Platform Rosa blog

8 februari 2010

Petitie Behoud Abortusklinieken Amsterdam

Hoort bij: Gastposting — platformrosa @ 11:28 28

Een gastposting over de petitie voor behoud abortusklinieken in Amsterdam.

http://behoudabortusklinieken.petities.nl

Op bovenstaande site heeft het abortuscomité Wij Vrouwen Eisen een
petitie gezet. Doel van de petitie is het behoud van de twee
Amsterdamse abortusklinieken die gesloten dreigen te worden. Wij
vinden het van groot belang dat vrouwen kunnen kiezen waar zij hun
abortus willen laten uitvoeren. In de speciale klinieken is hun
privacy gewaarborgd en zijn zij verzekerd van kwalitatief hoogwaardige zorg. Binnenkort wordt er in de Kamercommissie van VWS over gesproken, de datum is nog niet bekend.

Teken snel de petitie en geef het door aan alle vrouwen en mannen in
je omgeving die ook willen ondertekenen!

Alle adresboeken zijn doorgespit. Misschien heb je al getekend, zo ja
excusez. Dit is een eenmalige mail die oproept om bovenstaande
petitie te ondertekenen.

Met vriendelijke groet,

Abortuscomité Wij Vrouwen Eisen.

28 november 2009

Geachte mevrouw Jongerius

Hoort bij: Gastposting — platformrosa @ 4:30 30

Amsterdam, 27 november 2009.

Geachte mevrouw Jongerius,

Op 2 oktober 2004 was ik op het Museumplein om te demonstreren tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet. Daarmee hield ik mij volledig aan de oproep van de organisatoren. De demonstratie was gericht tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet. Zo meldden de officiële slogans, de officiële oproepen, de brief die mijn vakbond mij deed toekomen, de interviews die er met kopstukken van Vakbond en andere werden uitgezonden.

Ik sprak heel veel mensen op het Museumplein, omdat ik folders uitdeelde. Ik sprak dus onbekenden en ze hadden één overeenkomst: ze waren woest op de niet aflatende stroom van bezuinigen die er sinds 1981 al over dit land wordt uitgestort. De actiebereidheid was overweldigend in Amsterdam onder de aanwezigen en in de treinen die propvol onderweg waren naar Amsterdam, en voor een deel nooit de plaats van bestemming zouden bereiken.

Ik sprak actieve leden van de FNV, ik sprak met ongeorganiseerde arbeiders die zich, soms met een groep collega’s, naar Amsterdam had begeven; ik sprak met werkende jongeren, scholieren en studenten. En met alle verschillen die er tussen was, sprak 1 allesoverheersende overeenkomst: de maat is vol!

Zij hadden zich waarschijnlijk en masse aangemeld als lid van de FNV als de FNV zich daar, op dat plein, op die dag, had uitgesproken zoals zij hadden verwacht: Wij zijn uitgepolderd. We gaan niet meer onderhandelen met kabinet of werkgevers – we gaan over tot harde actie en de boel gaat plat.

Maar dat gebeurde niet. Vanaf het podium was tot grote irritatie van de aanwezigen “geouwehoer” te horen over onderhandelen en een vuist maken aan de onderhandelingstafel. De Vakbeweging bewees die dag zo ver van haar achterban te zijn afgedreven dat hun achterban ter plaatse hun speeches als “ geouwehoer” diskwalificeerde.

Geschiedvervalsing en het “Museumpleinakkoord”.

U was afgelopen zaterdag verbolgen dat de Museumakkoorden waren geschonden. Ik kan u verzekeren dat zeer veel demonstranten al in 2004 verbolgen waren over dat Museumpleinakkoord omdat ze zich zwaar misbruikt voelden door de vakbonden die dit akkoord als een overwinning door de strot van de leden heeft gedouwd als het best haalbare uit de onderhandelingen.

Veel demonstranten wisten in 2004 al dat de vakbond zich voor de zoveelste keer in het pak had laten naaien door werkgevers en kabinet. Het is verbijsterend dat de vakbond zelf daar 5 jaar later pas achter is gekomen.

En dan het aantal demonstranten in 2004 – volgens de FNV op de dag zelf 200.000. Ik stond naast een politieagent op het Museumplein toen hij berichten over aantallen binnen kreeg via zijn mobilofoon. Ik vroeg hem: “Hoeveel mensen zijn er?” Hij zei: “Er zijn al meer dan een half miljoen mensen in de stad en dat worden er alleen nog maar meer. Ik krijg net door dat er nog duizenden mensen in de treinen zitten op weg naar Amsterdam. Maar ze kunnen er niet in…de stad is vol. Het is een chaos op het station.“

Ik zie geen enkele reden waarom een politieagent ter plaatse verkeerd wordt ingelicht via zijn mobilofoon. Voor de politie is er op het moment van de demonstratie geen ander probleem dan het ordeprobleem. De politieagent ter plaatse moet weten hoeveel mensen er zijn opdat hij een inschatting kan maken wat er zal gebeuren en moet gebeuren, als er een ordeprobleem ontstaat. De beste man vertellen dat Amsterdam bevolkt wordt door meer dan een half miljoen demonstranten en dat er nog duizenden in treinen onderweg zijn terwijl het er maar 200.000 in totaal zijn, heeft politietechnisch geen enkele zin. Deze politieman heeft mij dus de meest adequate schatting doorgegeven van dat moment.

Ter plaatse versprak Angela Groothuizen zich één maal en riep dat er 300.000 mensen op het Museumplein waren (en dat klopte weer met de informatie van de politie ter plaatse) om dat een kwartier later in te trekken en naar beneden bij te stellen (200.000 demonstranten totaal). Maar er waren 300.000 demonstranten op het Museumplein, meer dan 200.000 in de periferie van het Museumplein, die via speciale lichtborden werden gewaarschuwd om niet het Museumplein op te gaan omdat dit vol was. Zij dromden rondom het Museumplein, opgestuwd door nieuwe demonstranten die nog niet wisten dat het Museumplein vol was. Die demonstranten, door de autoriteiten weg geleid van het Museumplein, werden door de organisatoren opeens niet meer meegeteld als demonstrant terwijl ze dat wel waren evenals de treinen vol demonstranten onderweg naar het Museumplein.

De organisatie had meer dan een half miljoen mensen op de been gekregen op 2 oktober 2004. Meer dan een half miljoen mensen die razend waren en bereid om actie te voeren, de straat op te gaan, het werk neer te leggen – door te gaan met de strijd totdat de afbraak van de afgelopen decennia tot staan gebracht was en met een nieuw elan een sociale politiek zou worden gevoerd.

De Vakbond heeft nog tijdens diezelfde demonstratie het aantal demonstranten – dat gehoor had gegeven aan de oproep van de Vakbond en aanwezig was in Amsterdam – meer dan gehalveerd. De enige verklaring die ik hiervoor kan bedenken hangt samen met het “geouwehoer” van het podium. De vakbonden waren helemaal niet van plan om actie te gaan voeren. Het doel van de demonstratie was alleen een poging om werkgevers en regering onder druk te zetten met het oog op verdere onderhandelingen. Maar daarvoor kwamen de demonstranten helemaal niet. Zij kwamen om iedereen te laten zien dat ze actiebereid waren.

Die opkomst, zo overweldigend en zo actiebereid, was blijkbaar te groot voor de organisatoren; een vakbeweging die al lang geen plannen meer heeft liggen voor grote acties en hun leiders kiest op onderhandelingsbekwaamheid en niet op actiebekwaamheid. Daarom wilde de Vakbond al tijdens de demonstratie duidelijk maken aan de eigen achterban dat het eigenlijk niet zo heel veel voorstelde en dat het een leuke versterking was voor de onderhandelingen maar onvoldoende voor verdere acties.

Dat was een onvergeeflijke fout op de dag zelf, omdat het direct de onderhandelingspositie verzwakte; de werkgevers zagen wat ik zag – de vakbond gaat niet oproepen tot echte acties – dus we hoeven ons niet onder druk te laten zetten door een groepje mensen op het Museumplein, Daarnaast was het verraad aan de mensen die op die dag demonstreerden tegen bezuinigingen in het onderwijs, in de zorg, het bevriezen van het minimumjeugdloon, het ontkoppelen van de bijstand enz. enz.

Nederland heeft een strijdbare en sterke Vakbeweging nodig.

De Vakbeweging heeft bestaansrecht en een strijdbare en actiebekwame vakbond is heel hard nodig. Tijdens de demonstratie in Rotterdam afgelopen zaterdag werd opgeroepen om over 65 dagen, op maandag 25 januari, op te trekken naar Den Haag. Deze oproep leek mij meer gericht aan de mensen op het podium dan aan de mensen ervoor, want WIJ willen wel. Nu de vakbeweging nog!

De FNV heeft nog twee maanden om het land te overtuigen van haar eigen kracht en leiderschap en nu eindelijk op te houden met polderen en onderhandelen. De FNV heeft nog twee maanden om de achterban op te roepen tot grote actie, langdurige actie, compromisloze actie. De achterban van de Vakbeweging bestaat niet alleen uit leden, maar vooral uit heel veel niet-leden die in deze ijskoude, individualistische vervreemdende maatschappij een organisatie als de vakbeweging nodig hebben om voor hen te gaan staan; standvastig, solidair, compromisloos, strijdbaar en sterk.

Een vakbeweging met een visie op de wijze waarop de maatschappij wel georganiseerd moet worden, met een breed plan dat wel sociaal is. Een plan waarover geen compromissen met kabinet of werkgevers kan worden gesloten omdat in de afgelopen 25 jaar ieder compromis met ieder kabinet en iedere werkgeversorganisatie heeft geleid tot een verdere afbraak van onze beschaving.

Nederland verdient beter!

Als de vakbeweging haar bestaansrecht wil hervinden zal de vakbeweging barricadebouwers moeten rekruteren in plaats van onderhandelingstijgers. En met alle respect, mevrouw Jongerius, als u daar niet toe in staat bent omdat u bent aangenomen om te onderhandelen en niet om op de barricade te staan – maak dan plaats voor iemand die wel weet hoe er op de barricade moet worden gestreden.

In naam van de beschaving van ons land, in naam van de vakbeweging en in naam van de arbeiders die u zegt te vertegenwoordigen maar die u (en uw voorgangers) tijdens de zoveelste ronde aan tafel met werkgevers en/of kabinet lang geleden bent kwijt geraakt.

Met vriendelijke groet,

Anita de Waal.

Lid Vrouwenbond en ABVA KABO

22 november 2009

Bijeenkomst Kritiek over links en populisme

Hoort bij: Aankondigingen, Populisme en Rechts-extremisme — platformrosa @ 12:34 34

Op vrijdag 11 december discussieert Kritiek over Een links antwoord op het hedendaagse populisme.

Als jaarboek is het ons doel om wetenschappelijke analyse en politieke praktijk bij elkaar te brengen. Zeker wat betreft de kwestie ‘Wilders’ en populisme in het algemeen zijn politici wat bang om hun vingers te branden. Misschien dat een gedegen analyse hun bij duidelijker uitspraken kan helpen.

Peter Achterberg (als socioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit) zal een analyse geven van het succesvolle economische populisme van o.a. de Partij voor de Vrijheid en de daarmee verbonden verrechtsing van de arbeidersklasse.

Merijn Oudenampsen (verbonden aan het project Design Negation, Jan van Eyck-academie) zal spreken over de vormgeving van ‘het volk’ en het gebruik van een populistisch discours.

Vervolgens gaan beide sprekers met elkaar en het publiek in debat over de vraag: hoe moet links het populisme een weerwoord bieden?

Het volgende nummer van Kritiek zal uitgebreid aandacht besteden aan het fenomeen populisme. Beide sprekers op deze bijeenkomst zullen aan deze uitgave een bijdrage leveren.

Aanvang: 15.00 uur.
Locatie: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), Cruquiusweg 31, Amsterdam. Meld je van tevoren even aan via redactie@jaarboekkritiek.nl

20 oktober 2009

Geanimeerd debat over kraakverbod in Nijmegen

Hoort bij: Uncategorized — platformrosa @ 9:29 29

Na eerst van een overheerlijke veganistische maaltijd genoten te hebben schoof de redactie van Kritiek in eendrachtige samenwerking met de gastvrije medewerkers van De Grote Broek de tafels aan kant. Spoedig verzamelden zich zo’n dertig enthousiaste nieuwsgierigen in een hoek van de eetzaal om aandachtig te luisteren naar een betrokken inleiding van Hans Pruijt over kraken in Europa. Velen mengden zich in het debat en het resulteerde in een interessante avond. Het onlangs door de Tweede Kamer afgekondigde kraakverbod bood dan ook volop stof voor meningsuitwisseling. Was het te voorkomen en waarom juist nu? Zal de Eerste Kamer nog roet in het eten gooien? Welke acties kunnen we nog voeren? Een deelnemer aan de acties bij het parlement vertelde over zijn betrokkenheid en zijn arrestatie. Welke bondgenoten kunnen we zoeken en hoe gaan we door kraken? Ter plekke werd niet alleen informatie uitgewisseld, maar ook adressen. Aan de participatieve onderzoekpraktijk van socioloog Pruijt konden weer enkele interessante bladzijden toegevoegd worden.

9 oktober 2009

Bijeenkomst ‘Kraken in Europa’

Hoort bij: Aankondigingen — platformrosa @ 8:41 41

Onlangs verscheen het nieuwe nummer van Kritiek. Jaarboek voor Socialistische Discussie en Analyse. Met diverse artikelen besteedt dit nummer aandacht aan twee belangrijke thema’s: illegale migratie in Europa en de VS en de Europese kraakbeweging. Begin oktober zijn aan beide thema’s bijeenkomsten gewijd, op zaterdag 17 oktober is onze volgende activiteit.

Op zaterdag 17 oktober organiseert Kritiek, in samenwerking met de Grote Broek, een bijeenkomst over de kraakbeweging. Inleider is Hans Pruijt, in de jaren tachtig actief in de kraakbeweging en tegenwoordig docent aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam. Hij publiceert uitgebreid, onder meer in het nieuwste nummer van Kritiek, over de Nederlandse en Europese kraakbeweging. Ook zal vanuit de Nijmegen een betrokken spreker in gaan op de lokale situatie en wat we hier uit kunnen leren.

Aanvang: 20.30 uur.
Locatie: Grote Broek, Van Broeckhuysenstraat 46, Nijmegen.

12 juni 2009

Joe Higgins verkozen

Hoort bij: Buitenland, Socialisme — platformrosa @ 1:20 20

Naast de tegenvallende uitslag voor links in Europa is er ook succes te melden: de verkiezing van Joe Higgins, lid van de Ierse Socialist Party in Dublin. Joe wist in Dublin de derde en laatste zetel te winnen, en versloeg daarbij de zittende Europarlementariërs van de liberale regeringspartij Fianna Fail en van Sinn Fein. Een buitengewoon goed resultaat voor een radicaal socialist in een districtenstelsel. Joe haalde 50.000 stemmen (12,4%) van de ‘first preference’ stemmen (Ierland kent een ingewikkeld systeem van stemoverdracht naar kandidaten van je tweede en derde voorkeur).

Op Joe’s campagnewebsite vind je achtergrondartikelen en video-filmpjes. Het meest tot de verbeelding sprekende is het moment dat de uitslag bekend wordt gemaakt, gevolgd door Joe’s eerste toespraak tot de media. In de voorafgaande dagen was er door verschillende politici gewaarschuwd voor het ‘rode gevaar’. In zijn toespraak stelde Joe dat de bankiers, de kapitalisten, de managers enzovoorts nu inderdaad reden hadden om bang te zijn! Joe kondigde tevens aan dat hij, net als toen hij lid van het Ierse parlement was, genoegen zou nemen met het ‘gemiddelde loon van een geschoold arbeider’ om midden in de arbeidersklasse te kunnen blijven staan.

Meer info: een sfeerverslag van de bekendmaking van de uitslag, een rapportage over Joe Higgins als TD (lid van het Ierse parlement), en op Joe’s campagnesite de video van de bekendmaking van de uitslag en Joe’s commentaar.

De SP-uitslag nader beschouwd

Hoort bij: Buitenland, Populisme en Rechts-extremisme, Socialisme — platformrosa @ 12:05 05

De uitslag van de verkiezingen voor het Europees Parlement zijn door verschillende linkse weblogs besproken. Peter Storm gaat hier en hier in op de nederlaag van links en winst van rechts bij deze verkiezingen. De Internationale Socialisten bekritiseren links in Nederland voor het gebrek aan strijd tegen Wilders die oorzaak was van de nederlaag. Offensief legt de nadruk op de falende ‘minder brussel’ campagne van de SP, net als Leo de Kleijn.

De SP heeft bij de afgelopen verkiezingen een stevige dreun gekregen. Zeker, ten opzichte van 2004 werd een minieme winst geboekt, maar de populariteit van 2006 en begin 2007 is voor meer dan de helft verdampt. Daar heeft natuurlijk de niet aflatende stroom incidenten, beginnend met de kwestie-Yildirim, aan bijgedragen. Een wethouder in Schiedam ging met het grootste deel van zijn fractie op eigen titel verder, een Statenlid werd geroyeerd vanwege zijn weigering om de afdrachtregeling te respecteren, in Utrecht, Heerlen, Enkhuizen, Velsen, Dronten, Deventer, Zandvoort, Nieuwegein en elders stapten raadsleden op, hun zetel meenemend. Dat draagt niet bij aan het beeld van een sterke, eensgezinde partij. Natuurlijk heeft Agnes Kant (nog) niet het charisma en de uitstraling van Jan Marijnissen.

Al deze facetten dragen bij. Maar de belangrijkste reden van het verlies ligt aan de partij zelf: de eeuwige twijfel tussen enerzijds fundamentele kritiek willen leveren en anderzijds binnen de marges van het kapitalisme willen blijven. De angst om potentiële Wilders-aanhangers voor het hoofd te stoten – voor een belangrijk deel geen racisten, maar proteststemmers – versus de angst dat Halsema en Pechtold alleen de credits krijgen voor hun harde aanpak. De wens om enerzijds over te willen komen als een betrouwbare coalitiepartner, anderzijds zich af te willen zetten tegen PvdA en CDA. De mislukte ‘Minder Brussel’-campagne is een goed voorbeeld van de spagaat waarin de SP zit. Enerzijds zich wel af willen zetten tegen Brussel (terecht natuurlijk!) maar toch de nuance willen zoeken en geen ‘onmogelijke’ eisen stellen. Het resultaat voor de SP was nog slechter dan de slechtste peiling in de afgelopen drie jaar.

De partij had er beter aan gedaan om de kansen die er lagen en nog steeds liggen te benutten. De kredietcrisis zal ook in 2009 en 2010 nog doordenderen. Veel mensen verliezen hun baan, zien hun pensioen in gevaar komen, hun beleggingshypotheek of appeltje voor de dorst verdampen, moeten doorwerken tot hun 67 en zien tegelijkertijd bezuingingen op zich afkomen. De partij moet een duidelijke keuze maken en het socialisme als alternatief vooropstellen. Zich niet beperken tot lapmaatregelen op korte termijn, maar vooral duidelijk maken dat het kapitalisme failliet is en vervangen moet worden door het socialisme. Dus een ‘Meer Socialisme’ campagne starten in plaats van een ‘Minder Brussel’. Als de tijd er nu niet rijp voor is, dan is ze dat nooit! Juist nu zijn mensen op zoek naar een alternatief, maar als de SP niet komt met de uitleg ‘het kapitalisme is de oorzaak en het socialisme de oplossing’ dan heeft Wilders’ uitleg ‘de islam is het probleem en het in de knieën schieten van querulanten de oplossing’ kans van slagen.

De SP moet ophouden met halfslachtige internetpetities zoals ‘65 blijft 65′ die geen zoden aan de dijk zetten en slechts een waterig aftreksel zijn van een echte actie. Waar is de tijd gebleven dat de SP de partij kon mobiliseren, gedurende bijna een jaar lang, om een multinational als Ikea op de knieën te dwingen?

Samengevat: om de neergang van de SP te stoppen, moet de koers gewijzigd worden. De SP moet zich weer opwerpen als fundamenteel alternatief voor het kapitalisme. Daar hoort bij dat de SP nadrukkelijk keuzes maakt en de hele partij mobiliseert voor dit doel. Niet de kritiek focussen op een deelterrein, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd, maar uitzoomen en de partij in stelling brengen voor een alternatief: het socialisme. Dat is de enige uitweg uit de crisis waar de partij zich in bevindt.

Royement Offensiefleden – update

Hoort bij: Democratie in de SP, Partijorganisatie — platformrosa @ 11:09 09

Al eerder schreven we over het besluit van het Partijbestuur van de SP om het lidmaatschap van Offensief onverenigbaar te laten zijn met het SP-lidmaatschap. Volgens de website van Offensief hebben veel afdelingen hebben inmiddels, conform de uitspraak van het Partijbestuur, gesprekken gehad met de Offensief-leden in hun afdeling. Een aantal Offensief-leden hebben aangegeven, geen keuze te willen maken en hebben de bal hiermee teruggekaatst.

Een aantal afdelingen hebben aangegeven, al dan niet onder druk van de partijleiding, dat royementen hierdoor onvermijdbaar zijn geworden. Platform Rosa neemt nadrukkelijk afstand van het royeren van strijdbare socialisten uit de SP. Het ‘partij in de partij’ argument is wat ons betreft afdoende weerlegd door Offensief; daarnaast is het bepaald niet uitzonderlijk dat bijvoorbeeld SP-leden die tevens lid zijn van een vakbond, op vakbondsbijeenkomsten sympathie werven voor de SP. De wereld zou terecht te klein zijn als de vakbond dit als argument zou beschouwen om SP-leden te royeren. Gelukkig denken vakbondskaders anders: er is ruimte voor ieder geluid, en hoe serieus men dat geluid neemt hangt samen met de concrete inzet in de strijd van degene die dat geluid brengt.

Wij zijn van mening dat de partij zichzelf schade toebrengt door strijdbare, maar kritische socialisten buiten te sluiten. Vaak is hun kennis en ervaring met het socialistische gedachtengoed in zijn algemeenheid een baken voor een afdeling die anders in de waan van de dag tot sociaal-democratisch geneuzel zou vervallen. Juist die linkse kritiek houdt onze afdelingen scherp. Het is ondenkbaar dat Offensief-leden of andere radicaal-socialisten binnen de partij de afdrachtregeling aan hun laars lappen, zichzelf tot de gevestigde orde gaan beschouwen, of voor uitverkoop van nutsvoorzieningen zouden stemmen. Het is daarom eens te meer bizar dat ‘links’ de partij uitgebonjourd wordt, terwijl ‘rechts’ de SP langs alle kanten kan beschadigen zoals de voorbeelden laten zien.

Platform Rosa roept daarom op om de petitie van Offensief te steunen, die zich uitspreekt ‘tegen de intentie ben van het partijbestuur om Offensiefleden te royeren uit de Socialistische Partij’.

11 mei 2009

Boeiende Socialismedag 2009 in Breda

Hoort bij: Socialisme — platformrosa @ 1:39 39

Overgenomen van breda.sp.nl

Op 9 mei 2009 vond wederom een editie van de traditionele Bredase Socialismedag plaats: een dag vol discussie over aspecten van het socialisme. De Socialismedag in 2009 stond in het teken van ‘politiek en economie’, actueel natuurlijk gezien de kredietcrisis, die ook uitgebreid aan de orde kwam. Daarnaast waren er inleidingen over de marxistische visie op loon, prijs en winst, over coöperaties en over arbeiderszelfbestuur in tijden van actie en strijd. De Socialismedag werd bezocht door zo’n 15 belangstellende SP’ers binnen en buiten Breda. Op deze website zijn de inleidingen van Patrick Zoomermeijer en Ron Blom gepubliceerd. Hieronder vind je enkele foto’s van de bijeenkomst.

Socialismedag SP Breda 2009

Socialismedag SP Breda 2009

Socialismedag SP Breda 2009

Socialismedag 2009 SP Breda – inleiding Ron Blom

Hoort bij: Gastposting, Socialisme — platformrosa @ 1:36 36

Inleiding Ron Blom over coöperaties op de Socialismedag van de SP Breda op 9 mei 2009

De arbeiders doen het zelf. Over gemeenschappelijk grondbezit, coöperaties en productieve associaties

Leerschool voor de arbeiders
Binnen de brede socialistische beweging in het algemeen, en in het radicale vakverbond Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS) in het bijzonder, bestonden meer dan honderd jaar geleden over de rol die de coöperaties oftewel associaties konden spelen in de klassenstrijd, verschillende opvattingen. Het was vooral de Franse anarchistische filosoof en publicist Pierre Proudhon, die geïnspireerd door de opvattingen van de vroege utopisten Charles Fourier en Robert Owen, meende de maatschappij fundamenteel te kunnen hervormen. Dat moest gebeuren door vrije associaties van werklieden en boeren en door het oprichten van kredietinstellingen. Fourier was er daarbij van overtuigd dat na de vreedzame overgang naar het socialisme de zeeën zouden veranderen in limonade! Kort gezegd beschouwden de voorstanders deze associaties als middelen om het kapitalisme uit te hollen en de grondslagen voor een nieuwe maatschappij te leggen. Zij zagen de associaties bovendien als een leerschool voor de arbeiders, zodat zij zich alvast konden voorbereiden op de toekomstige socialistische radenrepubliek, waarin zij immers ook zelf de productie en de distributie moesten regelen.

Nieuwe kapitalistische bazen
De tegenstanders waren van mening dat de associaties geen fundamentele veranderingen in het kapitalisme konden bewerkstelligen en dat de geassocieerden eenvoudigweg nieuwe kapitalistische bazen zouden worden. De strijd moest volgens hen niet naast, maar in de bedrijven gevoerd worden. Zij beschouwden de beweging van de productieve associaties als kleinburgerlijk. Het lukte binnen het NAS dan ook nooit om tot een afgerond standpunt te komen met betrekking tot deze problematiek.

SDAP en verbruikerscoöperaties
De SDAP propageerde de vorming van verbruikscoöperaties, maar moest niets hebben van het stichten van communes of kolonies en productiecoöperaties. Overigens was er wel altijd een stroming die onder invloed van het Britse ‘Chartisme’, open stond voor coöperaties. Het chartisme wilde door hervormingen en klassensamenwerking de maatschappij veranderen. Zo was de latere Amsterdamse SDAP wethouder Floor Wibaut in 1891 als een van de vertalers van de zogeheten ‘Fabian Essays in Socialism’ instrumenteel in het populariseren in Nederland van het idee van de vermaatschappelijking van de productiemiddelen, waarbij de fabians de nadruk legden op de nationalisatie van de grond. Een opvatting die ook onder anarchisten een zekere aanhang genoot. Juist de terreinen waarop de fabians actief waren: de taak en de plaats van de gemeenten, van de coöperaties en van de vakbeweging, zouden later ook de tot de belangrijkste werkgebieden gaan behoren van Wibaut in de hoofdstad.

Landelijke bundeling: Vereniging Gemeenschappelijk Grondbezit
Rond 1920 nam het aantal productieve associaties in Nederland sterk toe en dit leidde ook een opleving van de debatten en polemieken. Harm Kolthek, die actief was geweest als landelijk secretaris van het NAS en vanaf 1918 de oude libertaire Socialistische Partij leidde, was hier ook bij betrokken. In de periode dat hij in Deventer woonde en werkte was hij al in aanraking gekomen met dit soort ideeën, maar hij liep daar toen niet echt warm voor. Hier maakte hij korte tijd deel uit van een drukkerij onder de naam ‘Voorwaarts’. Naast deze drukkerij waren nog meer coöperatieve bedrijven aangesloten bij de Deventer ‘Coöperatieve Verbruiks- en Productievereeniging Ons Belang’. Ons Belang was lid van de landelijke Vereniging Gemeenschappelijk Grondbezit (GGB).

