gezonde, democratisch georganiseerde partij. Je kunt immers niet verwachten of eisen dat alle 26.000 leden hetzelfde denken.

De organisatie van de partij, zowel landelijk als plaatselijk, moet er op gericht zijn om dit democratisch proces de ruimte te geven. Denk dan bijvoorbeeld aan:

  • Maandelijkse afdelingsvergaderingen waarop de politieke koers bepaald wordt en belangrijke organisatorische besluiten worden genomen;
  • Congressen die minimaal eens per jaar worden gehouden en waarop meer ruimte is voor discussie dan nu;
  • Opvoeren van de frequentie van de Partijraad;
  • Omvorming van Spanning van een ‘mededelingenblad’ van het partijbestuur naar een discussie-forum wat open staat voor verschillende stromingen en inzichten die binnen de partij leven;

jongeren
Het socialisme, in welke vorm dan ook, is in discrediet gebracht toen met de val van de muur bleek welke misstanden er, onder de vlag van het ‘socialisme’, in de Oostblok-landen hebben plaatsgevonden. Helaas heeft de SP nooit een duidelijke analyse gemaakt van wat er nu fout ging, waarom het aanvankelijk zo succesvolle initiatief verpletterd werd onder bureaucratie en terreur. Maar al was dat gebeurd; het idee dat er een andere wereld mogelijk was kreeg een stevige knauw en het kapitalisme (en haar meest recente vorm, het neo-liberalisme), als ‘enig overgebleven initiatief’ vierde hoogtij.

Inmiddels is er echter een groep jongeren die niet de verwarring en de ideologische nederlaag van het zogenaamde socialisme heeft meegemaakt, en die op zoek is naar een alternatief. De anti-kapitalistische beweging groeit snel, óók in Nederland waar in juni honderen radicaal-linkse actievoerders, vooral jongeren, samenkwamen om te bespreken hoe de beweging verder opgebouwd kon worden. De massale demonstraties in Nice, Praag, Gothenborg en in Genua hebben een duidelijk anti-kapitalistisch karakter en radicaliseren snel. Veel jongeren zijn ervan overtuigd dat ‘dit systeem’ niet deugt en zijn zoekende naar een alternatief. Juist daarom is het van belang dat de SP intervenieert in deze beweging en een campagne opstart om duidelijk te maken waar wij voor staan en hoe wij het socialisme willen bereiken.

Natuurlijk zijn ervaring en continuiteit belangrijk, maar het kan ook niet vaak genoeg gezegd worden dat jongeren de toekomst vormgeven. Er bestaat een wijdverbreid misverstand dat het Communistisch Manifest is geschreven door twee oude mannen met grote grijze baarden. Integendeel: Marx en Engels waren dertig respectievelijk achtentwintig toen zij dit manifest opstelden; Marx had een korte zwarte baard en Engels zelfs géén. Trotski was zesentwintig toen hij in 1905 de leiding had in de Petrogradse Sovjet. De opstand in Frankrijk in 1968 werd in gang gezet door studenten en scholieren en gevolgd door tien miljoen stakende arbeiders. Ook anno 2001 zijn het de jongeren die voorop lopen in de strijd.

internationalisme
Misschien wel de belangrijkste reden dat de Sovjet-Unie is verworden van een ontluikende socialistische maatschappij tot een stalinistische bureaucratie is haar isolatie. Hoewel in de perioden vlak na de twee wereldoorlogen een revolutionaire golf door Europa waarde, is alleen in Rusland de arbeidersklasse erin geslaagd de macht te grijpen. Het mislukken van de revoluties in Europa en China tussen W.O.I en het einde van de twintiger jaren leidde tot demoralisatie bij de arbeiders en uiteindelijk het door Stalin naar voren gebrachte idee dat het mogelijk was op het socialisme in één land op te bouwen.

Het kapitalisme kan slechts definitief overwonnen worden als de revolutie (die uiteraard in één land begint) overslaat en de arbeidersklasse internationaal de macht grijpt. Het is een gevaarlijk waanidee dat Nederland als enige de kapitalisten de deur ‘uit kan gooien’ en een socialistisch ‘eiland’ kan vormen. Aangezien het kapitaal internationaal georganiseerd is, dient ook de beweging die opkomt voor het socialisme internationaal te zijn. Helaas beperkt de SP zich tot informele contacten met partijen elders, en op zijn best samenwerking in de linkse fractie in het Europarlement.

De SP zou nauwere samenwerkingsverbanden aan moeten gaan met socialistische partijen in andere landen met een gelijksoortig programma. Zo kunnen we onze strijd- en actiemethoden op elkaar afstemmen, leren van elkaars ervaringen, successen en fouten, en onze krachten bundelen. Door historische oorzaken (de maoistische afkomst) is de SP nationaal georganiseerd, en niet internationaal. Dat mag echter geen reden zijn om niet over de grens heen te kijken, om nauwer samen te werken met andere organisaties in het buitenland, en om uiteindelijk te streven naar een internationale federatie van socialisten. Of zoals Marx en Engels in het Communistisch Manifest stelden:
‘Arbeiders aller landen, verenigt U!’

Johan Kwisthout, juli 2001

1 reactie »

  1. […] traditie. Dat geeft verschillen in de manier waarop je naar bepaalde ontwikkelingen kijkt; we schreven hier eerder over. Desalniettemin, ondanks onze verschillen – die we niet onder het tafelkleed schuiven, maar waar […]

    Pingback door Nieuw Socialisme « Platform Rosa blog — 2 november 2008 @ 3:17 17


RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers op de volgende wijze: