Platform Rosa blog

19 juni 2008

Houdoe Jan!

Ingedeeld onder: Congres, Partijorganisatie, Socialisme — platformrosa @ 8:29 29

Jan Marijnissen stopt als fractievoorzitter van de SP. Zijn plaats wordt overgenomen door de enige kandidaat voor deze functie, Agnes Kant. Met het vertrek van Marijnissen - die wel aanblijft als voorzitter en als Kamerlid - komt er een eind aan een periode van twintig jaar waarin Marijnissen aan het roer stond bij de SP.

Is het aanblijven als Kamerlid niet bijzonder (en zelfs lovenswaardig, hij heeft immers een mandaat gekregen voor vier jaar en dat schept verplichtingen jegens de kiezer); zijn aanblijven als voorzitter zorgt voor een ongemakkelijke situatie in het dagelijks bestuur van de SP. De voorzitter is binnen de SP immers de eindverantwoordelijke voor de politieke koers. Gekoppeld aan het fractievoorzittersschap leverde dat geen competentietwisten op; nu ontstaat echter een nieuwe situatie. Marijnissen is er de persoon niet naar om bescheiden op de achtergrond te blijven. Ook de verhoudingen met algemeen secretaris Hans van Heijningen worden nu anders gedefinieerd. De laatste is eerstverantwoordelijk voor de partijorganisatie, en daar zal Marijnissen als voorzitter nu zeker meer een stempel op willen drukken. Het is maar de vraag hoe dat uit zal pakken: een herverdeling van taken ligt voor de hand en ‘wegpromoveren’ van Van Heijningen naar bijvoorbeeld de functie van internationaal secretaris is niet ondenkbaar. Hoe dan ook, er zal het nodige veranderen binnen het partijbestuur én binnen de Kamerfractie, wat op zich zeker een extra congres eind dit jaar rechtvaardigt.

Is het aftreden van Marijnissen een aderlating? Zeker. Marijnissen heeft gedurende twintig jaar een groot stempel gedrukt op de groei van de SP, vele kiezers stemmen vooral SP vanwege zijn aanwezigheid. Aan de andere kant: In de schaduw van een machtige beuk bloeien weinig bloemen. Met Agnes Kant als nieuwe fractieleider kan de partij nieuw elan krijgen, zonder de vorsende blik van Marijnissen in de rug kunnen nieuwe kaders hun kwaliteiten tonen, en misschien wordt de inhoudelijke discussie over koers, tactiek en strategie minder snel doodgeslagen door de ‘Natuurlijk heb ik gelijk! Ik werk immers al veertig jaar lang honderd uur per week voor de SP’-houding van Marijnissen.

Aderlatingen werden vroeger veelvuldig toegepast in de geneeskunde. Sommige patienten knapten er van op. Hopelijk de SP ook.

15 juni 2008

Bij de geboortedag van Che Guevara

Ingedeeld onder: Socialisme — platformrosa @ 1:26 26

Ernesto ‘Che’ Guevara de la Serna zou vandaag, 14 juni 2008, tachtig jaar zijn geworden als hij niet in 1967 door het Boliviaanse leger, gesteund door de CIA, was vermoord. Over Che’s betekenis vandaag de dag schreef Tony Sainois (bij zijn 40e sterfdag) deze inleiding.

The Irish say ‘NO!’

Ingedeeld onder: Uncategorized — platformrosa @ 1:19 19

De Ieren hebben de Europese Grondwet - het mag niet meer zo heten, maar in de praktijk is het hetzelfde als waar de Nederlanders ondubbelzinnig NEE tegen hebben gezegd - in meerderheid afgestemd in het door de Grondwet verplichte referendum. Ongetwijfeld zouden vele andere Europeanen - als ze maar de mogelijkheid hadden gehad - hetzelfde gedaan hebben. En terecht. De Europese Grondwet is enkel bedoeld om de belangen van het internationale kapitalisme vast te leggen. De ‘vrije markt’ (lees: het ongebreidelde kapitalisme) is zelfs als zodanig in de Grondwet opgenomen als leidend mechanisme, net zoals de almacht van de Communistische Partij in de Sovjet-Unie in de Grondwet was vastgelegd (in plaats van keer op keer getoetst én bevestigd bij vrij debat en vrije verkiezingen van de Sovjets).

De Ierse arbeidersklasse heeft gelukkig hun verantwoordelijkheid tegenover de hele Europese arbeidersklasse genomen en heeft de grondwet afgestemd. De SP feliciteert terecht de Ieren met hun overwinning. Jammer genoeg geeft Harry van Bommel in zijn opiniestuk allerlei nationalistische redenen waarom de Ieren tegen de Grondwet zouden hebben gestemd: “Door de solidariteitsclausule zou de militaire neutraliteit van Ierland onder druk komen te staan. Ook zou een wijziging van het landbouwbeleid als gevolg van het verdrag voor Ierland zeer nadelig zijn. Verder vreesden de Ieren dat het verdrag zou kunnen leiden tot bemoeienis met de lage vennootschapsbelasting in Ierland.”, aldus Van Bommel. Los van al deze pragmatische punten hopen we - en vertrouwen we erop - dat een significant deel van de Ieren de Grondwet om principiele gronden heeft afgewezen. Namelijk omdat zij slechts ten doel heeft om het internationale kapitalisme te dienen.

6 juni 2008

Marx en buschauffeurs

Ingedeeld onder: Socialisme — platformrosa @ 2:24 24

Henk Schol, journalist bij BN-De Stem, schetst in zijn artikel Chauffeur staakt ook om beroep te redden duidelijk waar de privatisering en marktwerking in het openbaar vervoer toe leidt: slechtere dienstverlening, slechtere arbeidsvoorwaarden, en vooral vervreemding van de chauffeurs.

Diep in hun hart vinden ze staken verschrikkelijk (…) Maar ze staken mee. Ze zijn de onttakeling van hun bedrijf en hun vak ook zó beu. Onder de vlag van ‘marktwerking’ wordt een mooi beroep om zeep geholpen en worden van bevlogen mensen hokjes in een rooster gemaakt.

Wat voorbeelden van de achteruitgang in dienstverlening die chauffeurs Rinus Adriaansen en Jan Frijters aanhalen:

Ondertussen is het een zooitje bij Veolia in Breda, als we de chauffeurs mogen geloven. “Je wilt niet weten hoeveel ritten er elke dag uitvallen”, zegt Adriaansen. Een procent of tien van alle ritten wordt geschrapt. Want een chauffeur heeft zich verslapen. Of blijkt ziek. Adriaansen: “Een jaar of wat terug, toen het hier nog BBA was, zat er hier een controleur. Die had ook reservechauffeurs ter beschikking. Hij pakte dus de telefoon als er een chauffeur ontbrak. In die tijd werd de 115 uit Zundert van zes uur ’s ochtends altijd gereden. Nu valt hij er af en toe uit. Leuk voor de mensen die tot aan Breda bij de haltes staan. Maar die controleur én de reserves zijn allemaal wegbezuinigd.” Frijters: “En dan ben je niet blij als je de volgende rit mag rijden.”

Er is meer wegbezuinigd. De centrale verkeersleiding in Tilburg. Die zit nu in Weert en weet dus niet meer waar Fijnaart ligt. Kleding lijkt luxe geworden. Adriaansen: “Ik vind dat je er achter het stuur netjes uit moet zien. Ik draag dus altijd een stropdas. In de BBA-tijd hadden we een kleermaker, Kattenburg. Daar kreeg je maatpakken van. Er was een budget voor elke chauffeur. Af en toe ligt er nu een berg pakken uit China. Mag je komen uitkiezen.” De roldeuren van de remise Slingerweg staan al jaren wijd open. Frijters: “Die doen we nooit meer dicht, want je weet nooit of er een kapot gaat.” Op de vorig jaar aangeschafte bussen zit ook al heel wat kleine schade. Schrammen, barsten in ruiten, een van het dak weggeslagen kap van de airco en hier en daar kapotte bekleding. “Vroeger werden die dingen meteen gerepareerd. Nu zie je stukken tape op de bus.”

Arbeidsvreugde, creatieve en zelfstandige invulling van het werk gaan verloren:

“Ik meld dat er een grote computerbeurs in Utrecht is. Er moet dus extra capaciteit komen. Ze doen niks. Dus staan in Hank mensen vergeefs bij de halte. Je moet daar de snelweg af naar beneden, maar dat doet niet iedereen, want je kunt de mensen niet hebben. Dus zien de reiziger de bus over de A27 voorbij razen. Leuk toch? (…) Niet alles was vroeger beter, maar je deed wel alles voor je klanten, voor je passagiers”, zegt Frijters. “En als er een treinstremming was, pakte je met een paar man bussen en regelde je dat. En de visclub kreeg op zaterdag een bus mee naar Zeeland. Die sfeer, die is weg. Doodzonde.”

Marx schreef in 1844, in zijn Parijse manuscripten, over de vervreemding van de arbeid:

De arbeider wordt armer naarmate hij meer rijkdom produceert, naarmate zijn productie in macht en omvang toeneemt. De arbeider wordt een goedkopere waar naarmate hij meer waren voortbrengt. De ontwaarding van de mensenwereld neemt evenredig toe met de stijgende waarde van de goederenwereld. De arbeid produceert niet alleen waren, de arbeid produceert ook zichzelf en de arbeider als koopwaar, en wel in dezelfde mate waarin zij in het algemeen waren produceert.

Dit feit impliceert niets anders dan dat het door de arbeid geproduceerde object, haar product, als een vreemd wezen, als een van de producent onafhankelijke macht tegenover de arbeid als zodanig komt te staan. Het product van de arbeid is arbeid die zich in een fysiek, een meetbaar object gefixeerd heeft, het is geobjectiveerde, tot ding gemaakte arbeid. De verwerkelijking van de arbeid betekent tevens dat de arbeid tot ding wordt. De realisering van de arbeid manifesteert zich in de sfeer van de politieke economie als derealisering van de arbeider, de objectivering als een verlies en als dienstbaarheid aan het object, de toe-eigening als vervreemding, als aliënatie.

(…)

De politieke economie verbergt deze aliënatie in het wezen van de arbeid zelf door de directe verhouding van arbeider (arbeid) en productie buiten beschouwing te laten. Zeker, de arbeid produceert wonderwerken voor de rijken, maar voor de arbeider ontbering. Zij produceert paleizen, maar holen voor de arbeider. Zij produceert schoonheid, maar mismaaktheid voor de arbeider. Zij vervangt de arbeid door machines, maar stoot een deel van de arbeiders terug tot een barbaars soort werk en maakt het andere deel tot machine. Zij produceert geest, maar voor de arbeider stompzinnigheid en idiotie.

Kijk naar het relaas van de buschauffeurs Rinus Adriaansen en Jan Frijters en zie de overeenkomsten: de hedendaagse chauffeur heeft geen binding, geen gevoel, geen initiatief meer in zijn werk. Het is produktie draaien, zonder dat hij of zij het gevoel heeft, een belangrijke en dankbare taak in de samenleving te vervullen. De chauffeur is slechts een noodzakelijk verlengstuk op zijn bus, dat meteen wegbezuinigd zal worden indien de technische mogelijkheden het mogelijk maken. Ook, en misschien wel vooral, daarom staken de buschauffeurs.

3 juni 2008

Rosa blog en Rosa website

Ingedeeld onder: Welkom en spelregels — platformrosa @ 11:37 37

Naast dit weblog, waar we actuele berichten plaatsen, is er ook een website van Platform Rosa. Hier plaatsen we zaken als boekbesprekingen, brochures en documenten. De website wordt `gehost’ door Tomaatnet (wij zijn SP-leden, geen criticasters langs de zijlijn!) en er zijn wat kinderziektes sinds het in eigen beheer nemen van de servers door de SP. Zo hebben we momenteel even geen ftp-toegang, zodat de website niet te updaten is, en krijgen bezoekers die alleen de domeinnaam intikken (dus www.platformrosa.tomaatnet.nl) zonder expliciet de startpagina op te geven (index.shtml) een lijst met bestanden te zien in plaats van de startpagina. De link in het menu rechts werkt wél naar behoren, net als deze link. Hopelijk is het euvel weer snel verholpen.

2 juni 2008

Steun de buschauffeurs!

Ingedeeld onder: Uncategorized — platformrosa @ 4:39 39

De Bredase SP roept reizigers op zich solidair te verklaren met de stakende buschauffeurs. Dit in tegenstelling tot de Jonge Socialisten, de jongerenorganisatie van de PvdA, die als stakingsbrekers fungeren en bussen in willen zetten om studenten te vervoeren van het station naar de scholen. Overgenomen van www.breda.sp.nl

Wees solidair met de buschauffeurs!

Vanaf zondag 1 juni staken de buschauffeurs van Veolia, net als hun collega’s in heel Nederland, voor een betere CAO. Al maandenlang voeren ze actie voor een loonsverhoging van 3,5%. Net als bijvoorbeeld postbodes, politieagenten, treinpersoneel en personeel in de zorg is het belangrijk en soms zwaar werk met een in verhouding karige beloning. De werkgevers willen echter niet verder gaan dan een sigaar uit eigen doos. Zij wentelen de problemen die door de opgedrongen marktwerking is ontstaan af op de chauffeurs. En indirect ook de reizigers, door te bezuinigen op materiaal en de veiligheid en het reiscomfort in gevaar te brengen door onmogelijke dienstregelingen. De vervoerder die de laagste inschrijving heeft op een concessie moet immers ergens dit geld terugverdienen, door te bezuinigen op mensen en materiaal. Daarbij is niemand gebaat: reizigers niet en chauffeurs niet. Daarom roepen we reizigers op om zich solidair te verklaren met de buschauffeurs en samen een halt toe te roepen aan de voortdurende kaalslag van ons openbaar vervoer.

31 mei 2008

Immorele inkomensverschillen geen ‘natuurverschijnsel’

Ingedeeld onder: Socialisme — platformrosa @ 8:33 33

René Diekstra, columnist van BN-De Stem, schreef in een column op 30 mei over inkomensverschillen:

In een van de grootste bedrijven van ons land verdient de gemiddelde werknemer ongeveer 32.000 euro en de president-directeur om en nabij 9.500.000 euro. Dat is een verhouding van 1:300. Wat rechtvaardigt die verhouding? In ieder geval niet het verschil in inspanning. Dat zou immers betekenen dat de president-directeur dagelijks 300 maal de inspanning van de gemiddelde werknemer levert. Een volstrekt absurde veronderstelling. Wat rechtvaardigt het dan? Het feit dat hij 300 zoveel opleiding of talent heeft? Die veronderstelling is even absurd. Is het argument dan dat hij per minuut 300 maal zoveel winst voor het bedrijf maakt als zijn gemiddelde ondergeschikte? Ook die veronderstelling valt af. De winst van een bedrijf is de uitkomst van collectieve inspanning en kan niet simpelweg worden toegewezen aan individuele personen. Bovendien zou volgens hetzelfde argument bij verlies de directeur daarvoor ook 300 maal zo zwaar moeten worden aangeslagen als de gemiddelde werknemer. Dat is in het betreffende bedrijf nog nooit vertoond en dat zal het ook niet worden. Er is maar één reële verklaring voor die verhouding van 1 op 300. Dat is willekeur. De betreffende president-directeur verdient 300 maal zoveel als de gemiddelde werknemer in zijn bedrijf omdat hij zoveel wil verdienen en de macht heeft zichzelf te geven wat hij wil. Psychologen noemen dit verschijnsel narcistische disproportionaliteit.

Zeer terecht merkt Diekstra op, dat de verhouding tussen de inkomens van een president-directeur en een gewone werknemer nergens op gebaseerd is. Is het immoreel dat men zich aan de top zo zeer verrijkt, als Diekstra stelt? Zeer zeker! Maar het simpele feit dat een aantal personen ‘narcistisch disproportioneel’ zijn, is onvoldoende verklaring voor de instandhouding van deze verschillen.

Het is niet zozeer een gelatenheid bij politiek, vakbonden of werknemers zoals Diekstra suggereert. Bijvoorbeeld de SP pleit er voor, alle inkomens - ook die aan de top - onder de CAO te laten vallen. De vakbond FNV wil de topinkomens aanpakken door een extra belastingschijf en hogere vermogensbelasting. En werknemers die zouden willen staken om het salaris van hun directeur aan de kaak te stellen, worden direct teruggefloten door de rechter omdat zij hier geen rechtstreeks belang bij hebben die een staking rechtvaardigt.

Het probleem is, dat noch de politiek, noch de vakbonden, noch de werknemers iets te zeggen hebben over de cruciale beslissingen die een bedrijf neemt. Of het nu een besluit is om productielijnen te sluiten, waardoor honderden werknemers hun baan verliezen, of een besluit om absurde salarissen uit te betalen aan de top: de directie, in opdracht van de groot-aandeelhouders, maken de dienst uit. Daardoor stond de democratisch gekozen gemeenteraad van Breda buitenspel toen Interbrew besloot om een eeuwenoude traditie aan de kant te schuiven en de productie te verplaatsen.

Het neo-liberale gedachtengoed stelt, dat de overheid zoveel mogelijk afstand moet nemen van ‘de markt’ omdat dit uiteindelijk goed voor ons allemaal zou zijn. Daarom wordt er geprivatiseerd, verzelfstandigd en ‘onder marktwerking’ gebracht dat het een lieve lust is. Wij - met z’n allen - geven zeggenschap en macht uit handen, met het idee dat het dan allemaal beter gaat. De praktijk heeft anders uitgewezen: precies om die reden rijdt maandag uw bus niet, om maar een voorbeeld te noemen. Gelukkig is het neo-liberalisme een keuze, wat inhoudt dat er ook andere keuzes gemaakt kunnen worden. Bijvoorbeeld om de samenleving als geheel niet minder, maar juist méér zeggenschap te geven over het reilen en zeilen van onze economie. Dan behoren dit soort absurde inkomensverschillen vanzelf tot het verleden.

5 mei 2008

Verslag Socialismedag SP Breda

Ingedeeld onder: Uncategorized — platformrosa @ 11:52 52

Dit verslag is overgenomen van breda.sp.nl.

Wanneer is deelname van de SP aan het college van B & W een opmaat naar een socialistische maatschappij, en wanneer brengt het juist de strijd voor zo’n socialistische maatschappij naar de achtergrond? Over die vraag discussieerden enkele tientallen SP’ers op zaterdag 3 mei in Breda tijdens de jaarlijkse Socialismedag van de afdeling. De conclusie van de workshops was eenduidig: de SP moet geworteld zijn onder de bevolking, indien nodig samen met de mensen de strijd aangaan, en collegedeelname blijven zien binnen een groter project: de strijd voor een socialistische maatschappij.

Socialismedag 3 mei 2008

Peter den Haan begon de dag met een inleiding over het Liverpoolse socialistische gemeentebestuur in de jaren ‘80. De zogenaamde Militant Tendency, een radicaal-socialistische stroming binnen de partij, had in Liverpool een grote invloed en haalde de meerderheid. Onder hun leiding werden er 5000 gemeentewoningen gebouwd en duizenden banen geschapen. Geconfronteerd met bezuinigingen op het gemeentefonds door Thatcher weigerden zij om de huren en belastingen te verhogen, en organiseerden een politieke staking om Thatcher te dwingen om met meer geld over de rug te komen, met als slogan: “Better to Break the Law than Break the Poor”. Tienduizenden Liverpudlians demonstreerden voor hun gemeentebestuur. Door het gezamenlijke optreden van Thatcher en de leiding van Labour, die als ’serieuze potentiële regeringspartij’ geen socialistische experimenten wenste en hun raadsleden, wethouders en activisten met tientallen tegelijk royeerden, werd het verzet van Liverpool helaas gebroken.

Socialismedag 3 mei 2008

Na de lunch besprak Ron Blom het ‘wethouderssocialisme’, de vooroorlogse SDAP-wethouders in (onder ander) Amsterdam. Hij besprak de wijziging in de koers van de SDAP, die eerst alléén wethouders wilde leveren indien de partij een absolute meerderheid had, en later ook in een coalitie ging zitten (mits de portefeuille Volkshuisvesting voor de SDAP was). Bekende voorbeelden waren Floor Wibaut en Monne de Miranda. Door de collegedeelname werden enerzijds successen geboekt, maar werd de SDAP ook onderdeel van het establishment. De SDAP was bijvoorbeeld mede verantwoordelijk voor het neerslaan van het aardappeloproer in Amsterdam. Door de kiezers werd bij de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen dit beleid afgestraft: de SDAP verloor, ondanks de invoering van het algemeen kiesrecht, twee zetels; de communististische partij kwam met zes zetels in de raad. Zie ook het artikel van Ron Blom hierover.

Afsluitend leidde Johan Kwisthout het thema ‘De SP in het lokale bestuur’ in. Hij besprak mogelijkheden en belemmeringen, inhoudelijke en strategische bewegingen. De conclusie van de discussie was, dat de SP zich niet moest verleiden om ‘op de winkel te passen’ of medeverantwoordelijk te zijn voor bezuinigingsbeleid. Integendeel moet de SP in zo’n situatie het verzet organiseren tegen bezuinigingen, in of buiten het college. Deelname aan een college moet in een breder perspectief gezien worden: draagt het bij aan de strijd voor een socialistische maatschappij? De partij moet eventuele collegedeelname niet op zichzelf zien als doel van de partij, maar altijd - ook in haar propaganda - het socialisme in beeld houden. Eventuele compromissen moeten besproken worden met de mensen in buurt en bedrijf: deelnemen aan het college moeten we doen omdat de mensen het van ons verlangen.

Gezellig napraten op het terras

Na afloop was het nog goed toeven op het terras, in een heerlijk lentezonnetje.

Wethouderssocialisme in Amsterdam

Ingedeeld onder: Uncategorized — platformrosa @ 11:38 38

Ron Blom schreef onderstaande inleiding voor de Bredase Socialismedag op 3 mei:

Voor lange tijd konden socialisten volgens niet-socialistische partijen geen regeringsverantwoordelijkheid dragen. Zo weigerden christelijke en liberale partijen tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog te regeren met de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), de voorloper van de PvdA. Vooral door de revolutiepoging van toenmalig SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra in november 1918 achtten zij de socialisten volstrekt onbetrouwbaar. De prijs die de sociaal-democratie moest betalen was het decennialang verstoken blijven van deelname aan de regeringsmacht. Pas in 1939 zou de SDAP voor het eerst deel uitmaken van de Nederlandse regering onder leiding van minister-president D.J. de Geer van de Christelijk-Historische Unie (CHU). In de ogen van niet-socialistisch Nederland had de partij nu voldoende afstand genomen van haar revolutionaire erfenis. Twintig jaar later woog de herinnering aan Troelstra’s revolutiepoging niet meer op tegen de aanpassingen van de sociaal-democratie aan de bestaande kapitalistische maatschappij. De partij stond inmiddels niet meer voor ontwapening en voor de afschaffing van de monarchie. Bovendien omarmde ze nu volmondig de parlementaire democratie. Op plaatselijk niveau lag dit heel anders, daar zou de SDAP ruimschoots ervaring opdoen met het zogeheten ‘wethouderssocialisme’.

Lokaal bestonden er al voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog wél mogelijkheden om colleges met de SDAP te vormen. Door de snelle stijging van het aantal raadszetels was het leveren van wethouders een reële mogelijkheid geworden. Wethouderszetels zouden pas ingenomen worden in geval van een raadsmeerderheid die de mogelijkheid zou bieden aan daadwerkelijke uitvoering van het eigen programma te werken.
De eerste wethouders werden in 1907 gekozen in de plaatsen Goor en Leeuwarderadeel en in 1911 in Ambt-Almelo. In de loop van de tijd schoof de partij echter op. In 1913 sprak de Amsterdamse federatie-ledenvergadering uit dat bestuursdeelname zonder raadsmeerderheid aanvaard kon worden, mits de partij de portefeuille volkshuisvesting toe zou vallen. [1] In 1916 telde de SDAP dertien wethouders. We kunnen hierbij denken aan Zaandam (met SDAP-burgemeester Klaas ter Laan), Amsterdam, Schiedam en ook Den Haag.
Afhankelijk van de plaatselijke politieke mogelijkheden en potentiële Collegepartners grepen SDAP-wethouders deze mogelijkheden aan om te laten zien dat socialisten bij uitstek goede bestuurders kunnen zijn. Zo was de latere minister-president Willem Drees tussen 1919 en 1933 wethouder in Den Haag. Hij was een pleitbezorger van het ‘wethouderssocialisme’: het ‘opbouwende werk in de gemeentebesturen’ was volgens Drees een betere propaganda voor het socialisme dan ‘de hardnekkige, maar vergeefse oppositie’ in de Tweede Kamer.

Eerste Wereldoorlog

Vooral Amsterdam heeft voor de Tweede Wereldoorlog beroemde SDAP-wethouders voortgebracht, zoals Floor (Florentinus) Wibaut (1859-1936), die met enkele korte onderbrekingen wethouder was van 1914 tot 1931. Een minder bekende wethouder is Monne (Salomon Rodrigues) de Miranda (1875-1942), die tussen 1919 en 1939 vier keer wethouder was [2]. In weerwil van de bezuinigingspolitiek van regeringen van christelijke en liberale kleur slaagde hij er lokaal in om sociale woonwijken te bouwen, in de stijl van de Amsterdamse School.
Uitgerekend de marxist F.M. Wibaut verzette zich in de begintijd tegen de gedachte dat het socialisme in de gemeente viel te vestigen. Hij baseerde zich daarbij op een aangenomen resolutie over ‘socialistische gemeentepolitiek’ op het Internationale Socialistische Congres van 1900 in Parijs. Gemeentepolitiek van sociaal-democraten was volgens hem “democratisch gemeentebeheer” [2]: een bestuur dat rekening diende te houden met de belangen van alle bevolkingsgroepen in de stad en niet slechts met die van de eigen natuurlijke aanhang, de arbeidersklasse. De stad moest bewoonbaar blijven voor iedereen en moest zijn pluriforme en veelkleurige karakter behouden en ontwikkelen. Het socialisme was voor grotere en hogere eenheden bedoeld. Ongetwijfeld dacht hij hierbij aan het nationale niveau. In 1913 sprak hij zich net als de Amsterdamse federatieledenvergadering uit voor deelname aan het College van Burgemeester en Wethouders zonder dat de raadsmeerderheid gerealiseerd was. Hierbij gaf hij een belangrijk beginsel op. [3] De kracht van dit democratisch gemeentebeheer was dat er voor noodzakelijke interventies – waaronder oprichting van gemeentebedrijven te algemene nutte – dikwijls ruime steun in de gemeenteraad kon worden verkregen. Zo waren er ook vrijzinnig liberalen die hier soms voor waren. Er zat wel een probleem aan vast: Wibaut zelf maar ook collega’s in Amsterdam en andere steden motiveerden hun voorstellen vaak met argumenten ontleend aan ‘doelmatigheid’. Dat gebeurde niet ten onrechte, maar zulk een wijze van motiveren bezorgde de gemeentelijke sociaal-democratie op den duur een nogal technocratisch karakter, ‘depolitiseerde’ haar tot op zekere hoogte. Vervolgens werd die technocratie voor latere generaties wethouders tot een zelfstandige verleiding, met alle gevaren van dien.
Een aardig voorbeeld van die ‘depolitisering’ was de positie van het Amsterdamse gemeentebestuur gedurende de Eerste Wereldoorlog en dan in het bijzonder ten aanzien van de voedseldistributie. Door de export van aardappels in een situatie waarin de bevolking honger leed, ontstond in juli 1917 het zogeheten aardappeloproer. Het optreden van leger en politie in een stad waar twee sociaal-democraten (Floor Wibaut en Willem Vliegen, 1862-1947, wethouder Publieke Werken, later Financiën en Gemeentebedrijven 1914-1919 en daarna van 1921-1923 van Onderwijs, Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Kunstzaken [4]) wethoudersposten innamen, zorgde voor groeiende tegenstellingen tussen radicaal-links en een deel van de (arme en hongerige) bevolking èn de SDAP. Op de achtergrond speelde de ondersteuning van de mobilisatie door de sociaal-democraten van de godsvredepolitiek: voor de duur van de oorlog werd de klassenstrijd opgeschort. [5] Ook na de demobilisatie eind 1918/begin 1919 bleef radicaal-links zich verzetten tegen de voorzichtige politiek van de SDAP. In Amsterdam moesten de sociaal-democraten daar een zware politiek prijs voor betalen. Het aantal SDAP-zetels daalde bij de raadsverkiezingen van 1919 van 15 naar 13, terwijl de partij overal elders zetels won. De communisten kwamen voor het eerst en wel meteen met zes zetels in de Amsterdamse raad. In 73 gemeenten aanvaardde de SDAP in totaal 89 wethouderszetels: een aantal dat ruim viermaal zo groot was als vóór de verkiezingen, maar niet zo indrukwekkend als men de totale sterkte van de SDAP in de gemeenteraden in aanmerking neemt. Dat neemt niet weg dat menigeen in de partij zich bezorgd toonde over de gevolgen. De merites van het ‘wethouderen’ zouden tot in de jaren dertig toe omstreden blijven, maar tot een massaal ‘nee’ is het nooit gekomen.

Verdere aanpassing

Op het Eenheidscongres van 1919 was behalve een nieuw gemeenteprogram ook een motie aangenomen met richtlijnen in deze voor de fracties respectievelijk de afdelingen. Uitgangspunt bleef het perspectief van een meerderheid. Wanneer die (nog) ontbrak, mocht ‘alleen dan’ een wethouderspost worden aanvaard indien 1) voldoende vaststond, dat mede daardoor de verwezenlijking van belangrijke punten van het sociaal-democratische gemeenteprogram werd verzekerd, 2) vooraf door de afdeling of federatie de wenselijkheid der aanvaarding was uitgesproken, en 3) vóór het nemen van het besluit in de afdeling of federatie, het advies van het partijbestuur was ingewonnen. [6] Weliswaar werd dit derde punt geformuleerd als een wenselijkheid, maar de partijleiding interpreteerde het in de praktijk als een eis. Bovendien zou het uit te brengen advies niet vrijblijvend zijn: ‘geen bindend advies natuurlijk, maar wij verwachten dat het steeds gevolgd zal worden’, zoals Wibaut tijdens het congres onder hilariteit verklaarde. [7]
Hetzelfde congres verwierp de anti-kapitalistische stellingname, neergelegd in een motie van de afdeling-Leiden, dat gemeentepolitiek behalve hervormend ook revolutionair diende te zijn, dat wil zeggen dat machtsposities in het gemeentebestuur gebruikt dienden te worden om de arbeidersstrijd tegen het kapitalisme te steunen en dat niet samenwerking mèt, maar bestrijding van de burgerlijke partijen vereist was.
Dit alles klonk nog steeds sterk naar ‘nee, tenzij’. De weerstanden in de partij tegen socialistische wethouders waren dan ook nog altijd aanzienlijk. Door ervaringen als die tijdens het aardappeloproer, en de revolutiepoging van Troelstra, waren ze nog toegenomen. Slechts indien de raadsfractie én haar plaatselijke achterban (de afdeling) én de partijleiding ‘ja’ zeiden en zij dus allen voldoende garanties zagen voor het realiseren van eigen programpunten, was deelname aan het dagelijks bestuur van een gemeente toegestaan.

Interbellum

Onder radicaal-links was er veel kritiek op de plaatselijke rode vertegenwoordigers van het establishment. Zo bracht de Amsterdamse afdeling van de oude Socialistische Partij van Harm Kolthek [8] bij de raadsverkiezingen van 1923 een twee cent pamflet uit met de titel Wie zal op ons stemmen?. De folder bestond vooral uit een aanval op de SDAP en haar wethouders, zoals Floor Wibaut en Monne de Miranda. Zo was de arbeidstijd van het gemeentepersoneel per week verlengd. De schoolklassen waren sterk vergroot, maar tegelijkertijd had het gemeentebestuur wel 70.000 gulden uitgetrokken voor het 25-jarige jubileum van koningin Wilhelmina. Verder maakte de partij bezwaar tegen het ‘knoeien met de bouwverordeningen’ bij de volkshuisvesting, zoals bij het project van ‘afschuwelijke huurkazernes in Plan-West’ (Admiralen- en Mercatorbuurt). Een regelrechte aanval op het prestige van ‘Wie bouwt?, Wibaut!’. [9]
De SP sprak zich uit tegen samenwerking met de bourgeoisie en stond voor het ‘praktisch doorvoeren van het socialisme’:

Zoolang de socialisatie zich niet anders uit dan in de armzalige prutserij van de Miranda’s baaltjes meel en een gemeentewinkeltje, heeft de bourgeoisie daar in haar hart niets op tegen. En doordat de SDAP haar kracht besteedt aan die prutserij en zoo goed als niets doet om de zelfkracht der arbeiders te ontwikkelen, den socialistischen wil en het zelfstandig socialistisch kunnen bij de arbeiders te versterken en te vergrooten – daardoor wordt dat gepruts van de Miranda nog bovendien een versterking van de bureaucratie, van de parasitaire ambtenarij. [10]

Toch bleek De Miranda populair onder grote delen van de arbeiders en kleine zelfstandigen. In de jaren twintig werd onder De Miranda een begin gemaakt met de bouw van de zogenaamde ‘tuindorpen’ in Watergraafsmeer (‘Betondorp’), Nieuwendam en Buiksloterham. Hier probeerden bouwers in ruim opgezette woonwijken met laagbouw en veel groen de nieuwe arbeidsmigranten een meer ‘dorps’ alternatief te bieden.
Behalve met woningbouw hield De Miranda zich ook bezig met de bouw van gemeentelijke was- en badhuizen, als bijdrage aan de hygiëne. En met de bouw van zwembaden, zoals in 1932 het Amstelparkbad, nu het De Mirandabad genoemd (aan de De Mirandalaan). ‘Wil je baaje, wil je sjwemme, dan moet je De Miranda sjtemme!’, luidde in 1931 een verkiezingsleus van de SDAP. Veel aandacht besteedde De Miranda bovendien aan de levensmiddelenvoorziening, om de armen te kunnen voorzien van bijvoorbeeld melk en vis.

Medebeheer van het kapitalistische crisisbeleid

In de jaren dertig werd het gebrek aan woningen overschaduwd door het gebrek aan werk. In 1929 was wereldwijd een economische crisis uitgebroken, die duizenden arbeiders werkloos had gemaakt. Amsterdamse ‘Werkloozen Strijd Comités’ werden opgericht, waarin communisten een grote rol speelden. Zij organiseerden protestbijeenkomsten. De strijd tegen de werkloosheid was in juli 1934 ook een aanleiding voor de Jordaanoproer, toen het leger met pantserwagens de volkswijk binnentrok om de protesten neer te slaan. Mede in reactie op de onlusten kwam De Miranda met een lokaal werkgelegenheidsplan, door de uitvoering van grote openbare werken, die aan duizenden werklozen werk moesten verschaffen. Door dit plan werden rioleringen aangelegd, bruggen en wegen gebouwd en huizen opgeknapt. Het meest bekende onderdeel is de aanleg van het Amsterdamse Bos.
In de partij bestond zeker wel oppositie tegen het loslaten van het socialistische perspectief en het vervallen tot de rol van hulptroepen van het kapitalistische establishment. Zo waren er in 1927 in de partij nog weerstanden tegen het ‘gemeentelijk ministerialisme’, verwoord door onder anderen een van de oprichters van de SDAP Frank van der Goes [11], maar de praktijk van de sociaal-democratische gemeentepolitiek werd toen al in geruime mate aanvaard. In de dertiger jaren werd deze verder aan de bestaande verhoudingen aangepast. Er werd niet meer vastgehouden aan het maken van programmatische afspraken met progressief genoeg geachte partijen, maar de partijleiding stuurde aan op de vorming van afspiegelingscolleges, waarin naar evenredigheid meerdere, ook onwelgevallige, partijen vertegenwoordigd zouden zijn. Bovendien vond men het stellen van eisen ten aanzien van het aantal SDAP-wethouders niet meer verstandig.
Een deel van de oppositie, waaronder Van der Goes zou in 1932 de partij verlaten en de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) oprichten.

Concluderend

Wat laat bijna een eeuw wethouderssocialisme in de hoofdstad nu zien? Ten eerste het belang om vast te blijven houden aan het verband tussen de korte en langetermijnpolitiek. Zoals Frank van der Goes het in 1919 stelde: ‘Er hoeft niet gekozen te worden tusschen het kleine en het groote werk. Zij hooren onverbrekelijk samen’. [12] Wie zich alleen maar met hervormingen bezig houdt eindigt zoals de huidige Partij van de Arbeid (PvdA). Aan de andere kant zal abstracte propaganda voor het socialisme niet het noodzakelijke vertrouwen inboezemen bij de arbeidersklasse in de meest brede zin. Veel gewone mensen kijken toch naar nieuwe ideeën met in hun achterhoofd wat deze concreet voor ze kunnen betekenen.
Verder is het uitermate belangijk om elke tendens in de socialistische arbeiderspartij die het pluche van de zetels in het bestuur van de stad belangrijker vindt dan de strijd van onderaf te bestrijden. Zo liet Pieter Jelles Troelstra zich in 1920 op een Amsterdamse partijbijeenkomst in een openhartige bui ontvallen: ‘Ik zou sommige deze propagandisten wel van hun wethouderszetels willen trappen’. Hij vond het niet overbodig te waarschuwen ‘tegen het te gemakkelijk aanvaarden van regentenposten door partijgenooten, die te goede en bekwame sociaal-democraten zijn, om hun licht aldus te zetten onder de korenmaat van burgerlijke bureaukratie en alledagspolitiek.’ [13]
Het gaat niet op het mede beheren van het kapitalisme, maar om de opbouw van een sterke strijdbare socialistische arbeiderspartij. Daarvoor is het nodig om zoveel mogelijk leden te betrekken bij het vaststellen van de marsroute en is het leggen van een marxistisch theoretisch fundament essentieel. Het in het oog houden van het perspectief van het socialisme is daarbij een hoofdvoorwaarde.

Ron Blom


1 G.W.B. Borrie, F.M. Wibaut. Mens en magistraat. Onstaan en ontwikkeling der socialistische gemeeentepolitiek, Den Haag 1987, p. 98-101.
2 G. Borrie, Monne de Miranda. Een biografie, Den Haag 1993.
2 F.M. Wibaut, Levensbouw, mémoires, Amsterdam 1936, 247-266.
3 Idem, p. 149-150.
4 J. Perry, De voorman. Een biografie van Willem Hubertus Vliegen. Amsterdam 1994.
5 Zie hiervoor bijvoorbeeld mijn boek Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’, Soesterberg 2004.
6 J. Perry, ‘Aanpakken wat mogelijk is. De SDAP en haar gemeentepolitiek’ in: Marnix Krop, Martin Ros, Saskia Suiveling en Bart Tromp, ed., Het negende jaarboek van het democratisch socialisme, Amsterdam 1988, p. 16-58.
7 Verslag van het 23ste congres der SDAP, gehouden op 20, 21 en 22 april 1919 te Arnhem, p. 27-28.
8 R. Blom, De oude Socialistische Partij van Harm Kolthek. Ontstaan, opkomst en ondergang van een ‘libertair-socialistische’ partij (1918-1928), Delft 2007.
9 G.W.B. Borrie, F.M. Wibaut. Mens en magistraat, p. 121-129. Overigens waren ook sommige sociaal-democraten van mening dat dit soort bebouwing nogal eentonig was. E. Kalk, De rode geranium. Leven en werk van Eiske ten Bos-Harkema (1885-1962), p. 49 en J. de Roos, Besturen als kunst. Lokale sociaal-democraten 100 jaar verenigd, p. 118.
10 IISG, SDAP-archief, inv.nr. 2286C.
11 De auteur bereidt een biografie voor over de voortrekker van de literaire beweging van de Tachtigers en oprichter van de SDAP Frank van der Goes.
12 Verslag van het 23ste congres der SDAP, 1919, p. 17.
13 P.J. Troelstra, Gedenkschriften, Vierde deel, Storm, Amsterdam 1931, p. 300-301.

3 mei 2008

Openbare bijeenkomst: Frankrijk mei 1968, de algemene staking

Ingedeeld onder: Aankondigingen, Socialisme — platformrosa @ 12:40 40

Overgenomen van www.offensief.nl

In mei 1968, tijdens een periode van bloei van het kapitalisme, kwamen studenten en arbeiders in opstand tegen de erbarmelijke leeromstandigheden op de universiteiten en tegen de uitbuiting in de fabrieken. Omdat het kapitalisme steeds meer geschoolde mensen nodig had, werd de toegang tot de universiteit verruimd maar zonder de faciliteiten aan te passen. In de fabrieken werd tegen lage lonen in hoog tempo aan de lopende band gewerkt.

De protesten van de studenten werden bruut onderdrukt door de rellenpolitie. Frankrijk had in die tijd een parlement, maar Generaal de Gaulle was oppermachtig.

Toen de arbeiders in staking kwamen die uitgroeide tot een algemene staking, kwam het kapitalisme in Frankrijk in gevaar. Generaal de Gaulle vluchtte naar het buitenland.

De arbeiders namen de productie en de distributie van voedsel over. Tien miljoen arbeiders staakten! Als de arbeiders hadden doorgezet was er een einde gekomen aan het kapitalisme. Tragisch genoeg namen de leiders van de stalinistische vakbonden genoegen met loonsverhogingen en vermindering van de werkdruk.

Er kwamen ook wat verbeteringen in het onderwijs. Zij riepen de arbeiders daarna op om het werk te hervatten. Door een gebrek aan leiding liep de beweging vast. Generaal de Gaulle kwam terug uit het buitenland en regeerde aangeslagen nog een paar jaar.

Maar het kapitalisme was gered. Veertig jaar geleden kwam er bijna een einde aan het kapitalisme in Frankrijk: het is voor de arbeidersbeweging nu de moeite waard om de gebeurtenissen van in Parijs mei ‘68 goed te begrijpen en de lessen te trekken.

Op deze openbare bijeenkomst blikken we terug op deze massale uiting van arbeidersverzet en arbeidersmacht.

LESSEN VAN DE ALGEMENE STAKING VAN MEI ‘68 IN FRANKRIJK

Openbare bijeenkomst, toegang vrij!

Vrijdag 23 mei 2008

Om 19:30 uur

Wenslauerstraat 314 in Amsterdam
(Tram 3/7/12/13/14/17)

Lees ook de brochure van Clare Doyle (getuige van de gebeurtenissen in Frankrijk in ‘68).

Volgende Pagina »

Blog op Wordpress.com.