Geen klassenstrijd
GGB was een beweging van landbouwkolonies, verbruikscoöperaties en productieve associaties, die samen de beweging van ‘binnenlandse kolonisatie’ moesten vormen. De arbeiders zouden zelf de productie ter hand moeten nemen om zo het kapitalisme van binnenuit uit te hollen en de nieuwe maatschappij op te bouwen. De kritiek van Kolthek richtte zich vooral op de opvatting zoals door GGB voorman en bekend literator Frederik van Eeden verwoord ‘dat G.G.B. de socialistische klassenbeweging moet vervangen’. Daarmee verwierp grondlegger Van Eeden de klassenstrijd. Kolthek achtte het één van de middelen van de socialistische beweging. Maar ook in het NAS-milieu en vanzelfsprekend in en rond de SP bespraken de activisten soortgelijke opvattingen.

Zelf doen zonder politieke partijen
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Kolthek in Recht voor Allen van 11 mei 1918 een bespreking plaatste van de zojuist gepubliceerde brochure Een Economische Bond van Arbeiders. Een woord aan allen, die het wel meenen met hun medemenschen en zich zelven. De auteur van het werkje was Foeke Kamstra, de voorzitter van de Bond van Productieve Associaties GGB. Kamstra stelde dat er niets te verwachten was van politieke partijen, maar dat de arbeiders het zelf moesten doen. Overigens was hij niet geheel consequent want eerder pleitte hij in een hoofdartikel in het GGB-blad nog wel voor een stem op de SP bij de verkiezingen van 1918.
De vakorganisatie en coöperatie, aldus Kamstra, waren ondergeschikt gemaakt aan de belangen van de politiek in plaats van omgekeerd. De invloed van de werknemers in de bedrijven moest vergroot worden. Daartoe moesten de vakbonden een rol spelen bij de productie, de ruil en de distributie van de eerste levensbehoeften. Arbeiders dienden zich niet te laten verdelen naar religie, ‘modern’ of ‘onafhankelijk’ (het met de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij verbonden NVV of het radicalere NAS). Volgens Kamstra moesten de arbeiderscoöperaties een hoofdrol spelen bij de distributie en de samenwerking met de vakorganisaties en de vertegenwoordigers in het parlement. De GGB-voorman sprak zich uit voor een ‘economische bond van arbeiders van alle gezindten tegen staatssocialisme’.

Coöperaties onder kapitalistische verhoudingen
Kolthek voelde zich zeker aangesproken door het appèl aan de arbeiders om het zelf te doen. Ook kon hij zich natuurlijk vinden in de grotere invloed van de werkenden in de bedrijven en dat ze zich niet moesten laten verdelen naar politieke voorkeur of religie. Dat was ook steeds zijn opstelling geweest binnen het NAS. In het algemeen waarschuwde hij wel voor te hoge verwachtingen van de coöperatie onder nog steeds kapitalistische verhoudingen. De voornaamste kritiek op zijn vriend, maar toen nog geen partijgenoot, betrof echter het gebrek aan verbinding met de zaak van het socialisme. In Deventer liet Kolthek al weten dat de coöperatie één van de middelen van de socialistische beweging was maar niet zaligmakend.
Kamstra reageerde met te stellen dat hij bij zijn opvattingen over de coöperatie zou blijven. Hij zei een ‘praktisch socialisme’ na te streven, aan theoretisch socialisme hadden de arbeiders weinig. Kamstra sloot hiermee aan bij de opvattingen zoals verwoord door Felix Ortt in zijn brochure Praktisch socialisme. Hij eindigde met een oproep tot samenwerking. Iets waar de redactie van het SP-orgaan Recht voor Allen wel voor voelde. Dit zou in 1919, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog en in een periode van revolutionaire opgang, resulteren in de eerder aangehaalde eenheidsbesprekingen tussen SP, GGB en andere radicaal-linkse organisaties.

Vakbeweging en coöperaties
Binnen de onafhankelijke vakbeweging speelde dit debat eveneens. NAS-voorzitter en SP-lid Bernard Lansink jr. had al eerder onder vuur gelegen binnen het NAS. De anarchistisch propagandist en lid van de Groninger GGB-drukkerij Volharding, Jan Bijlstra, had een sympathiek artikel met betrekking tot de associaties gestuurd naar De Arbeid. Lansink had hier een kritisch commentaar onder laten plaatsen. Bestuurslid Theo Dissel was van mening dat het NAS zich niet zo uitdrukkelijk moest uitspreken. Drie jaar later zou Lansink zich aanmerkelijk positiever uitlaten over de relatie tussen de productieve associaties en de onafhankelijke vakbeweging.

Staking tegen eigen instellingen
In 1922, brak er onder leiding van de Plaatselijke Federatie van Bouwvakarbeiders (PFBA) in Amsterdam een staking uit onder de werknemers werkzaam bij de Federatie van Zelfstandig Werkende Groepen (FvZWG) in het Bouwbedrijf. De staking werd niet veroorzaakt door communistische agitatie, ook niet doordat er onvoldoende overleg was tussen de onafhankelijke vakbeweging en de associaties. De voornaamste reden was dat de vakbeweging niet in staat was geweest een realistische politiek ten aanzien van de associaties te voeren. Vanaf 1920 kreeg de Nederlandse arbeidersklasse al te maken met de gevolgen van de economische crisis: werkloosheid, loonsverlaging en arbeidstijdverlenging. De bouwvakstakers verzetten zich tegen een eenzijdig door de FvZWG doorgevoerde loonsverlaging en de opvoering van de arbeidsproductiviteit. Vooral bestuurder Loek Spanjer van de Landelijke Federatie van Bouwvakarbeiders was tegen de staking. Maar hij stond niet alleen. NAS-veteraan Kolthek en ook de anarchisten van De Vrije Socialist bekritiseerden de staking. De Arbeid viel zowel de FvZWG als de PFBA aan. Deze associatie (de FvZWG) waarvan onder andere de bij de GGB aangesloten Metselaars- en Opperliedenvereniging van Frits Drewes deel uit maakte was dan niet het, maar wel een middel in de strijd voor een socialistisch productie- en distributiestelsel. Eigenlijk staakten de werknemers tegen instellingen die in zekere zin van hen zelf waren en onderdeel vormden van de beweging. Bovendien behoorden de lonen en arbeidsvoorwaarden al tot de betere in de sector. Spanjer besloot zelfs uit het NAS te stappen.
Op de achtergrond van dit conflict speelde de invloed van Moskou en de Nederlandse communisten op het NAS. De communistische krant De Tribune nam een vijandige houding in ten aanzien van de associaties. Meer anarchistisch georiënteerde vakbondsleden als Spanjer legden de nadruk op de leerschool die de arbeiders in de associaties hadden voor het zelf regelen van de productie en distributie, zoals dat later ook in de socialistische maatschappij zou gebeuren. Dit droeg allemaal bij tot een atmosfeer van wantrouwen. Zoals Kolthek stelde:

De drijfkracht in deze staking is de bolsjewistische mik-mak. Door De Tribune worden de arbeiders vergiftigd met opzettelijke leugens en laster. (…) Maar we weten het: het bolsjewisme staat principieel vijandig tegenover de productieve associatie. De verovering van de staatsmacht is het voornaamste en dan zullen dictatuur en terreur wel voor de rest zorgen.

Karl Marx en de Eerste Internationale
Onbekend is of de communisten precies op de hoogte waren van het standpunt van Karl Marx. In de schriftelijke instructies die hij meegaf aan de gedelegeerden van het eerste congres dat de Internationale Arbeiders Associatie (Eerste Internationale) in 1866 te Genève belegde, kwamen de productiecoöperaties al ter sprake. Marx zei nadrukkelijk:

Wij beschouwen de coöperatiebeweging als een van de stuwende krachten bij de omvorming van de huidige op klassentegenstellingen berustende maatschappij. Haar grote verdienste bestaat daarin praktisch te bewijzen, dat het bestaande despotieke en armoede voortbrengende systeem, gebaseerd op de onderwerping van de arbeid aan het kapitaal, vervangen kan worden door het republikeinse en zegenrijke systeem van samenwerkende vrije en gelijke producenten.

Daarbij zag hij meer in productie- dan in consumptiecoöperaties want de laatste ‘beroeren slechts de oppervlakte van het huidige economische systeem, terwijl de eerste het in zijn grondvesten aantasten’. Tegelijkertijd gaf Marx de beperkingen van de productieve associaties aan en zei dat het bleef bij ‘dwergachtige vormen, die enkele loonslaven door hun persoonlijke inspanningen tot ontwikkeling kunnen brengen’. Hiermee zette hij zich af tegen de aanhangers van Proudhon. De coöperaties zullen ‘nooit in staat zijn de kapitalistische maatschappij om te vormen’. Daarvoor zijn algemene maatschappelijke veranderingen nodig en de politieke voorwaarde daarvoor is dat de staatsmacht zich in de handen van de producenten zelf bevindt. Vooral op dit laatste legden de communisten van de CPN/CPH de nadruk. De Comintern nam in 1921 op haar derde congres zelfs een speciale resolutie aan.
Het NAS-bestuur zat met de bouwstaking in de maag. Voor het openlijk uitbreken van het conflict deed zij nog een tevergeefse poging een bemiddelingscommissie in te stellen. De plaatselijke federatie (PFBA) wilde niet ingaan op het voorstel van de Landelijke Federatie van Bouwvakarbeiders (LFBA) de staking te verschuiven en dwong het landelijk tot steun. De NAS-leiding wees de beschuldiging van ‘bolsjewistische terreur’ resoluut van de hand.
Achteraf kwam er een commissie tot stand met vertegenwoordigers van de Federatie van Zelfstandig Werkende Groepen en de bouwvakorganisaties in het NAS/PAS. Doel van de commissie was om tot een betere samenwerking te komen tussen de vakbeweging en de GGB. De bemiddelingscommissie concludeerde dat de voorgestelde loonsverlaging noodzakelijk was. Bovendien was ze van mening dat er eigenlijk wel wat harder gewerkt kon worden, want dan zouden de financiële problemen ook niet ontstaan zijn. Beide partijen aanvaardden het commissierapport, maar van samenwerking tussen de onafhankelijke vakbeweging en associaties kwam het niet meer.

Broederstrijd vakbeweging – arbeidersassociaties
Spanjer schreef naar aanleiding van de hele affaire de brochure De broederstrijd in het bouwbedrijf te Amsterdam. Tragedie der wankelmoedigen. Hij verweet de bouwbondbestuurders nooit een duidelijk standpunt te hebben ingenomen tegenover de associaties. Ook verweet hij ze geen paal en perk te hebben kunnen stellen aan het zijns inziens asociale lijntrekken door metselaars en opperlieden. Ten slotte noemde hij ook de volgens hem destructieve invloed van de communisten. Kolthek kon zich vinden in de brochure van Spanjer, hoewel de toon wel ‘erg bitter’ was.
Van diverse toenmalige SP-leden is bekend dat ze de coöperatiegedachte een warm hart toedroegen. Zo bezochten enkelen van hen de landbouwkolonie De Ploeg in Best. In de kolommen van het partijblad Recht voor Allen kwam de kwestie van de coöperaties meerdere malen terug. Chris Kamper, medestrijder uit de in 1904 opgerichte tuinbouwgroep uit de landbouwkolonie te Nieuwe Niedorp, deed in het partijorgaan een oproep om als producenten direct aan de consumenten te leveren zonder tussenkomst van grossiers. Kamper was dienstweigeraar en organiseerde Esperantocursussen. In Nieuwe Niedorp predikte de christen-socialistische dominee Nico Schermerhorn. Hoewel hij niet direct betrokken was bij de kolonie, had hij wel grote invloed op het denken en doen van veel van zijn volgelingen. Volgens Kamper was zijn voorstel een middel om de duurte te bestrijden. De redactie kon hiermee instemmen ‘mits krachtig en zakelijk aangepakt door ernstige menschen’.
Binnen partijverband bleef de associatiegedachte de gemoederen bezig houden. Zo schreef ‘T. v. de Horst’ over coöperatie, associatie en bedrijfsorganisatie. In Amsterdam vonden in 1923 en 1924 enkele goedbezochte gezamenlijke vergaderingen plaats van SP en GGB over de productieve associatie en de vakbeweging. Discussie was er vooral over welk van de twee belangrijker was. Lansink jr. stond op het standpunt dat de vakbeweging belangrijker was dan de productieve associatie. Kamstra had de tegenovergestelde mening. Volgens Kolthek ‘ontbrak het beide sociale organisaties aan goede leiding en een socialistisch bewustzijn’.

Socialisatie van bovenaf
Ook de sociaal-democratie stond nu meer open voor de coöperatiegedachte. Al in de woelige rode novemberdagen van 1918 kwamen SDAP en NVV op voor de ‘socialisatie van alle bedrijven die daarvoor in aanmerking komen’. Het NVV belegde in 1920 zelfs een congres over deze problematiek. De vanuit deze hoek komende gedachten over medezeggenschap en socialisatie stonden ver af van de praktijk van GGB, dat juist het initiatief van onderop en de zelfwerkzaamheid van de arbeiders bepleitte. SP-lid Willem Sligting was in het GGB-orgaan Vrije Arbeid zeer kritisch over het uit NVV kring afkomstige Rapport Bedrijfsorganisatie en Medezeggenschap. De fabrieken kwamen niet toe aan de arbeiders, maar aan ‘de gemeenschap’, dat wil zeggen een minister zou de raad van toezicht voorzitten. Daarnaast zou het personeel vertegenwoordigd worden door een personeelsraad. De voormalige eigenaars konden bovendien rekenen op een redelijke schadevergoeding. GGB en NVV stonden zeer ver van elkaar.

Verdeeldheid
De linkse beweging was sterk verdeeld over het nut van de coöperaties onder het kapitalisme. GGB onder leiding van Kamstra was het meest positief. Het NAS was het intern niet eens en kon eigenlijk niet tot een afgerond standpunt komen. Dit leidde tot confrontaties op het sociale vlak in de Amsterdamse bouwvakwereld. De CP had weinig sympathie voor de associatiegedachte en oriënteerde zich vooral op de verovering van de staatsmacht, als voorwaarde voor een succesvolle toepassing ervan. De SP onder leiding van Kolthek nam vooralsnog een middenpositie in. De associatie, mits socialistisch georiënteerd, kon een rol spelen in de voorbereiding op vormen van productie in een niet meer kapitalistische maatschappij. Dat lag vooral op het vlak van de verhoging van het bewustzijn. Illusies moesten daarbij vermeden worden, het was een van de middelen van de socialistische beweging en zeker niet belangrijker dan de onafhankelijke vakbeweging. De SDAP was vooral enthousiast over verbruikerscoöperaties.

De Woelrat
Wat kunnen wij hier in het jaar 2009 met dit soort discussies en experimenten? Begin jaren tachtig liep ik in het kader van mijn opleiding aan de Haagse Sociale Academie een zogeheten snuffelstage bij de linkse drukkerij ‘De Woelrat’ die was gevestigd in mijn toenmalige woonplaats Boskoop. Het sierheestercentrum Boskoop was een kleine agrarische gemeenschap waarbinnen de christelijke politiek dominant was. In deze collectieve drukkerij De Woelrat trachtten een handjevol compagnons om op basis van arbeiderszelfbestuur gezamenlijk een bedrijf te runnen. De drukkerij fungeerde tevens als vergadercentrum van de plaatselijke Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) afdeling en nadat de restanten van de drukkerij verhuisd waren naar Den Haag en een ander adres in Boskoop, startten we hier een collectieve boekhandel onder de provocerende naam ‘De Vijfde Colonne’ en uitgeverij ‘Kronstadt Kollektief’. Ik heb hier veel van opgestoken, meer dan ik me aanvankelijk realiseerde.

Zonder illusies en zonder ridiculisering
Binnen de plaatselijke afdeling van de Socialistische Partij, of dat nu in hier in Breda is of in Amsterdam, proberen we ook een sfeer en situatie te creëren waarbinnen de leden zich naar vermogen en behoefte kunnen ontwikkelen en ontplooien. We zijn ons er van bewust dat dit alles nog steeds plaatsvindt onder de wetten van de kapitalistische wareneconomie. Maar juist omdat we niet kunnen afwachten tot de laatste definitieve en triomferende stormloop op de commandocentra van het kapitalisme heeft plaatsgevonden, proberen we hier en nu al iets van die toekomstige maatschappij te realiseren. Niet om ons daarmee in slaap te laten sussen en tevreden te zijn met een lege dop. Het biedt ons de gelegenheid het genoegen te proeven van een maatschappij zonder bazen en uitbuiters. Om onze spieren te oefenen en onze gedachten te focussen op een tijd waarin voor het kapitalisme geen plaats meer zal zijn. Zonder illusies en zonder ridiculisering.

Volgende pagina »

Blog op Wordpress.com.